dinsdag 19 september 2017

De lekkerste tapas: Spaanse gehaktballetjes

Het is september en iedere dag tekent het zich weer duidelijker af: de dagen worden korter...

Of - om het van de optimistische kant te bekijken - de avonden worden langer! En dat biedt me toch veel mogelijkheden voor gezelligheid. Nodig bijvoorbeeld eens een clubje vrienden uit voor een tapasavond!

Heerlijk met zijn allen smullen van verrukkelijke kleine hapjes. En daarbij serveer je een goed glas wijn of, mijn favoriet bij tapas, een zorgvuldig uitgekozen sherry.

Wist je trouwens dat die sherry ook heel lekker is door de hapjes heen?

Een goed voorbeeld zijn deze Spaanse gehaktballetjes. Die maak je kruidig op smaak met Spaans gerookt paprikapoeder, pimentón (zie mijn eerdere blog hierover), oregano, marjolein én dus die sherry. Lichtzoete en nootachtige medium sherry sluit qua smaak het mooiste aan bij de pimentón. Dit recept moet je echt proberen! Onder aan dit blog vind je het.



Spaanse gehaktballetjes


Nog heel even over die pimentón: door de balletjes heen gaat gemalen paprikapoeder. Maar garneren doe ik liever met pimentón-flakes. Die zien er prachtig uit en geven nét even een extra pikante en rokerige touch aan je tapas! Ik kocht mijn blikje pimentón-flakes bij Dille & Kamille, maar je kunt ze ook bestellen via diverse internetsites.


Pimentón-flakes


Nog meer recepten nodig voor je tapasavond? Volg dan eens de link 'hapjes' in de header van dit blog. Ik heb wel een paar suggesties die samen een perfect tapasmenu vormen: 


Koffiekopjes met romige soep van geroosterde tomaten en puntpaprika's



Koffiekopjes met romige soep van geroosterde tomaten en puntpaprika's


Taco tapas met avocadosalsa en gemarineerde garnalen 



Tacotapas met avocadosalsa en gemarineerde garnalen


Kruidige krieltjes met komijn-knoflookmayonaise 



Kruidige krieltjes met komijn-knoflookmayonaise


Mini-kipschnitzels met tapenade met pijnboompitten 



Mini-kipschnitzels met tapenade met pijnboompitten


Toastjes met serranoham en een frisse artisjokkencrème 



Toastjes met serranoham en een frisse artisjokkencrème


Maar de keus is aan jou.

Hou in elk geval dit blog in de gaten, want de komende tijd ga ik nog meer taparecepten posten!


Recept De lekkerste tapas: Spaanse gehaktballetjes


De lekkerste tapas: Spaanse gehaktballetjes


Ingrediënten voor 25 à 30 gehaktballetjes:

  • 4 ons varkensgehakt
  • 2 eetlepels medium sherry
  • 1 theelepel zoet paprikapoeder
  • ½ theelepel mild gerookt paprikapoeder (pimentón)
  • 1 theelepel gedroogde marjolein
  • 1 theelepel gedroogde oregano
  • 1 ei
  • 6 eetlepels paneermeel
  • zout
  • versgemalen zwarte peper
  • pure olijfolie
  • Spaanse extra virgen olijfolie
  • pimentón-flakes (zie het blog hierboven)

Bereiding:

  1. Kneed alle ingrediënten vanaf het gehakt tot en met de peper door elkaar. 
  2. Vorm van het gehakt een klein proefballetje en bak dit in een beetje pure olijfolie. Voeg eventueel nog wat zout en/of peper toe.
  3. Rol vervolgens van de hele portie gehakt kleine snackballetjes.
  4. Bak ze in de olijfolie goudbruin en gaar. 
  5. Neem de gehaktballetjes uit de pan en tos er wat koude extra virgen olijfolie doorheen.
  6. Serveer de Spaanse gehaktballetjes op een schaal. Strooi de pimentón-flakes over het gerecht.

Tips:

  1. Je kunt je Spaanse gehaktballetjes warm of lauw eten. Beide is lekker!
  2. Wist je dat je met deze gehaktballetjes ook heerlijke spiesjes kunt maken? Morgen het recept hiervoor!
    Heerlijke Spaanse spiesjes met gehaktballetjes



    donderdag 14 september 2017

    Appelcompote met echte vanille en een scheutje rum

    Stel: je gaat in een pan appels kapot koken. Wat krijg je dan?


    "Appelkapot!" Logisch toch! Althans zo dacht ik er vroeger over als rechtlijnig denkende kleuter...


    Dat grote mensen dat gerecht "compote" noemden had ik nooit goed verstaan. Wat ik wel wist was dat het lekker was!


    Toen ik zelf eenmaal 'groot' was, ontwikkelde ik mijn eigen recept voor appelcompote. Nog lekkerder dan vroeger. Met verse vanille, Ceyonkaneel, kardemom en een scheutje bruine rum. Maar het allerbelangrijkste: in mijn compote gaan minimaal vier verschillende soorten appels! Waarom? Hieronder lees je er alles over!



    Appelcompote met vanille en bruine rum


    De geschiedenis van het woord 'compote'


    Voordat ik uitweidt over het recept voor mijn overheerlijke appelcompote, eerst nog even iets over die naam 'compote'. Dat dat niets te maken heeft met 'kapot' fruit, moge duidelijk zijn. Maar waar komt het woord dan wel vandaan? Ik was wel nieuwsgierig en googelde naar de etymologie van 'compote'.

    De geschiedenis van het woord blijkt te herleiden tot de Romeinse tijd. Toen bestond er in het Latijn een werkwoord 'componere', dat niet alleen 'samenstellen' betekende (de basisbetekenis), maar dat ook gebruikt werd voor 'het inleggen van olijven in pekel'. De werkwoordvorm 'compositum' veranderde in het Oudfrans tot 'compost'. Oorspronkelijk was dat een 'samengesteld gerecht'. Maar waarschijnlijk doordat de Romeinen het woord al gebruikten voor het inleggen van olijven, kreeg het Oudfranse woord meer en meer de betekenis van 'ingemaakte of ingelegde spijs' of 'vruchtenmoes'. Het Middelhoogduits en het Middelengels kenden soortgelijke woorden voor 'ingemaakt fruit': 'kúmpost' respectievelijk 'compost'. De s in het Oudfranse 'compost' is in het Nieuwfrans weggevallen en vervangen door een accent circonflexe (in de spreektaal ook wel 'dakje' genoemd). Zo ontstond het woord compôte.

    In het Nederlands hebben we dit woord integraal overgenomen met diezelfde betekenis van 'vruchtenmoes'. Sinds de invoering van het Groene Boekje wordt het woord echter zonder dakje geschreven. De reden hiervoor was dat in de nieuwe spelling het accent wordt weggelaten, als dat niet noodzakelijk is voor de uitspraak van een (van oorsprong Frans) woord.

    Heel interessant, toch?


    Appelcompote zelf maken


    Maar nu weer over tot de orde van de dag: koken. Want daarvoor ben je per slot van rekening naar deze blogpagina gekomen. Hoe maak je de allerlekkerste appelcompote?

    Mijn recept is verre van traditioneel. In de meeste recepten worden stukjes moesappel gekookt in een vloeistof (water of wat luxer: cider) onder toevoeging van smaakmakers als suiker, kaneel, citroen en/of gember.


    Karamel als basis voor de appelcompote


    Bij mij gaan de appels niet in een vloeistof, maar ik maak eerst een lichte karamel van suiker en roomboter. Daar mogen de appels vervolgens in. Het geeft ze een heerlijk volle en diepe smaak.


    Gebruik minstens 4 verschillende soorten appels


    Verder werk ik niet alleen met moesappels. Ik gebruik het liefst een aantal appelrassen tegelijkertijd.

    Een goede compote bevat nog wat stukjes, hij heeft een bite. Om dat te bewerkstelligen kun je het beste zowel moes- als handappels gebruiken. De moesappels vallen tijdens het verwarmen uit elkaar en zorgen voor de smeuïgheid van het gerecht; de handappels zorgen voor de stukjes.

    Bovendien vind ik het lekker als je wat smaakvariatie kunt proeven binnen één hap. Daarom koop ik altijd naast zoete appels ook een wat zuurdere variant. Geloof me: het resultaat van de combinatie van meerdere appelrassen is sensationeel!

    De laatste paar keren gebruikte ik elstar, goudrenet, granny smith en jonagold. De elstars en de jonagolds kwamen uit mijn kleine tuintje. Elk jaar weer buigen de takken van mijn kranige boompjes krom onder het gewicht van de oogst!


    Appels uit eigen tuin


    De smaakmakers in mijn appelcompote


    Met de karamel en de verschillende appelrassen ben je er echter nog niet. Ook de smaakmakers die je toevoegt zijn belangrijk. Echte vanille van een vanillestokje vind ik essentieel. Evenals een mespunt kardemom en een snufje kaneel. Versgemalen Ceylonkaneel is het allerlekkerste; ga daarnaar op zoek. Weten wat dat is, wat het verschil is met 'gewone' kaneel en hoe je kaneel fijnmaalt? Lees dan mijn eerdere blog hierover!


    Ceylonkaneel vers malen


    Citroensap en een flinke scheut bruine rum maken mijn appelcompote helemaal af. Het overgrote deel van de alcohol in de rum verdampt, maar de smaak blijft wel. Tip: eten er kinderen mee, dan kun je overwegen de rum weg te laten uit het recept.


    Nooit meer appelcompote uit een potje!


    Meestal maak ik mijn appelcompote een dag voor het serveren. Dan kan hij helemaal afkoelen in de koelkast. Want ijskoud is hij het allerlekkerst!


    Ik weet het: mijn appelcompoterecept klinkt behoorlijk eigenwijs. Maar probeer het één keer uit en je bent voor je hele leven verkocht! Daarna koop je nooit meer zo'n potje uit de supermarkt!



    Recept Appelcompote met echte vanille en een scheutje rum


    Appelcompote met echte vanille en een scheutje rum


    Ingrediënten voor een bijgerecht voor ±6 personen:

    • 12 appels van minimaal 4 verschillende appelrassen (zoet, fris-zuur, moesappels, handappels; zie blog hierboven)
    • 50 gram roomboter
    • 150 gram gele basterdsuiker
    • 2 vanillestokjes 
    • 5 eetlepels bruine rum
    • 1 à 2 eetlepels citroensap (afhankelijk van de zuurgraad van de appels)
    • een mespunt gemalen kardemom
    • een flinke mespunt gemalen kaneel (liefst versgemalen Ceylonkaneel; zie mijn eerdere blog hierover)

    Bereiding:

    1. Schil de appels en verwijder de klokhuizen. Snijd de appels grof in blokjes.
    2. Smelt de boter in een grote pan met dikke bodem. Voeg de suiker toe en laat het geheel licht karamelliseren.
    3. Dan mogen de appelstukjes erbij. Roer goed.
    4. Snijd de vanillestokjes in de lengterichting open en schraap met een mes het merg eruit. Voeg het vanillemerg, de uitgeschraapte vanillestokjes, de rum, het citroensap, de kardemom en de kaneel toe aan de appels.
    5. Draai het vuur hoog en laat de appels onder af en toe omscheppen gaar worden. Uiteindelijk zal het vocht grotendeels verdampt zijn. Een deel van de appelstukjes is tot moes gekookt, andere hebben nog een bite. Verwijder de vanillestokjes.
    6. Laat de appelcompote afkoelen in de koelkast, want ijskoud is hij het allerlekkerst! 

    Tips:

    1. Deze appelcompote is zo speciaal, wat mij betreft is hij zelfs 'kerst-waardig'! Heerlijk met wild of een feestelijk geroosterd piepkuiken!
    2. Nog even en ik kan ook mijn Gieser Wildemanpeertjes oogsten. Weten hoe je die lekker klaarmaakt? Ga dan snel naar het recept voor mijn stoofpeertjes!

    Stoofpeertjes met rode port


    dinsdag 12 september 2017

    Botermals draadjesvlees in een Italiaanse tomatensaus

    Wie is er niet dol op draadjesvlees? Mij kun je in elk geval wakker maken voor een zacht, op de tong smeltend sukadelapje. Mét veel saus. 😋


    Het recept voor deze sukadelapjes in een fruitige Italiaanse tomatensaus is één van mijn lievelingsrecepten. En van mijn man. Hoe vaak heeft hij niet verzucht: "Waarom maken ze zoiets lekkers nu niet in een restaurant? Dan zou ik veel vaker gaan uit eten!". Geweldig toch, zo'n tevreden eter aan tafel. 


    Als ik ze kan krijgen, gebruik ik Black Angus-sukadelappen voor mijn stoofgerecht. Die zijn mooi dooraderd met vet, wat ervoor zorgt dat het eindresultaat echt botermals wordt. Zoooo lekker!

    De saus waar de lapjes in gaar gesudderd zijn is niet alleen verrukkelijk, hij is ook nog eens supergezond. Kijk maar eens in de ingrediëntenlijst hoeveel groenten erdoorheen gaan. Voor vier personen heb je maar liefst 10 trostomaten, 300 gram worteltjes, 2 uien, een bosje bladselderij en een blik tomatenstukjes nodig! Dat lijkt veel te veel, maar als je eenmaal begint te snoepen van die saus, kun je niet meer stoppen, zo is mijn ervaring...

    Zeker als je bij je Italiaanse stoofpotje lekkere in de oven geroosterde aardappeltjes (gebruik mijn recept, maar laat de kummel weg) serveert. Ik eet elk aardappeltje altijd met een flinke hap saus. Mmmm! Pureer je saus liever niet: al die stukjes herkenbare groenten erin is echt heerlijk!


    Recept Botermals draadjesvlees in een Italiaase tomatensaus


    Botermals draadjesvlees in een Italiaanse tomatensaus


    Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:

    • 4 mooi dooraderde sukadelapjes à 250 gram (bij voorkeur sukadelappen van het Black Angus-rund)
    • zout en versgemalen zwarte peper
    • plantaardige margarine en pure olijfolie
    • 2 flinke uien
    • 300 gram geschrapte worteltjes
    • een bosje bladselderij
    • 1 blik tomatenstukjes
    • 250 ml droge rode wijn (bij voorkeur Italiaanse)
    • 4 dl runderfond
    • 1 eetlepel fijngehakte tijmblaadjes of 1 theelepel gedroogde tijm
    • 1 eetlepel fijngehakte marjoleinblaadjes of 1 theelepel gedroogde marjolein
    • 3 laurierblaadjes
    • 2 stukjes foelie
    • 10 zwarte peperkorrels
    • 1 à 2 eetlepels bruine basterdsuiker (afhankelijk van de zuurgraad van je tomaten)
    • 10 rijpe trostomaten
    • eventueel nog wat bouillonpoeder
    • een scheut extra vergine olijfolie (optioneel)

    Bereiding: 

    1. Bestrooi de sukadelapjes met zout en peper.
    2. Verhit wat margarine en olijfolie in een braadpan met dikke bodem en bak hierin de sukadelapjes stevig aan. Neem de lapjes uit de pan.
    3. Snipper de uien en hak de worteltjes fijn. Fruit de groenten in het resterende vet in de pan totdat ze goudbruin zijn.
    4. Hak de bladselderij. Voeg de selderij, de tomatenstukjes, de wijn, de fond, de tijm, de marjolein, de laurierblaadjes, de foelie, de peperkorrels en de bruine suiker toe aan het groentemengsel. Verwarm het geheel.
    5. Leg de sukadelapjes in de saus en sudder ze in ±1½ uur met het deksel op de pan bijna gaar.
    6. Kruis ondertussen de tomaten in en dompel ze 20 seconden onder in kokend water. Dan laten de velletjes makkelijk los. Ontpit de tomaten en snijd het vruchtvlees in blokjes.
    7. Voeg de verse tomaten toe aan de sukadelapjes en sudder ze nog ongeveer een halfuur mee. Laat daarbij het deksel van de pan, zodat de saus wat kan inkoken.
    8. Test de sukadelapjes op gaarheid. Ze moeten bijna uit elkaar vallen.
    9. Proef de saus en voeg eventueel nog wat bouillonpoeder, bruine suiker en/of peper toe. 
    10. Ik vind het lekker om de saus, nadat ik het vuur uitgedraaid heb, af te maken met een scheut fruitige olijfolie. Maar ook zonder extra olie is hij heerlijk; aan jou de keus!

    Tips:

    1. Zet de pan met draadjesvlees gewoon op tafel. Zo kan ieder zo veel saus opscheppen als hij of zij zelf wil!
    2. Maak dit gerecht bij voorkeur een dag van tevoren. Dan kunnen de smaken lekker doortrekken. Je kunt de sukadelapjes zelfs invriezen, als je dat zou willen; mét saus. Maak daarom eens een keer een grote portie en vries die in kleinere hoeveelheden in. Makkelijk als je een dag niet veel tijd hebt om te koken.
    3. Het recept voor de aardappeltjes op de foto vind je ook op dit blog. Laat de kummel uit het recept achterwege.

    Aardappeltjes uit de oven

    woensdag 6 september 2017

    Snel gebakken: makkelijke citroentaart

    Heb jij dat ook, dat je een makkelijk en snel recept vaker uit de kast trekt dan een heel bewerkelijk? Dat is voor mij de reden dat ik mijn citroentulband zeer regelmatig bak (het beslag is echt binnen een kwartier klaar). En natuurlijk is hij ook erg lekker! 😋


    Laatst kreeg ik een mooie nieuwe bakvorm cadeau. De keus wat ik erin zou bakken was gauw gemaakt: dat zou mijn citroentulband worden! Maar nu kon ik het natuurlijk geen 'tulband' meer noemen. Het was een citroentaart geworden.

    Vanwege de iets andere inhoudsmaat paste ik ook de ingrediëntenlijst en de baktijd een beetje aan. Daarom hieronder toch nog maar eens het recept, ook al ken je, als trouwe volger, mijn tulband al.


    Recept Snel gebakken: makkelijke citroentaart



    Snel gebakken: makkelijke citroentaart


    Ingrediënten voor de citroentaart:

    • 85 gram zachte roomboter + een beetje extra boter voor het invetten van de bakvorm
    • 115 gram zonnebloemolie
    • 200 gram witte basterdsuiker
    • 1 zakje vanillesuiker
    • een snufje zout
    • de rasp van 1 grote citroen
    • 4 eieren, losgeklopt in een kopje
    • 200 gram zelfrijzend bakmeel + een beetje extra meel voor het bestuiven van de bakvorm

    Ingrediënten voor het glazuur:

    • 150 gram poedersuiker
    • enkele eetlepels versgeperst citroensap, gezeefd

    Bereiding:

    1. Verwarm de oven (bij voorkeur een oven zonder heteluchtcirculatie, dus met onder- en bovenwarmte) voor tot 160°C.
    2. Vet een taartbakvorm met een inhoud van ±1,6 liter (zie tip onder dit recept) in met wat boter. Bestuif de vorm met zelfrijzend bakmeel. Er mag geen plekje onbedekt zijn, want daar kan de taart later blijven plakken.
    3. Klop de roomboter samen met de olie, de twee soorten suiker, het zout en de citroenrasp smeuïg.
    4. Voeg één voor één de eieren toe en klop elke keer totdat de eieren helemaal zijn opgenomen.
    5. Zeef het zelfrijzend bakmeel boven de kom en klop het door het beslag.
    6. Doe het beslag over in de bakvorm en plaats de taart op een rooster iets onder het midden van de oven. Bak de taart in ±55 minuten gaar en lichtbruin.
    7. Prik met een satépen in de taart om de gaarheid te testen. Er mogen wat kruimeltjes deeg aan de satépen blijven hangen, maar geen vochtig beslag.
    8. Stort de taart op een rooster en laat hem afkoelen.
    9. Roer een stevig glazuur van de poedersuiker en het citroensap. Voeg niet te veel citroensap in één keer toe; je hebt niet veel nodig.
    10. Bestrijk de bovenkant van de taart met het glazuur. Het glazuur zal een beetje naar beneden gaan druipen langs de zijkanten, hetgeen een mooi effect geeft. 

    Tips:

    1. De inhoud van een bakvorm kun je meten door er met behulp van een litermaat water in te gieten.
    2. Deze taart wordt extra smeuïg doordat je een deel van de roomboter (uit het klassieke recept) vervangt door zonnebloemolie. Heerlijk!
    3. Je kunt deze taart makkelijk een dag voor het serveren al bakken. Hij blijft zeker een dag of drie zacht en lekker! 

    dinsdag 5 september 2017

    Wentelteefjes van briochebrood met rood fruit en roomijs

    Dit recept voor wentelteefjes had ik, compleet met foto's, midden in de zomer al klaar staan om te posten. Maar ja, wentelteefjes, die maak je met veel eieren. En toen diende zich uit het niets opeens een heuse eiercrisis aan... Je begrijpt het: die post moest ik even uitstellen.


    Inmiddels liggen de winkels weer vol met, naar we mogen hopen, gezonde eieren. Dus bakken die wentelteefjes!


    Als je er net als ik briochebrood voor gebruikt, worden ze superluchtig en licht. Wat vers fruit en een bolletje roomijs erbij en smullen!


    Wat denk je trouwens: gaat 'eiercrisis' dit jaar het woord van het jaar worden? Of misschien 'fipronil-affaire'? Of gaan we straks in december voor een wat vrolijker woord?



    Wentelteefjes van briochebrood met rood fruit en ijs


    Waarom heten wentelteefjes 'wentelteefjes'?


    Nu we het toch over woorden hebben, wat vind je van het woord 'wentelteefje' en dan met name van het laatste deel van dat woord? Waar het wentelen vandaan komt, lijkt voor de hand te liggen: je draait de sneetjes brood om terwijl je ze in ei doopt en bakt. Maar dat 'teefje' klinkt toch beslist curieus... Heeft dat wellicht iets met een hond te maken?

    Ik ben eens wat gaan zoeken in etymologische (woorden)boeken en kwam diverse theorieën tegen. Welke waar is, wie zal het zeggen?

    In elk geval komt die hond echt in beeld. In Dordrecht was in de 19e eeuw het woord 'draaireuen' in zwang; ook een hond dus, maar dan anders. En de Friezen hadden het vroeger over 'gebraden hondsvotjes'.

    En wat dacht je van de theorie, die beweert dat 'wentelteefjes' komt van de opdracht 'wentel 't even(tjes)'?

    Het meest plausibel klinkt (wat mij betreft) de verklaring die zegt dat een 'teef' in vroeger tijden een soort gebak was. Men kende ook de zogenaamde 'appelteef'. Ik heb alleen nergens kunnen achterhalen om wat voor soort gebak het ging, helaas.


    Verloren of gewonnen brood


    Overigens worden wentelteefjes ook wel 'verloren' of 'gewonnen' brood genoemd. In Frankrijk spreken ze nog steeds van 'pain perdu'. Het 'winnen' van het brood zou gaan over het weer bruikbaar maken van oud, maar nog niet beschimmeld, brood. Er zijn mensen die ervan uitgaan dat het woorddeel 'wentel' niets te maken heeft met draaien, maar dat het is afgeleid van 'wenden' of 'winnen'.


    Wentelteefjes van luxe briochebrood


    Zelf maak ik mijn wentelteefjes regelmatig van wat ouder, een beetje uitgedroogd brood. Zo gauw je de sneetjes in een mengsel van losgeklopt ei en melk legt, zuigen ze zich helemaal vol. Van de droge smaak is niets meer te proeven!

    Dat neemt niet weg dat je ook gewoon vers brood kunt gebruiken. Als ik mijn gezin extra wil verwennen, koop ik zelfs speciaal luxe briochebrood voor mijn wentelteefjes. Dat snijd ik in heel dikke plakken (minimaal 2,5 à 3 cm dik), voordat ik het door een gezoet ei-melkmengsel haal en krokant bak in de koekenpan. Tijdens het bakken gaart het ei. Daardoor gaan de toch al luchtige brioche-wentelteefjes prachtig souffleren. Ze blijven nog even mooi hoog als ik ze serveer op  warme borden, maar na verloop van tijd zakken ze toch onherroepelijk in. Zo gaat dat nou eenmaal met gesouffleerd ei. De smaak lijdt daar overigens niet onder.


    Wentelteefjes met citroen- of kaneelsuiker


    Als er iets te vieren is, serveer ik mijn brioche-wentelteefjes als feestelijk ontbijt of als lunch. Met alleen maar een beetje suiker. Of nog lekkerder: met citroensuiker (witte basterdsuiker vermengd met geraspte citroenschil) of kaneelsuiker; in het laatste geval gaat er geen citroenrasp door het ei-melkmengsel.


    Citroensuiker


    Wentelteefjes als spectaculair dessert


    Wentelteefjes van briochebrood zijn helemaal spectaculair als dessert. De combinatie van de warme sneetjes brood met koud romig ijs en fris rood fruit vind ik absoluut geweldig.


    Sappig rood fruit


    Dit dessert kan wat mij betreft het hele jaar. In de zomer is het rode fruit op zijn best. Maar tegenwoordig kun je het ook in de winter overal kopen. Zelfs met kerst of Pasen zal iedereen blij verrast zijn als je je diner met deze verrukkelijke wentelteefjes met rood fruit en roomijs afsluit!


    Recept Wentelteefjes van briochebrood met rood fruit en roomijs


    Wentelteefjes van briochebrood met rood fruit en roomijs


    Ingrediënten voor een dessert voor 4 personen:


    Voor de wentelteefjes: 

    • 4 dikke sneetjes brioche (minimaal 2,5 à 3 cm dik)
    • 3 eieren (maat L)
    • 4 dl volle melk
    • 50 gram witte basterdsuiker
    • de rasp van ½ citroen
    • een snufje zout
    • roomboter of vloeibare margarine

    Voor de citroensuiker:

    • de rasp van ±½ citroen
    • witte basterdsuiker naar smaak

    Voor het garnituur:

    • 4 bolletjes vanilleroomijs (kant-en-klaar of zelfgemaakt; recept maanzaadijs zonder maanzaad uit een eerdere blog)
    • 400 gram rood fruit (ik gebruikte kleine aardbeien, frambozen, bramen en blauwe bessen)
    • enkele takjes munt

    Bereiding:

    1. Klop in een kom de eieren samen met de melk, de basterdsuiker, de geraspte citroenschil en het zout tot een egale massa.
    2. Snijd de sneetjes brioche een keer door.
    3. Leg ze in de eiermassa en geef ze de kans zich vol te zuigen met vloeistof.
    4. Verhit ondertussen een beetje boter in een grote koekenpan.
    5. Breng de sneetjes brood voorzichtig over naar de pan en bak ze op middelhoog vuur aan beide kanten goudbruin. Draai het vuur lager zo gauw ze bruin zijn. Laat de sneetjes nog enkele minuten in de pan liggen. De wentelteefjes zijn klaar als ze mooi gesouffleerd zijn. Ze zakken overigens wel weer een beetje in als ze afkoelen, maar dat maakt ze niet minder lekker.
    6. Vermeng tijdens het bakken in een schaaltje wat basterdsuiker met geraspte citroenschil. Pas de hoeveelheid citroenschil aan aan je eigen smaak.
    7. Leg op elk bord 2 wentelteefjes. Bestrooi ze met een lepeltje citroensuiker. Verdeel het fruit over de borden. Schep er een bolletje vanilleroomijs naast. Garneer met de munt.

    Tips:

    1. Je kunt het fruit al schoonmaken ruim voor de maaltijd. Bak de wentelteefjes wel pas vlak voor het serveren.
    2. Zet een restje citroensuiker in een schaaltje op tafel. Dan kunnen de echte zoetekauwen nog een beetje extra nemen.

    donderdag 31 augustus 2017

    Mediterrane tomatensalade met gemarineerde olijven

    Ik kocht laatst superverse trostomaten op de DakMarkt in Den Haag en maakte er een heerlijke mediterrane tomatensalade met gemarineerde olijven mee.


    DakMarkt? Dat is een boerenmarkt boven op het dak van een hoog industrieel gebouw midden in Den Haag. Hieronder lees je er alles over!



    Mediterrane tomatensalade met gemarineerde olijven


    Boerderij midden in de stad?


    Blogger zoekt boer...

    "Ja", zul je zeggen, "dan moet je niet in de stad blijven!". Nou, misschien juist wel! Maar je moet tijdens het zoeken niet naar de grond kijken, maar omhoog...

    Ik zal nog een tipje van de sluier oplichten: het boerenbedrijf, dat deze blogger vond, bevindt zich op een steenworp afstand van Station Moerwijk midden in Den Haag. Advies: kijk wel uit met het werpen van die steen, want je wilt niet dat de ruiten van het bedrijf sneuvelen...

    Zijn mijn aanwijzingen nog steeds te cryptisch?


    Dakboerderij van de Urban Farmers


    OK. In het hart van de hofstad kwam ik laatst een heuse dakboerderij op het spoor. Ja, dat woord moet je letterlijk nemen: het gaat om een boerderij gevestigd op het dak van een gebouw. En niet zomaar een gebouw. Echt een torenhoog gebouw, De Schilde.

    Als je aan komt lopen, zie je al van ver de glazen kassen, boven op de toren, schitteren in de zon.


    Glazen kassen met groenten boven op het dak


    Met een lift zoef je naar boven om vervolgens een van de meest futuristische boerderijen te betreden die je ooit hebt gezien: het bedrijf van de Urban Farmers.


    DakMarkt, boerenmarkt boven op het dak van De Schilde


    Vanuit de lift kom je eerst in de boerderijwinkel, die heel toepasselijk de 'DakMarkt' wordt genoemd. Overal staan vrolijke oranje kratjes waarin superverse tomaten, paprika's, aubergines, komkommers en kropjes sla naar je liggen te lonken.


    Verse groenten op de DakMarkt


    Een paar dagen voordat ik zelf de Urban Farmers bezocht, had ik via internet al een rondleiding geboekt. De verleidelijke groenten moesten dus even wachten. Want eerst wilde ik alles te weten komen over dit curieuze bedrijf en met eigen ogen zien hoe die groenten gekweekt werden. En de vis. Want naast kasgroenten worden hier ook tilapiavissen gekweekt. Niet op de bovenste verdieping, want daar staan dus die kassen, maar één etage lager.


    Rondleiding Urban Farmers


    Onze rondleiding begon op het balkon naast de dakmarkt (overigens, het uitzicht van daaruit over Den Haag is echt adembenemend). Daar vertelde onze charmante gids ons alles over het ontstaan van het bedrijf en de productiemethode.


    Alles over aquaponics


    In het kort het opzienbarendste: UF werkt met een zogenaamd aquaponics-systeem. De combinatie viskweek en glastuinbouw is daarbij niet willekeurig gekozen. De twee kweken, aquacultuur (het kweken van waterdieren, zoals in dit geval vissen) en hydrocultuur (het kweken van planten in water) werken samen op een symbiotische manier. Heel duurzaam dus.


    Reservoirs vol met tilapiavissen


    Hoe dat precies in de praktijk gebeurt, zagen we in het vervolg van de rondleiding. Nadat alle deelnemers beschermende kleding hadden aangetrokken en hun handen hadden ontsmet, werden we een grote, warme ruimte in geleid met daarin enorme waterreservoirs vol met tilapiavissen. In totaal worden hier tegelijkertijd maar liefst 17.000 vissen grootgebracht! Elke week worden er 500 geoogst en aangeboden aan de lokale horeca.


    De hal waar de vissen worden gekweekt



    Enorme reservoirs met tilapiavissen


    Van visuitwerpselen tot plantenvoeding


    Al die vissen samen produceren grote hoeveelheden uitwerpselen. Waarom ik juist daarover begin? Omdat het die uitwerpselen zijn, die het begin vormen van de keten van het aquaponics-systeem. In eerste instantie zijn uitwerpselen van vissen toxisch; er zit giftig ammonia in. Maar als je het afval slim opvangt en er een bepaalde soort bacteriën op laat inwerken, dan breken die bacteriën de uitwerpselen af in nitraten en nitrieten. Precies de bouwstoffen die planten nodig hebben voor hun voeding!


    In grote bakken bewerken bacteriën de visuitwerpselen


    Het afvalwater van de viskweek (met al zijn voedingsstoffen) wordt vervolgens naar boven geleid, echt naar het dak, waar de kassen staan met het hydrocultuur-systeem voor de planten. Wij gingen daar natuurlijk ook naartoe. En we zagen met verbazing hoe al die duizenden kasplanten floreerden op de nitraten en de nitrieten van de vissen!

    In de warmte van het zonlicht daarboven, hoog op wat wel het dak van de wereld leek, groeiden onder het glas rijen en rijen vol met tomaten, aubergines, komkommers, courgettes, talrijke slasoorten en tuinkruiden. Geweldig om te zien! We keken er onze ogen uit!


    Rijen vol met allemaal verschillende soorten sla


    Hier zie je goed hoe de hydrocultuur er uitziet



    Tomaten, tomaten en nog eens tomaten


    Prachtige rijpe aubergines klaar om geplukt te worden


    Planten filteren het water voor de vissen


    Maar daar eindigt het verhaal van de aquaponics nog niet. Want wat doen al die planten met het nitraat- en nitrietrijke water? Die halen er alles uit wat ze nodig hebben en maken het water als het ware weer 'schoon'. Zo schoon, dat het water vervolgens weer terug kan stromen de visreservoirs in. En zo is de cirkel rond!

    Ingenieus toch, dat aquaponics-systeem! En heel efficiënt. Misschien heb ik vorige week wel een kijkje gekregen in dé boerderij van de toekomst!


    Tomatensalade van de DakMarkt


    Uiteraard kon ik het na de rondleiding niet laten om ook nog wat van die heerlijke tomaten te kopen.


    Mijn aankopen van de DakMarkt


    Ik had thuis in de koelkast nog een restje staan van de gemarineerde olijven van een dag eerder. Samen met de tomaten maakte ik er een verrukkelijke salade van.


    Boek zelf een rondleiding bij de hoogste boerderij van Den Haag


    Snel namaken deze tomatensalade met gemarineerde olijven!

    Maar nog belangrijker: woon je in (de buurt van) Den Haag? Ga dan zelf eens een kijkje nemen bij de Urban Farmers. Via hun website kun je makkelijk een rondleiding boeken! Er zijn zelfs speciale kindertours. Bovendien ben je elke woensdag- en vrijdagmiddag welkom op de DakMarkt om je eigen groenten te kopen. Doen!


    De gemarineerde olijven voor bij de tomatensalade



    Mediterrane tomatensalade met gemarineerde olijven


    Ingrediënten voor een bijgerecht voor 4 personen:


    Voor de tomatensalade:

    • 600 gram smaakvolle kleine trostomaten (bijv. Tasty Tom-tomaatjes)
    • een handje basilicumblaadjes
    • versegeknipte bieslookringetjes
    • 1/2 portie gemarineerde olijven (zie het recept van gisteren)

    Voor de vinaigrette:

    • 3 eetlepels witte balsamicoazijn
    • 9 eetlepels extra vergine olijfolie
    • zout en versgemalen zwarte peper

    Bereiding:

    1. Neem de olijven een halfuur voor het serveren uit de koeling; op kamertemperatuur zijn ze het lekkerste.
    2. Doe alle ingrediënten voor de vinaigrette in een lege jampot. Schud er een sausje van.
    3. Snijd de tomaten in dunne plakjes.
    4. Leg de tomatenplakjes mooi op een schaal. Schenk de vinaigrette over de tomaten. Verdeel de olijven eroverheen. Garneer het geheel met de basilicumblaadjes en de bieslook.
    5. Serveer meteen.

    woensdag 30 augustus 2017

    Hapjes om te delen: pikant gemarineerde olijven

    Voor mij bestaat er geen gezelligere sociale activiteit dan samen eten. Dat mag een open deur zijn voor een foodblogger, als volger vaar je daar wel bij!


    Want het leidt tot heel veel recepten voor lekkere hapjes, die ook jij met je vrienden en familie kunt delen. Samen genieten is dubbel genieten, niet waar?!


    Wanneer trakteer jij op deze overheerlijke olijven, gemarineerd in olijfolie met citroen, verse kruiden, knoflook, Spaanse peper en een vleugje exotische komijn?


    Recept Hapjes om te delen: pikant gemarineerde olijven


    Hapjes om te delen: pikant gemarineerde olijven


    Ingrediënten:
    • 300 gram milde zwarte olijven zonder pit
    • 3 teentjes knoflook, deels fijngehakt en deels in dunne plakjes gesneden
    • 1 zeer fijn gehakte Spaanse peper (zonder pitjes en zaadlijsten)
    • 4 eetlepels versgehakte basilicumblaadjes
    • 2 eetlepels versgehakte marjolein
    • 2 eetlepels versgehakte oregano
    • 2 eetlepels versgehakte tijmblaadjes
    • 2 eetlepels versgeknipte bieslookringetjes
    • 1/4 à 1/2 theelepel gemalen komijn (naar smaak)
    • een flinke scheut extra vergine olijfolie
    • ±1 eetlepel citroensap (naar smaak)
    • versgemalen zwarte peper

    Bereiding:

    1. Roer een marinade van alle ingrediënten vanaf de knoflook.
    2. Marineer de olijven er minimaal 2 uur in. Langer marineren maakt de olijven alleen maar lekkerder. Zelf zet ik ze de avond voor het serveren al in de koelkast.
    3. Neem de olijven een halfuur voor het serveren uit de koelkast; ze smaken lekkerder als ze niet al te koud zijn.

    Tips:

    1. Kun je een van de verse kruidensoorten niet krijgen? Laat die dan weg uit het gerecht of vervang ze door diepvrieskruiden; gedroogde kruiden zijn niet geschikt.
    2. Nog meer recepten voor hapjes om te delen? Volg dan de link 'hapjes' in de header van dit blog!

    woensdag 23 augustus 2017

    Maak nu zelf Griekse tomatenrijst

    Ben jij ook zo dol op die heerlijke tomatenrijst, die je altijd als bijgerecht krijgt in een Grieks restaurant?


    Je kunt die rijst ook zelf maken. Het recept is echt doodeenvoudig. Dus waar wacht je nog op?



    Recept Zomerse Griekse tomatenrijst


    Zomerse Griekse tomatenrijst


    Ingrediënten voor een bijgerecht voor 4 à 6 personen:

    • 4 ons langkorrelrijst
    • ±1 liter water
    • 2 vleesbouillonblokjes
    • 1 groot blikje tomatenpuree
    • 2 teentjes knoflook uit de pers
    • enkele druppels tabasco
    • 2 theelepels gedroogde marjolein
    • 2 theelepels gedroogde oregano
    • een forse scheut Griekse extra vergine olijfolie
    • eventueel nog een beetje zout 

    Extra:

    • een paar takjes oregano voor de garnering

    Bereiding:

    1. Breng het water aan de kook en los de bouillonblokjes en de tomatenpuree erin op.
    2. Maak de tomatenbouillon op smaak met de knoflook, de tabasco, de marjolein en de oregano. 
    3. Strooi de rijst in de bouillon en breng het geheel opnieuw aan de kook.
    4. Laat de rijst koken totdat hij door en door gaar is (kijk voor het aantal minuten op de verpakking). Tomatenrijst mag iets gaarder en zachter zijn dan beetgaar. Als de rijst gaar is, is al het water opgenomen. Het kan zijn dat je de laatste minuten nog een beetje water moet toevoegen omdat het geheel te droog dreigt te worden. De tomatenrijst moet heerlijk smeuïg zijn.
    5. Proef de rijst en voeg eventueel nog wat zout en/of tabasco toe.
    6. Draai het vuur uit en roer nog een fikse scheut Griekse olijfolie door je gerecht.

    Tip:

    Heerlijk erbij: de slawraps met kruidige mediterrane varkenshaasreepjes, waarvan ik je het recept eerder deze week al gaf! 


    Slawraps met fantastisch gekruide varkenshaasreepjes



    dinsdag 22 augustus 2017

    Slawraps met fantastische mediterrane varkenshaasreepjes

    Wraps, een aantal jaren geleden had nog bijna niemand ervan gehoord. Tegenwoordig verpakken we bijna alles in de makkelijke tortillawraps die verkrijgbaar zijn in elke supermarkt. Nou ja, alles? Alleen eten natuurlijk!


    En we kennen ondertussen ook ander inpakmateriaal dan alleen die tortillawraps: omeletten, rijstvelletjes, Japanse norivellen, pitabrood, druivenbladeren. Maar wist je dat je ook slablaadjes kunt gebruiken als wrap?


    De grote buitenste bladeren van een flinke krop kun je helemaal om je vulling heen oprollen. Dat ziet er leuk uit! Wel meteen opeten, want anders verliest de sla zijn krokantje en daarin schuilt nou net zijn charme.

    In dit recept gebruik ik de wat kleinere blaadjes van de little gem, ook wel baby-romainsesla genoemd, als wraps. Die zijn lichtzoet en hebben een heerlijke crunch.


    Slawraps met mediterrane varkenshaasreepjes


    Ik vul ze met malse reepjes varkenshaas, die ik eerst urenlang marineer in een verrukkelijk mediterraan kruiden- en specerijenmengsel alvorens ik ze kort roerbak.


    Varkenshaasreepjes in een kruidige mediterrane marinade


    Nog wat ringetjes Spaanse peper en bosui erbij en klaar zijn mijn slawraps met kruidige varkenshaas! Ik vouw mijn wraps niet dicht. De vulling ziet er zo aantrekkelijk uit; die wil je toch niet verstoppen!

    Je kunt met deze kruidige varkenshaaswraps vele kanten uit. Ik serveer ze zelf meestal als hoofdgerecht. Want ik kan er niet genoeg van krijgen! Voor erbij maak ik een pan vol met Griekse tomatenrijst. Zo lekker! Later deze week zal ik je dat recept ook geven.


    Griekse tomatenrijst


    Je zou je wraps ook als voorgerecht kunnen geven. Dan heb je er natuurlijk wel wat minder van nodig. Twee kleine wraps per persoon is voldoende. Heerlijk om een mediterraan etentje hiermee te beginnen.

    Ook leuk: verdeel allemaal verschillende mediterrane hapjes over zo'n mooie lange hapjesplank, die je tegenwoordig overal ziet in kookwinkels. En leg daar dan meteen deze kruidige slawraps bij!


    Recept Slawraps met fantastische mediterrane varkenshaasreepjes


    Slawraps met fantastische mediterrane varkenshaasreepjes


    Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:


    Voor de kruidige varkenshaasreepjes:

    • 600 gram varkenshaas
    • 1 rode ui in ringen
    • 3 theelepels gedroogde tijm
    • 3 theelepels gedroogde oregano
    • 3 theelepels mild paprikapoeder
    • 1½ theelepel gedroogde basilicum
    • 1½ theelepel gemalen komijn (djintan)
    • 1/3 theelepel pikant paprikapoeder
    • 1 teentje knoflook uit de pers
    • 2 eetlepels olijfolie
    • zout en versgemalen zwarte peper

    Voor de slawraps:

    • 2 à 3 kropjes little gem (kleine kropjes romainesla; afhankelijk van de grootte)
    • 1 Spaanse peper
    • ±4 bosuitjes
    • een scheutje extra vergine olijfolie

    Bereiding:

    1. Roer een marinade van alle ingrediënten vanaf de rode ui tot en met de zwarte peper.
    2. Snijd de varkenshaasjes in dunne, niet al te lange reepjes.
    3. Schep de marinade door het vlees. Marineer het vlees minimaal 4 uur.
    4. Neem de varkenshaasreepjes een halfuur voor het bereiden uit de koelkast om op kamertemperatuur te komen. Verwijder de uienringen.
    5. Was de sla. De allerkleinste blaadjes heb je niet nodig. Bewaar die voor iets anders. Leg de slablaadjes een halfuur in ijskoud water om extra krokant te worden. Leg de bosuitjes erbij.
    6. Snijd de peper doormidden. Rol de twee stukken even tussen je handen. De zaadjes laten dan los; je kunt ze er zo uitkloppen. Zonder zaadjes is de peper iets minder pikant. Snijd de peper in dunne ringetjes.
    7. Snijd ook de bosuitjes in ringetjes.
    8. Verhit een koekenpan of wok. Roerbak de reepjes varkenshaas op middelhoog vuur totdat ze goudbruin en gaar zijn (het toevoegen van extra olie is tijdens het roerbakken niet nodig). Proef en voeg eventueel nog wat zout en/of peper toe.
    9. Neem de reepjes uit de pan en laat ze gedurende een paar minuten een beetje afkoelen. Schep er een lekkere scheut extra vergine olijfolie, de rode peper en de bosui doorheen.
    10. Droog de sla. Leg de slablaadjes naast elkaar op een serveerschaal of op individuele borden. Vul de wraps met de kruidige varkenshaasreepjes. Serveer meteen.

    Tips:

    1. Snijd de varkenshaas ook eens in piepkleine blokjes. Marineer en braad die vervolgens en laat ze even afkoelen. Snijd ook de sla fijn. Vul kleine glaasjes met beurtelings laagjes sla en vlees (en eventueel nog wat aïoli). Zo creëer je snel heerlijke verrines of amuses.
    2. Liever een 'traditionele' tortillawrap? Vul je wrap dan met de varkenshaasreepjes en in stukjes gescheurde slablaadjes. Heerlijk met aïoli of tzatziki. 

    donderdag 10 augustus 2017

    Toastjes met gedroogde ham en een frisse artisjokkencrème

    Spaanse pata negra en serranoham, Italiaanse San Daniele en parmaham, Belgische gandaham, Limburgse Livarsjink: het zijn allemaal voorbeelden van verrukkelijke gedroogde hammen.


    Dun gesneden zijn ze heerlijk als hapje bij de borrel. En natuurlijk smaken ze erg lekker op een sneetje ambachtelijk desembrood.


    Zelf serveer ik ze regelmatig ook op toast. Het allerlekkerste vind ik de combinatie gedroogde ham, dunne olijfolietoast en een heel speciale, frisse crème van artisjokken.


    Toastjes met gedroogde ham en een frisse artisjokkencrème


    Ik maak die artisjokkencrème zelf. Het recept is heel eenvoudig. De basis wordt gevormd door gepureerde artisjokkenbodems. Waarschuwing: koop voor dit recept niet per ongeluk artisjokkenharten. Die zijn te vezelig en niet mooi te pureren tot een glad sausje. Ik heb een foto gemaakt van mijn artisjokkenbodems, voordat ik ermee aan de slag ging. Ze zijn gewoon verkrijgbaar in blikjes in de supermarkt. Je zou ook zelf artisjokken kunnen koken en schoonmaken, maar dat is zo veel werk. En de kosten kunnen behoorlijk oplopen...


    Artisjokkenbodems


    Voor het pureren heb je wel een foodprocessor nodig. Ik gebruik altijd het handige kleine kommetje dat de fabrikant heeft meegeleverd. Misschien red je het ook met de staafmixer, maar dat heb ik nooit geprobeerd.

    Naast artisjokkenbodems gaan er nog een paar eetlepels olijfolie, citroensap en mayonaise door de artisjokkencrème. Maal er wat zwarte peper overheen en klaar!


    Frisse artisjokkencrème


    Je kunt je artisjokkencrème ruim voor het serveren al maken. Bewaar hem afgedekt in de koelkast totdat je hem nodig hebt.

    De toastjes op de foto's komen van de Oil & Vinegar bij mij in de buurt. Ze bevatten niet te veel zout. En dat is belangrijk voor dit recept. De gedroogde ham is immers al zout genoeg!

    Stel je hapjes pas vlak voor het serveren samen. Zo blijft de toast lekker krokant.

    Wanneer deze toastjes met gedroogde ham van pas komen? Ik serveer ze vaak als borrelhapje of als amuse.

    Als ik serranoham gebruik mogen ze op mijn tapaplank (pata negra vind ik vaak wel erg duur...).

    Ook leuk: maak deze toastjes eens als hartig hapje bij een zomerse high tea, een feestelijke brunch (bijvoorbeeld voor kerst of Pasen) of een picknick!

    Of wat dacht je van oudejaarsavond? Spectaculair bij de champagne!

    Nog één laatste tip: ga liever niet voor een rauwe ham die gerookt is. Die smaakt heerlijk op toast, maar is niet zo lekker in combinatie met de artisjokkencrème. Iets voor een andere gelegenheid dus.

    Hieronder vind je het complete recept voor mijn hamhapjes met artisjok. Geniet ervan!


    Recept Toastjes met gedroogde ham en een frisse artisjokkencrème


    Toastjes met gedroogde ham en een frisse artisjokkencrème


    Ingrediënten (de hoeveelheid hapjes hangt af van de maat toastjes die je gebruikt):

    • 150 à 200 gram flinterdun gesneden gedroogde ham
    • 1 zakje toastjes (ik gebruikte olijfolietoast)
    • 125 gram gare artisjokkenbodems (op vocht, niet in olie; uit blik)
    • ±2 eetlepels frisse mayonaise
    • ±1 theelepel citroensap
    • ±1 eetlepel extra vergine olijfolie
    • versgemalen zwarte peper

    Bereiding:

    1. Pureer alle ingrediënten vanaf de artisjokkenbodems tot en met de peper samen in de foodprocessor. De artisjokkencrème moet mooi zalvig worden en er mogen geen stukjes meer in zitten. Proef en voeg eventueel nog een beetje extra van een of meer smaakmakers toe.
    2. Besmeer de toastjes elk met wat artisjokkencrème. Beleg ze met een plakje ham. Maal er nog wat zwarte peper overheen als je dat lekker vindt.

    Tips:

    1. Wat kun je nog meer doen met die heerlijke artisjokkencrème? Hier in huis vinden wij hem ook verrukkelijk bij een gegrilde kalfsentrecote of even door de bloem gewentelde en daarna kort in olijfolie gebakken kalfsschnitzeltjes! 
    2. Op dit blog kom je regelmatig recepten tegen met artisjokken. Ik ben er dol op! Klinken een salade van cherrytomaatjes, artisjokkenharten, zwarte olijven en verse kruiden en een maaltijdsalade van gemarineerde garnalen, artisjokkenharten en kruidensla jou ook zo lekker in de oren?

    Salade van cherrytomaatjes, artisjokkenharten, zwarte olijven en verse kruiden


    Maaltijdsalade van gemarineerde garnalen, artisjokkenharten en kruidensla


    dinsdag 8 augustus 2017

    Hapjes om te delen: romige kaasdip met knoflook

    Dol op kaas én op dipsausjes? Deze romige en tegelijkertijd pikante kaasdip (mét een flinke portie knoflook!) is een verrukkelijke combi van beide!


    Lekker met mijn flinterdunne pizzatoast of gewoon een zakje tortillachips uit de supermarkt!


    Hapjes om te delen: romige kaasdip met knoflook


    Broodbeleg uit de hele wereld, gewoon in Nederland


    Als je nooit buiten Nederland hebt gewoond, besef je waarschijnlijk niet hoe uitzonderlijk groot het assortiment aan broodbeleg is dat je hier kunt kopen. De lekkerste hammen uit Italië, Spanje, België en Duitsland, Spaanse chorizo, Italiaanse mortadella, bresaola en salami, Amerikaanse pastrami, een keur aan kazen uit heel Europa; het is er allemaal! En laten we niet vergeten welke overheerlijke (streek)producten onze eigen Hollandse kaasboeren en slagers allemaal fabriceren!

    Het overkomt me nog wekelijks dat ik gewoon naar binnen stap bij mijn eigen supermarkt of delicatessenwinkel en dat ik mijn ogen uitkijk. Ik weet gewoon niet wat ik moet kiezen: het ziet er allemaal zo lekker uit. Spoiled for choice!

    Hoe anders was dat in Argentinië, Afrika en Maleisië, waar we jarenlang woonden...


    Broodbeleg in Argentinië


    In de tijd dat we in Argentinië woonden gold daar een zeer restrictief importbeleid. Alles in de winkels was het product van de 'Industria Argentina'. Vanwege het gebrek aan concurrentie was dat vaak geen keurmerk voor kwaliteit. Om van variëteit maar niet te spreken.

    Wel werden sommige internationale producten er nagemaakt. Daardoor aten we af en toe zogenaamde 'queso Holanda', Hollandse kaas, maar dat dat nou lekker was, dát kon je ook weer niet zeggen.

    Het lekkerste waren er de in de loop der tijd lokaal geworden broodbelegsoorten, die gemaakt werden door immigranten, zoals Italiaanse salami en Duitse casselerrib.

    Ook voor de gerookte waren uit de zuidelijke Andes-provincie Bariloche liepen we warm; denk aan gerookt hert, 'ciervo ahumado', en gerookt wild zwijn, 'jabalí ahumado'. Verrukkelijk! Helaas waren deze lekkernijen in Buenos Aires, waar wij woonden, vaak moeilijk verkrijgbaar.

    Als ik nu over het internet surf, zie ik trouwens dat er inmiddels veel veranderd is in culinair Argentinië!


    Schaars belegde boterhammetjes in Afrika


    Tijdens onze jaren in Afrika moesten we het qua broodbeleg meestal stellen met wat we zelf in onze koffers uit Nederland importeerden. We sleepten één keer per half jaar hele hammen, worsten en kazen mee. Eenmaal in Afrika gearriveerd sneed ik mijn buit met mijn snijmachine netjes in plakjes. In onsjes verpakt verdween daarna alles in mijn vriezer. Zo had ik weer een voorraad voor een paar maanden!


    Kaas kopen in Maleisië


    In Maleisië was op culinair gebied gelukkig veel meer te koop dan in Afrika. Dat was destijds een hele opluchting. Maar broodbeleg, dat bleef moeilijk. In het Verre Oosten wordt immers nauwelijks brood gegeten. En wij saaie Nederlanders waren toch wel verslaafd aan ons dagelijkse boterhammetje bij het ontbijt of de lunch.

    We belegden er ons (zelfgebakken) brood met koude kip, allerlei soorten en maten gehaktbroden, salades van tonijn uit blik en homemade chocoladepasta.

    Maar elke variatie was welkom. Elke soort broodbeleg, die we in de winkels konden vinden, probeerden we uit. Zo kocht ik er eens een potje zogenaamde 'cheddar cheese spread'.

    Voorzichtig proefde ik ervan; met het nodige wantrouwen. En terecht, puur was het spul nou niet bepaald lekker! Het leek een beetje op de smeerkaasjes, die je in Nederlandse supermarkten ook overal aantreft, maar dan veel vaster, een beetje kauwgomachtig. Ik had het willen gebruiken als beleg voor mijn flinterdunne en krokante pizzatoast (het recept vind je ook op dit blog), maar helaas.


    Pizzatoast: flinterdunne toast van gekruid pizzadeeg met olijfolie


    Een experiment met een verrukkelijk resultaat: romige kaasdip met knoflook


    Ander beleg had ik op dat moment niet in huis. Noodgedwongen ging ik dus maar experimenteren met mijn cheese spread. Gelukkig stond er in de koelkast nog een pakje room. Ook kon ik terugvallen op mijn voorraad smaakmakers; specerijen, knoflook en bosui waren er altijd wel. Op hoop van zegen gooide ik die door mijn kaaskauwgom...

    Het resultaat bleek verrassend lekker! Door de room werd de kaas fluweelzacht; en de knoflook, de bosui en een lepeltje cayennepeper pepten de smaak helemaal op! Ik had dan misschien geen nieuw broodbeleg gevonden; er was wel weer een lekker recept bijgekomen in mijn hapjesarsenaal, een kaasdip! Wat hebben we gesmuld, die avond!

    En dat doen we tot op de dag van vandaag nog steeds regelmatig. De romige kaasdip is zelfs één van onze favorieten geworden. In Nederland bereid ik hem met gewone smeerkaas uit het koelvak van de supermarkt. Probeer hem zelf ook eens uit en verbaas je met ons: onvoorstelbaar hoe je zoiets lekkers kunt maken van zo'n saai kaasje!

    Overigens heb ik de bosui inmiddels vervangen door de in Maleisië niet verkrijgbare bieslook. Die maakt de smaak iets verfijnder.

    Natuurlijk raad ik je van harte aan mijn pizzatoast bij de kaasdip te serveren, maar ik kan me voorstellen dat je dat in verhouding te veel werk vindt; de kaasdip is echt in vijf minuten klaar. Tortillachips (naturel) of nachos zijn echter een prima alternatief. Geniet van dit bijzonder geslaagde hapje!


    Recept Hapjes om te delen: romige kaasdip met knoflook


    Hapjes om te delen: romige kaasdip met knoflook


    Ingrediënten:

    • 2 kuipjes of puntjes smeerkaas à 150 gram, naturel
    • 1/2 à 1 theelepel cayennepeper
    • 4 teentjes knoflook, gesnipperd
    • 200 ml slagroom
    • lekker veel versgeknipte bieslook
    • 2 zakken nachos of tortillachips (naturel) of mijn pizzatoast

    Bereiding:

    1. Schep de kaas, de cayennepeper en de teentjes knoflook in de (kleine) mengkom van de foodprocessor. Voeg 100 ml slagroom toe. Zet de machine aan en vermeng het geheel tot een gladde massa.
    2. Voeg de rest van de slagroom toe en meng weer.
    3. Doe de kaasdip over in een kommetje.
    4. Roer de bieslook door de dip. 
    5. Serveer met de nachos, de tortillachips of de pizzatoast. 

    donderdag 3 augustus 2017

    Picknickvlaai: Limburgse 'greumelkesvlaai' met extra veel kruimeltjes!

    Greumelkesvlaai met extra veel kruimeltjes: in ons gezin wordt zo'n vlaai een "picknickvlaai" genoemd. Wil je weten waarom? Lees dan snel het onderstaande blog.


    En bak daarna meteen die vlaai. Want hij is me toch lekker!


    Limburgse 'greumelkesvlaai' met extra veel kruimeltjes


    Ideaal weer om te wandelen of te fietsen


    Je hoort het overal om je heen: veel Nederlandse thuisblijvers zijn de laatste paar weken niet erg happy met het weer. Na een goede start in juni en begin juli laat het strandweer het nu afweten. En het is maar zeer de vraag of dat zich binnen korte tijd weer gaat aanmelden...

    Maar medelanders, we gaan toch niet bij de pakken neerzitten! Bekijk het weerbericht ook eens van de zonnige kant (excusez le mot). De huidige temperaturen lenen zich uitstekend voor het maken van wandel- en fietstochtjes!


    Gezellig samen hapjes bakken voor onderweg


    Met al die praktische weer-apps en routekaarten, die je de hele dag bij de hand hebt op je telefoon, staat niets je in de weg om eenvoudig een uitstapje in te plannen, dat probleemloos tussen de buien door laveert. En wat doe je op de dag voor je tripje als het toch echt te veel regent? Dan duik je je keuken in en bak je samen gezellig een paar lekkere hapjes voor onderweg!


    Hartige picknickhapjes


    Die hapjes kunnen hartig zijn. Denk aan mini-saucijzenbroodjes gevuld met Indonesisch gehakt of krokante bagel chips met knoflook en basilicum.


    Mini-saucijzenbroodjes gevuld met Indonesisch gehakt


    Zoet picknickgebak


    Maar misschien wil je nog liever zoet gebak mee als je op stap gaat. Kinderen zijn daar in elk geval altijd voorstanders van...

    Op dit blog vind je veel recepten voor heerlijk zoet picknickgebak. Volg eens de links 'muffins', 'koekjes' of 'cake' (zie ook hiernaast onder 'labels') voor lekkere ideeën.

    Vraag je mij naar mijn persoonlijke uitstapjesfavorieten? Moeilijk kiezen, maar ik denk dat ik dan voor de brownies, de double chocolate walnut cookies of de maanzaadtulband met citroen en sinaasappel ga. Of misschien toch de ontbijtkoekmuffins?


    Misschien wel de allerlekkerste brownies



    Double chocolate walnut cookies


    Picknickvlaai: die nemen we mee!


    Nee, ik weet het: ik kies voor mijn picknickvlaai! Die draagt die geuzennaam niet voor niets!

    Toen mijn dochter klein was, lag er tijdens onze wandelingen zo vaak een doosje met picknickvlaai onder in het mandje van de kinderwagen! Voor vertrek had ik die al in punten gesneden. Grote punten en wat kleinere; voor de grote en de kleine trek onderweg.


    Greumelkesvlaai gevuld met extra veel roomboterkruimeltjes


    Wat wij verstaan onder picknickvlaai? Eigenlijk is dat gewoon een kruimelvlaai zonder vulling. Die vulling zou alleen maar gaan uitlopen of plakken tijdens het vervoer. Voor extra smaak bak ik mijn vlaai wel altijd met superveel kruimeltjes of 'greumelkes', zoals wij Limburgers die noemen. Zo lekker: al die greumelkes met hun verrukkelijke roombotersmaak! Je zou het bijna een boterkoekvlaai kunnen noemen, al zijn de greumelkes wat krokanter dan een boterkoek en wat minder spekkig. Sommige Limburgers noemen deze vlaai om die reden ook wel botervlaai.

    Hoe dan ook, mijn advies luidt: bak deze greumelkesvlaai vandaag nog. En stop morgen een paar punten in je rugzak als je op stap gaat. Valt het weer toch tegen? Organiseer dan een spelletjesdag binnen. Mét de vlaai als hoogtepunt natuurlijk. Hij verdwijnt gegarandeerd als sneeuw voor de zon. Ja zelfs als de zon er niet aan te pas komt. De bijgevoegde foto's zeggen genoeg, toch?!


    De kruimelvlaai komt vers uit de oven



    Even proeven van de eerste punt kruimelvlaai



    Voordat je het weet is er nog maar één punt kruimelvlaai over...
    Op is op!


    Picknickvlaai: Limburgse 'greumelkesvlaai' met extra veel kruimeltjes!


    Ingrediënten voor een vlaai met een doorsnede van ±32 cm:


    Voor het deeg:

    • 250 gram broodbloem
    • 6 gram gedroogde gist
    • ±1½ dl volle melk
    • 20 gram suiker
    • 5 gram zout
    • 20 gram zachte roomboter

    Voor de kruimeltjes:

    • 270 gram harde roomboter
    • 270 gram kristalsuiker
    • 400 gram patisseriebloem of patentbloem

    Extra:

    • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak
    • boter voor het invetten van de bakvorm
    • eventueel wat poedersuiker om over de vlaai heen te zeven.

    Bereiding:

    1. Strooi de gist in de beslagkom van een stevige staande mixer. Verwarm de melk tot lauw. Schenk het overgrote deel van de melk bij de gist. Voeg de suiker toe en roer het mengsel goed om totdat de suiker is opgelost. Laat het mengsel enige minuten staan en weeg ondertussen de andere ingrediënten.
    2. Zeef de bloem boven de kom met het gistmengsel. Strooi het zout over de bloem en voeg de boter toe. Kneed het deeg gedurende minimaal 10 minuten met de kneedhaken van de machine. Voeg eventueel nog wat melk toe. Het uiteindelijke deeg moet net niet aan de handen blijven plakken en mooi elastisch zijn. Om de elasticiteit van het deeg goed te kunnen beoordelen, kun je de laatste paar minuten het beste met de hand kneden.
    3. Heb je geen keukenmachine met kneedhaken, stort dan de bloem op het werkvlak en maak er een kuiltje in. Roer in het kuiltje een mengsel van de gist, de suiker en een beetje melk. Zorg ervoor dat de suiker goed opgelost is. Laat dit mengsel 10 minuten staan. Voeg dan beetje bij beetje de bloem, het zout en de boter toe aan het mengsel. Voeg ook meer melk toe. Kneed het deeg met de handen totdat het elastisch is.
    4. Vorm van het deeg een mooie strakke bol en laat deze tussen twee theedoeken op een warme plaats (bijvoorbeeld in een oven op rijsstand) een halfuur rijzen, totdat hij in volume verdubbeld is.
    5. Beboter ondertussen een vlaaivorm met een doorsnede van ±32 cm, bij voorkeur een donker gekleurde vorm met een losse bodem.
    6. Sla de gerezen deegbol vervolgens goed plat, zodat alle luchtbellen eruit zijn. Rol hem op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap, die iets groter is dan de bakvorm.
    7. Rol de deegplak losjes om de deegrol en breng hem zo over naar de vlaaivorm. Rol hem daar weer af. Druk het deeg goed aan in de vorm. Rol met de deegrol over de rand van de vorm, zodat het overtollige deeg er netjes ‘afgesneden’ wordt. Nu moet het deeg nog een klein uur rijzen. 
    8. Het volgende werkje betreft het maken van de kruimeltjes of greumelkes zoals we in Limburg zeggen. Stort daartoe de suiker en de bloem op het aanrechtblad. Snijd de boter in kleine stukjes en voeg deze toe aan het mengsel. Begin er met kleine kneepjes in te kneden. Ga hiermee zolang door totdat de ingrediënten samenhang vertonen en klonterige kruimels met een onregelmatige structuur vormen, in omvang variërend van enkele millimeters tot zo’n anderhalve centimeter. Zorg ervoor dat alle bloem en alle suiker zijn opgenomen. Stop dan meteen en doe de kruimeltjes over in een kom, die je tot gebruik het beste in de koelkast kunt zetten.
    9. Verwarm de oven voor tot 200°C. Voor het welslagen van de vlaaibodem heb je in verhouding veel onderwarmte nodig. Kies dus bij voorkeur voor een ovenprogramma met extra onderwarmte. Ook de donkere kleur van de bakvorm draagt bij aan de kwaliteit van de vlaaibodem. Werk je niet met een donker gekleurde bakvorm, schuif dan nu al een bakplaat op de onderste richel in de oven. Dit in plaats van een rooster. De hitte van de bakplaat geeft hetzelfde effect als een donkere bakvorm.
    10. Prik het deeg na de tweede rijs her en der in met een vork. Dan kunnen de kruimeltjes met gulle hand over de vlaai gestrooid worden.
    11. Zet de vlaai op de bakplaat of het rooster onder in de oven. Bak hem in ±25 minuten gaar. Draai de oven eventueel de laatste 10 minuten iets lager als de rand van de vlaai te snel bruint.
    12. Neem de greumelkesvlaai na het bakken meteen uit de vorm en laat hem helemaal afkoelen.
    13. Tijdens het afkoelen worden de kruimeltjes lekker krokant aan de bovenkant. Het laagje eronder blijft nog een beetje spekkig. 
    14. Als je dat lekker vindt, kun je nog wat poedersuiker over de greumelkesvlaai strooien. Voor het mooiste resultaat doe je je suiker hiervoor in een zeefje. De suiker maakt met name de korst lekker zoet! 

    Tips:

    1. Voor deze vlaai gebruik je idealiter twee verschillende soorten bloem. Voor de bodem heb je broodbloem nodig. Dat is een bloemsoort gemaakt van harde tarwe. Door de grote hoeveelheid gluten in deze bloem rijst het deeg veel beter. Broodbloem koop je bij een bakker die zelf bakt, een groothandel of via internet. Voor de kruimeltjes kun je beter een zachtere bloemsoort gebruiken; dan worden de kruimeltjes mooi bros. Patentbloem uit de supermarkt is prima.
    2. Meer tips voor het werken met gistdeeg? Die vind je in mijn blog over zelfgebakken dinerbroodjes