dinsdag 31 januari 2017

Romige Limburgse mosterdsoep met spekjes

Hij is makkelijk om te maken, snel klaar én natuurlijk heel erg lekker, deze Limburgse mosterdsoep!


Wij eten hem hier in huis graag als maaltijdsoep met een paar sneetjes Limburgs roggebrood, 'zwartbrood', of zuurdesembrood erbij. Het recept hieronder is dan voldoende voor drie personen. Serveer je de mosterdsoep liever als voorgerecht? Dan is de portie geschikt voor ongeveer vijf eters.

Meer gasten zijn geen probleem: je kunt het recept makkelijk verdubbelen zonder dat je dat meer tijd kost.

Tip: was je al een tijdje op zoek naar een lekker én goedkoop voorgerecht? Ook dan is deze Limburgse mosterdsoep een goede keuze!

Eet smakelijk!

Recept Romige Limburgse mosterdsoep met spekjes


Romige Limburgse mosterdsoep met spekjes


Ingrediënten voor een maaltijdsoep voor 3 personen of een voorgerecht voor ±5 personen:

  • 1 ui
  • 50 gram margarine
  • ½ theelepel mild kerriepoeder
  • 50 gram bloem
  • 1 liter water
  • 3 à 4 flinke eetlepels Limburgse mosterd (naar smaak)
  • 2 kippenbouillonblokjes
  • 3 eetlepels droge sherry
  • ¼ liter slagroom
  • versgemalen zwarte peper
  • eventueel nog een beetje bouillonpoeder
  • 1 ons krokant gebakken gerookte spekreepjes
  • ½ prei, fijn gesneden
  • eventueel Limburgs roggebrood of zuurdesembrood met roomboter

Bereiding:

  1. Snipper de ui.  Fruit de snippers zachtjes in de margarine. Voeg halverwege het fruiten het kerriepoeder toe.
  2. Als de ui glazig ziet, kan de bloem er in één keer bij. Roer het geheel goed totdat er geen klontjes meer zijn. Laat dit mengsel in enige minuten gaar worden.
  3. Schenk dan beetje bij beetje het water erbij en roer elke keer goed totdat het water helemaal is opgenomen. Voeg na ongeveer een halve liter water de mosterd toe; in dit stadium lost die het beste op. Uiteindelijk ontstaat er een lichtgebonden soep.
  4. Dan mogen de bouillonblokjes, de room en de sherry erbij. Maal een fikse hoeveelheid peper boven de soep. Proef en voeg eventueel nog wat bouillonpoeder, mosterd of peper toe.
  5. Verdeel de soep over de borden en strooi in elk bord wat spekjes en gesnipperde prei.
  6. Serveer de soep eventueel met het brood.

Tips:

  1. Je kunt de spekjes en de prei ook in kleine kommetjes los op tafel zetten, zodat iedereen zichzelf kan bedienen.
  2. Nog meer recepten voor winterse maaltijdsoepen? Wat dacht je van een erwtensoep op smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek, een kruidige pompoensoep met chorizo of een temperamentvolle Spaanse aardappelsoep met gepofte knoflook?

Erwtensoep op smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek


    Kruidige pompoensoep met chorizo


      Temperamentvolle Spaanse aardappelsoep met gepofte knoflook

      maandag 30 januari 2017

      Gegrilde casselerrib-steaks met lang gegaarde zuurkool

      Mijn slager verkoopt ze elk jaar weer tijdens de herfst- en wintermaanden: dikke plakken rauwe casselerrib. Eigenlijk zijn het varkenskarbonaadjes zonder bot, die gepekeld en gerookt zijn. Casselerrib, die als vleeswaar wordt gebruikt, is daarbij ook nog eens gegaard. Alleen dat garen laat de slager dus aan mij over. En aan jou en al zijn andere klanten, natuurlijk…


      Rauwe casselerrib wordt over het algemeen gebruikt in zuurkoolschotels. Volgens de meeste recepten kun je hem het beste mee laten stoven met je zuurkool. Maar je kent mij ondertussen: eigenwijs als ik ben, maak ik hem weer eens anders dan anders klaar!


      Gegrilde casselerrib-steaks met langzaam gegaarde zuurkool


      Dikke plakken gegrilde casselerrib: verrukkelijk!


      Ik kook mijn casselerrib niet. Nee, ik gril hem! In mijn grillpan! Het resultaat is verrassend lekker. Door het grillen blijft het vlees niet alleen heerlijk sappig, de gekaramelliseerde grillstrepen geven mijn casselerrib-steaks ook nog eens extra smaak. Echt waar, deze bereidingswijze moet je een keer proberen!

      Bij mijn casselerrib serveer ik in de winter vaak zuurkool. Niets bijzonders, zou je zeggen, ware het niet dat ik ook die op een speciale manier klaarmaak. Verse zuurkool of wijnzuurkool kun je in principe na het opwarmen meteen op tafel zetten. Maar als je er wat meer tijd (maar nauwelijks meer moeite!) instopt, wordt hij veel lekkerder!


      Langzaam gegaarde zuurkool met zachte gefruite uien en appelciderazijn


      Wat moet je doen? Eerst fruit je een flinke portie uienringen in een paar eetlepels ganzenvet totdat ze zacht en lichtgeel zijn. Tijdens het fruiten voeg je een beetje poedersuiker, een paar blaadjes laurier en een scheutje appelciderazijn toe. Trek voor het fruiten op zijn minst een halfuur uit.

      Pas daarna komt de zuurkool om de hoek kijken. Hij mag bij je uien in de pan. Kneus ook nog een paar jeneverbessen en voeg ze toe. Vervolgens is het weer zaak geduldig te blijven. Je zuurkool mag – of als het aan mij ligt: moet – dan nog minimaal anderhalf uur stoven! Daar wordt hij heerlijk zacht en mild van. Verrukkelijk!


      Erbij: aardappelgratin, krokante krieltjes of aardappelpuree


      Je kunt je maaltijd afmaken met een aardappelgerecht, maar noodzakelijk is dat niet. Alleen de zuurkool met de gegrilde casselerrib-steaks is al een traktatie!

      Wil je toch iets met aardappels doen, dan kun je vele kanten op. Zelf vind ik een aardappelgratin (zonder kaas en zonder knoflook, dus met alleen room) vreselijk lekker bij mijn zuurkoolschotel. Een heerlijk alternatief zijn kleine krieltjes krokant gebakken in een beetje ganzenvet. Die sluiten qua smaak mooi aan bij het ganzenvet dat al in de zuurkool zit! Een luchtige aardappelpuree is ook een optie. Aan jou de keus!

      Eet smakelijk!


      Recept Gegrilde casselerrib-steaks met langzaam gegaarde zuurkool


      Gegrilde casselerrib-steaks met lang gegaarde zuurkool



      Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 6 personen:


      Voor de lang gegaarde zuurkool met appelciderazijn:

      • 4 grote uien
      • 3 eetlepels ganzenvet (poelier; eventueel te vervangen door margarine)
      • 2 à 3 eetlepels poedersuiker
      • 4 eetlepels appelciderazijn
      • 2 laurierblaadjes
      • 6 jeneverbessen
      • 1 kg wijnzuurkool

      Voor het vlees:

      • 6 dikke plakken rauwe casselerrib à ±150 gram (zie blog hierboven)

      Bereiding:

      1. Snijd de uien in halve ringen. Smelt het ganzenvet in een pan met dikke bodem en voeg de uien, de suiker, de azijn en de laurierblaadjes toe. Draai het vuur zeer laag en karamelliseer de uien met het deksel op de pan een halfuur totdat ze zacht en lichtgeel zijn. Schep ze af en toe om.
      2. Daarna kan de zuurkool erbij. Plet de jeneverbessen met de bolle kant van een lepel en voeg ze ook toe. Het geheel moet nu nog minimaal anderhalf uur zachtjes sudderen, weer met het deksel op de pan. Schenk er eventueel tussendoor wat water bij om droogkoken te voorkoken. De zuurkool wordt langzaam maar zeker superzacht, zowel qua smaak als qua structuur.
      3. Verhit de grillpan. Gril de plakken casselerrib aan beide kanten totdat ze een mooi ruitjespatroon vertonen. Na ongeveer 10 minuten grillen zijn ze ook gaar vanbinnen. Laat de casselerrib-steaks afgedekt met aluminiumfolie 10 minuten rusten (op een warm bord); van het rusten worden ze nog sappiger.
      4. Schep op elk bord een lekkere portie zuurkool. Maak je gerecht af met een plak casselerrib en eventueel nog een aardappelgerecht, bijvoorbeeld krokante in ganzenvet gebakken krieltjes (zie blog hierboven).

      Tips:

      1. Deze zuurkool is supermakkelijk als je een etentje geeft. Je kunt hem helemaal vooraf al maken. Na het voorgerecht hoef je hem alleen nog maar even op te warmen. Gril je casselerrib-steaks wel pas vlak voor het serveren.
      2. Nog een lekker recept met gegrilde casselerrib? Wat dacht je van een ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus? Daar zeg je toch geen nee tegen!

      Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus



      Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes



      donderdag 26 januari 2017

      Drie-in-de-pan met appel en rum-rozijnen

      Ik schreef het gisteren al: na een flinke kom erwtensoep is het bij ons in huis nog niet uit met de pret! Dan volgt nog een grote stapel met pannenkoeken!


      Soms zijn dat dunne flensjes die ieder naar eigen inzicht mag beleggen. Maar vaak ook bak ik deze oer-Hollandse drie-in-de-pan. Alhoewel Hollands? Ik voeg er altijd wat Jamaicaanse rum aan toe...


      Daar wel ik de rozijnen in, zodat die heerlijk sappig worden én de pannenkoeken meteen een extra (alcoholische) dimensie geven!


      Wanneer verras jij je vrienden met deze verrukkelijke drie-in-de-pan?



      Recept Drie-in-de-pan met appel en rum-rozijnen


      Drie-in-de-pan met appel en rum-rozijnen


      Ingrediënten voor ±32 stuks:

      • 375 gram zelfrijzend bakmeel
      • een snufje zout
      • 1,5 ei, losgeklopt in een kopje
      • 4,5 dl volle melk
      • 150 gram rozijnen
      • een forse scheut rum
      • 3 jonagoldappels
      • een beetje citroensap
      • vloeibare margarine
      • poedersuiker
      • gemalen kaneel (bij voorkeur echte Ceylonkaneel; zie mijn eerdere blog)
      • eventueel 100 gram roomboter

      Bereiding:

      1. Verwarm de rozijnen samen met de rum in een pannetje. Draai het vuur uit als de rum goed warm is maar nog niet kookt. Laat de rozijnen bij voorkeur enkele uren wellen in de warme rum. Heb je weinig tijd? Dan is een kwartier ook al voldoende.
      2. Schil de appels en verwijder de klokhuizen. Snijd het vruchtvlees in kleine blokjes. Schep er een beetje citroensap doorheen.
      3. Voeg het zout toe aan de bloem. Roer het ei door de bloem en schenk er vervolgens beetje bij beetje de melk bij. Roer elke keer goed en voeg pas meer melk toe als het mengsel egaal en glad is.
      4. Schep de appels en de rozijnen door het beslag.
      5. Verhit een beetje margarine in een koekenpan (liefst met anti-aanbaklaag). Schep kleine hoopjes beslag in de pan. Drie hoopjes als je een kleine pan hebt, maar het mogen er natuurlijk ook meer zijn; laat de naam drie-in-de-pan je niet van de wijs brengen. 😉
      6. Bak de pannenkoekjes bruin aan de onderkant. Draai daarna het vuur klein. Laat de pannenkoekjes aan de bovenkant een beetje gaarder worden. Draai vervolgens de pannenkoekjes om en bak ze op groot vuur ook bruin aan de andere kant.
      7. Schep de pannenkoekjes uit de pan. Bak zo ook de rest van de pannenkoekjes.
      8. Vermeng ondertussen wat poedersuiker met kaneel naar smaak.
      9. Leg op elk bord een paar pannenkoekjes.
      10. Doe wat van het poedersuikermengsel in een theezeefje en bestuif de pannenkoekjes met een gulle hoeveelheid kaneelsuiker. Serveer meteen.

      Tips:

      1. Als je een foodprocessor hebt, kun je daarin het beslag maken. Dat gaat razendsnel.
      2. Drie-in-de-pan worden ook wel gebakken van een gistbeslag. Dit recept met zelfrijzend bakmeel is echter veel makkelijker! En het is naar mijn mening minstens zo lekker!
      3. Je kunt de pannenkoekjes ruim voor de maaltijd al bakken. Warm ze na het hoofdgerecht, bijvoorbeeld erwtensoep, even op in de magnetron. Opwarmen in de oven kan ook: afgedekt met aluminiumfolie een kwartiertje op 150°C.
      4. Als je dat wilt kun je op elk bord nog een klontje roomboter leggen. Erg lekker, maar misschien iets minder goed voor de lijn…
      5. Zet de schaal met de resterende pannenkoekjes op tafel voor eters die extra veel honger hebben. Zet er ook een kommetje met kaneelsuiker bij.
      6. Serveer de pannenkoekjes ook eens met een bolletje kaneelijs of rum-rozijnenijs.
      7. Deze pannenkoekjes zijn lekker als dessert, maar als lunch-, brunch- of ontbijtgerecht slaan ze ook geen slecht figuur!
      8. Eten er kinderen mee? Wel de rozijnen dan gewoon in water!

      Erwtensoep op smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek

      woensdag 25 januari 2017

      Erwtensoep op smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek

      In deze tijd van het jaar buitelen veel van mijn collega-foodbloggers over elkaar heen met allemaal hun eigen erwtensoeprecept. Het ene recept is nog ‘authentieker’ dan het andere, zo claimt een groot deel van hen. En authentieke (streek)gerechten, die zijn helemaal hot!


      Aan die hang naar authenticiteit geef ik niet toe. Tenminste niet zomaar. Er zijn veel ouderwetse recepten die ik verrukkelijk vind en die blijf ik natuurlijk gebruiken. Maar het is de smaak die telt en niet puur de traditie!


      Soms vind ik een gerecht in de kern wel lekker, maar geef ik er liever een andere draai aan. Dan pas ik dat specifieke recept aan zodat het wat eigentijdser wordt. Meestal wordt het daardoor lichter of een beetje verfijnder. Tegenwoordig hebben we de beschikking over zo veel meer ingrediënten en keukenapparatuur dan dat de mensen in vroeger tijden hadden. Waarom zouden we die niet vol inzetten om oma’s gerechten nog specialer te maken?


      Erwtensoep is zo’n gerecht. Ik vind hem heerlijk, maar wel op mijn manier. Je bent dus gewaarschuwd: je zult dit recept voor erwtensoep nergens tegenkomen in vergeelde oude boeken. En ook je grootmoeder kende het niet. Maar dat betekent niet dat het niet lekker is! Integendeel, zou ik zelfs durven beweren!


      Erwtensoep om smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek


      Een lichtere erwtensoep


      In welke opzichten verschilt mijn recept van de klassiekere versies?

      Laat ik beginnen bij datgene wat het meeste opvalt als je mijn soep eet: hij is niet dik. Vroeger werd er gezegd: “Erwtensoep is pas goed als je lepel er rechtop in blijft staan!”. Oef, dat gaat voor mij wel erg ver: als ik een erwtenpuree wil eten, dan maak ik een erwtenpuree. Een soep met een beetje ‘body’ vind ik geen probleem, maar mag hij alsjeblieft ook nog een beetje vloeibaar zijn?

      De volgende verbetering, althans volgens mij: hij is niet vet! Met excuses aan degenen die hierbij zweren: bij mij gaan er geen varkenspoten en vet spek in de soep. Dat werd vroeger gebruikt omdat dat vlees goedkoop was, denk ik zo. En de mensen hadden behoefte aan goedkope calorieën. Maar in deze tijden van overvloed trek ik mijn soep liever niet met vet vlees.


      Lekker: je erwtensoep op smaak maken met verkruimeld ontbijtspek


      Omdat ik desalniettemin graag een rooksmaak heb in mijn soep, gebruik ik wel ontbijtspek. Maar dat gaat er niet onbewerkt in. Ik koop ontbijtspek in dunne plakjes, die ik heerlijk krokant uitbak (het vet wordt niet gebruikt). Daarna verkruimel ik dat spek totdat het bijna poeder is. Dat gaat supermakkelijk met de foodprocessor! Die kruimeltjes gaan door de soep. Ze geven er niet alleen die fel begeerde rooksmaak aan, maar ze vervangen ook voor een groot deel het zout. Het is zout met een smaakje zogezegd!


      Voeg rookworst pas op het laatst toe aan je soep


      Dan de rookworst. Die hoort voor mij in een goede erwtensoep. Maar hij moet wel zijn eigen smaak blijven behouden. Dus snijd ik hem pas aan tafel in stukjes. En daar schep ik dan de soep op. Als je de worst al tijdens het bereiden of bewaren aan de soep toevoegt, trekt al zijn smaak in de soep. Zo jammer!


      Verse groenten maken je erwtensoep extra lekker


      In mijn erwtensoep gaan veel verse groenten. Daarin wijk ik niet af van alle authentieke recepten. De kruidigheid van de selderij, het zoete van de worteltjes, het scherpe van de prei; ze dragen allemaal bij aan de juiste smaakbalans!


      Deze erwtensoep vinden kinderen wel lekker!


      Ik begrijp het heel goed wanneer je mijn visie op erwtensoep enigszins controversieel vindt. Maar hey, het is maar één mening, één smaak. En natuurlijk moet iedereen koken en eten wat hij of zij het lekkerste vindt! Al denk ik wel dat het makkelijker zal zijn kinderen over de streep te trekken erwtensoep eens te proeven als de soep wat dunner en lichter is. En zo behouden we met zijn allen toch weer die traditionele soep voor de toekomstige generatie, zij het in een iets ander jasje!


      Recept Erwtensoep om smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek


      Erwtensoep op smaak gemaakt met verkruimeld ontbijtspek


      Ingrediënten voor een maaltijdsoep voor ±8 personen:

      • 500 gram spliterwten
      • water
      • 4 laurierblaadjes
      • 1 magere runderlap à 300 gram
      • 3 ons dun gesneden ontbijtspek
      • 2 preien
      • 400 gram knolselderij, schoongemaakt
      • 2 grote afkokende aardappels, geschild
      • 200 gram geschrapte worteltjes
      • een flinke bos bladselderij
      • ±2 eetlepels worcestersaus
      • ±4 vleesbouillonblokjes
      • versgemalen zwarte peper
      • ±1 kg rookworst

      Bereiding:

      1. Week de spliterwten gedurende minimaal 1½ uur in een ruime hoeveelheid water.
      2. Verwijder het water en doe de spliterwten over in een soeppan. Voeg 3 liter vers water, de laurierblaadjes en de runderlap toe. Breng het geheel aan de kook.
      3. Bak ondertussen het ontbijtspek in een koekenpan krokant en verkruimel het spek. Dat gaat het makkelijkste in de foodprocessor. Het bakvet wordt niet meer gebruikt.
      4. Voeg het ontbijtspek toe aan de soep. Laat de soep een uur zachtjes koken onder af en toe roeren. Als de erwten gaar worden lossen ze op in de soep.
      5. Snijd de prei fijn en was hem goed. Hak de bladselderij. Snijd de worteltjes, de aardappels en de knolselderij in kleine blokjes. Voeg de groenten toe aan de soep en laat deze nog een halfuur zachtjes koken totdat de groenten door en door gaar zijn.
      6. Neem de runderlap uit de soep. Indien je dat lekker vindt, kun je het vlees in stukjes snijden en weer toevoegen aan de soep. Gebruik hem anders voor andere doeleinden.
      7. Maak de soep op smaak met de bouillonblokjes, de worcestersaus en een ruime hoeveelheid versgemalen zwarte peper. Laat hem eventueel nog wat inkoken of voeg extra water toe, afhankelijk van je eigen voorkeur.
      8. Verwarm de rookworsten volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking of de instructies van de slager.
      9. Snijd de worsten in dunne plakjes en verdeel deze over 8 soepborden of –kommen. Schep in elk bord wat erwtensoep. Serveer meteen.

      Tips:

      1. Wil je toch graag een dikkere soep, gebruik dan 2,5 liter water in plaats van 3 liter. Je hebt in dat geval maar 3 bouillonblokjes nodig.
      2. Je kunt deze soep ruim van tevoren bereiden. Hij is ook goed in te vriezen. Voeg wel pas vlak voor het serveren de worst toe.
      3. Vind jij het ook zo lekker om na je erwtensoep pannenkoeken te eten? Binnenkort zal ik je de recepten geven voor overheerlijke Limburgse kersenpannenkoekjes en drie-in-de-pan met stukjes appel en in rum gewelde rozijnen!

      Drie-in-de-pan met appel en rum-rozijen


      dinsdag 24 januari 2017

      Stoofpeertjes met rode port, Ceylonkaneel, vanille en honing

      Eigenlijk had ik jullie het recept voor deze verrukkelijke stoofpeertjes al voor de kerstdagen willen geven. Ze smaken namelijk perfect bij de wildgerechten die iedereen rond die tijd zo graag op tafel zet. Maar helaas, dat is er dus niet van gekomen…


      Jammer, maar niet getreurd, want ook bij de stoofpotjes die we in januari vaak eten zijn ze bijzonder lekker. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een runderstoofpotje met oud bruin bier of Limburgs zoervleis, een stoofschotel die op smaak gemaakt wordt met ontbijtkoek.


      In elk geval: hieronder staat het recept. Een beetje een luxe recept met ingrediënten als rode port, een echt vanillestokje en aromatische Ceylonkaneel. Peertjes dus om jezelf en je vrienden eens flink mee te verwennen!


      Stoofpeertjes met rode port, Ceylonkaneel, vanille en honing


      Kaneelstokjes kopen


      Ik vermeldde het hierboven al: een belangrijk ingrediënt voor deze overheerlijke stoofpeertjes is kaneel.  Meer precies een kaneelstokje. 

      Voor de meeste Nederlanders is het overduidelijk wat er gekocht moet worden als een recept vraagt om ‘1 kaneelstokje’. Ze gaan naar de supermarkt en kopen iets wat daar doorgaat voor kaneel. Degenen, die wat meer kennis van zaken hebben, weten nooit exact wat de schrijver van het recept bedoeld heeft met dit ingrediënt. Spreek ik nu wartaal? Dat lijkt misschien zo, maar dat is het niet…


      Twee soorten kaneel


      Laat me het uitleggen. Er zijn in Nederland twee soorten kaneel in de handel. Dat wisten die kenners waar ik eerder op doelde allang. Je hebt de echte kaneel of Ceylonkaneel en je hebt kassia.


      Echte kaneel van de Cinnamomum zeylanicum


      Echte kaneel is de dunne binnenlaag van de schors van een boom, de Cinnamomum zeylanicum of Cinnamomum verum, die zijn oorsprong vindt in Ceylon (tegenwoordig Sri Lanka) zoals de eerste naam al suggereert. Tweemaal per jaar, tijdens het regenseizoen, is de schors van deze boom zo nat en zacht, dat de bovenlaag makkelijk verwijderd kan worden. Die bovenlaag wordt niet gebruikt, althans niet om er kaneel van te maken. Het flinterdunne laagje eronder is veel waardevoller. Dat wordt geoogst, opgerold en gedroogd. Zo ontstaan de kaneelstokjes zoals je die ziet op de foto hieronder.


      Ceylonkaneel


      Kassia van de zogenaamde Cinnamomum cassia


      Je ziet al meteen dat dat er niet uitziet zoals de bekende kaneelstokjes uit de supermarkt. Wat je daar koopt, moet dus iets anders zijn. En dat is het ook. In de supermarkt koop je kassia. Die is afkomstig van de zogenaamde Cinnamomum cassia of Cinnamomum aromaticum. Ook een boom, alleen niet uit Ceylon, maar uit Vietnam, Bangladesh, India of China. Die boom levert 'kaneelstokjes' op, die veel stugger en harder zijn en niet de karakteristieke laagjes hebben. Kassia is minder exclusief en ook goedkoper dan echte kaneel.

      Op de foto hieronder liggen links de echte kaneelstokjes en rechts kassiastokjes. Zie je hoe veel die van elkaar verschillen?


      Twee soorten kaneel: Ceylonkaneel (links) en kassia


      Is er verschil in smaak tussen de echte kaneel en kassia?


      De hamvraag is nu of er ook verschil in smaak is tussen de twee soorten kaneel. Je ziet het antwoord natuurlijk al een beetje aankomen: als dat smaakverschil er niet zou zijn, zou ik dit stukje hier nu niet schrijven…


      Gemalen kaneel en kassia proeven


      Ik nam zelf de proef op de som. Het is moeilijk om de smaak te bepalen van kaneelstokjes, maar van gemalen kaneel kun je gewoon een likje nemen. Dus wilde ik de gemalen versies vergelijken.

      Gemalen kassia heb ik standaard in huis. Tenminste, dat is altijd mijn vermoeden geweest. Als de kaneelstokjes uit de supermarkt in werkelijkheid kassiastokjes zijn, dan zal de gemalen kaneel in de bekende strooibusjes ook wel gemalen kassia zijn.

      Gemalen kaneel had ik tot gisteren niet. Maar ik had wel de prachtige, lange kaneelstokken, die mijn man en dochter speciaal voor mij hadden meegenomen uit het kaneelland bij uitstek. Jazeker, die kwamen rechtstreeks uit Sri Lanka!


      Versgemalen kaneel van kaneelstokjes uit Sri Lanka


      Ik brak een paar van die stokken in stukjes en maalde ze fijn in de oude zestiger-jaren-koffiemolen, die ik ooit nog van mijn moeder heb gekregen. Koffie maal ik er nooit in, maar hij is zeer geschikt als specerijenmolen!


      De Ceylonkaneel wordt gemalen in de koffiemolen





      De Sri Lankaanse kaneelstokken geurden al heerlijk van zichzelf, maar toen ik ze begon te malen, rook binnen de kortste keren de hele keuken naar kaneel! Geweldig! Zo aromatisch rook mijn supermarkt-kaneelbusje in de verste verte niet! Bovendien was de geur ontegenzeggelijk anders: de echte kaneel rook veel zoeter.

      Toen werd het tijd om daadwerkelijk te gaan proeven. Dat deed ik gewoon door mijn vingers in de kaneel te dopen. En wat ik al verwachtte doordat ik reeds vaker met beide soorten kaneelstokjes gewerkt had, gebeurde ook: de pure smaak verschilde aanzienlijk. De echte kaneel was net als de geur veel zoeter! Hij smaakt zelfs alsof er een klein beetje (poeder)suiker doorheen geroerd is! De smaak van de kassia is ook lekker, maar veel minder diep en tegelijkertijd ook weer minder delicaat.


      Echte kaneel voor zoete gerechten en kassia voor hartige


      De vraag die ik nu waarschijnlijk bij je oproep luidt: “Welke soort kaneel is lekkerder?” Eigenlijk kan ik daar geen antwoord op geven. Wat ik wel kan zeggen is, dat het onderscheid zo groot is, dat je beide specerijen het beste voor verschillende soorten gerechten kunt gebruiken.

      De zoetere, meer aromatische, echte kaneel komt het beste tot zijn recht in zoete gerechten, zoals desserts en gebak. En natuurlijk in de stoofpeertjes van deze blog!

      Ik heb de echte kaneel echter ook eens gebruikt in een hartig gerecht en daarin vond ik hem duidelijk minder lekker dan kassia; het gerecht werd er te weeïg van! Dus als je een curry maakt of een mediterraan gerecht dat om kaneel vraagt, gebruik kan kassia! Althans, dat is mijn advies.


      De lekkerste kaneel maal je vers!


      Wel heb ik na gisteren nog een tip: maal je Ceylonkaneel vers als je op zoek bent naar de allerlekkerste en geurigste! Ik heb geen poging ondernomen om kassiastokjes te malen. Die voelen zo hard aan dat ik mijn koffiemolen dat niet wil aandoen… Wie heeft hier ervaring mee?


      Mag je kassia zomaar kaneel noemen?


      Nog een vraag die je je na het lezen van dit verhaal stelt is natuurlijk: “Mag dat zomaar? Kassia verkopen terwijl je kaneel op de verpakking zet?” Tja, dat blijft een gewetensvraag. Ik heb nooit van enig formeel verbod gehoord. Sterker nog: in de hele wereld – behalve misschien in Sri Lanka – wordt kassia verkocht onder de naam kaneel. Het schijnt zelfs dat het overgrote deel van de kaneel die wereldwijd verkocht wordt in werkelijkheid kassia is…

      Nu je inmiddels de kenner bent geworden, waar ik het hierboven over had, wil je vast wel graag weten wat voor vlees je in de kuip hebt als je de volgende keer kaneel koopt. Bij kaneelstokjes kunnen ze je vanaf vandaag geen knollen voor citroenen meer verkopen; dat verschil zie je in één oogopslag. En ga er bij gemalen kaneel maar van uit dat het bijna altijd kassia is, waar heel misschien wat echte kaneel doorheen gemengd is. Alleen als er 'Ceylonkaneel' op de verpakking staat, mag je aannemen dat dat ook echte kaneel is. Echte kaneel koop je overigens het beste in een kruiden- en specerijenwinkel of via internet.

      En tja, welke soort kaneel de schrijver van een recept heeft bedoeld; daar zul je vaak niet achter komen. Volg hierin dus maar je eigen smaak!


      Schaaltjes met kaneel erin


      Nog een leuk weetje: Sri Lankaanse kaneel wordt niet alleen gebruikt om te eten. In Bali maken ze er ook prachtige (en heerlijk geurende!) schaaltjes mee! Het basismateriaal is hars. Daarin zijn aan de bovenkant stukjes kaneel en aan de onderkant kokosbast verwerkt. Zo te zien gebruiken ze er echter niet de dunne binnenschors voor. Misschien is dit wel een manier om de buitenschors te verwerken… Ik weet het eigenlijk niet. Als jij hier meer over weet, laat het me horen! Ik ben echt nieuwsgierig!


      Schaaltje van kaneel


      Schaaltje van kaneel


      Stoofpeertjes met rode port, Ceylonkaneel, vanille en honing


      OK, genoeg gepraat over slechts dat ene ingrediënt uit mijn recept van vandaag! Daar heb je veel meer voor nodig!

      Om te beginnen zijn dat de peertjes zelf. Gebruik echte stoofpeertjes; het lekkerste zijn Gieser Wildemannetjes. Die zijn vrij hard als je ze koopt (of plukt; ik heb zelf een boompje in mijn tuin!), maar tijdens het stoven worden ze verrukkelijk zacht en zoet!


      Gieser Wildeman-peertjes


      Dat stoven doe ik het liefst in een mengsel van rodebessensap én een glaasje rode port! Als smaakmakers voeg ik verder nog wat echte vanille, een paar citroenschilletjes, een flinke lepel honing, twee kruidnagels en natuurlijk suiker toe.


      Vanillestokjes


      Bij voorkeur snijd ik mijn peertjes voor het stoven in partjes. Dat eet niet alleen makkelijker, maar de kleine stukken peer zuigen ook beter alle smaken uit het stoofvocht op. Nog een voordeel: in partjes zijn de peertjes veel sneller gaar!

      Zo gauw mijn peertjes klaar zijn, schep ik ze altijd meteen uit de pan. Het stoofvocht gooi ik niet weg. Dat maak ik helemaal op smaak en dan bind ik het met wat aardappelmeel. Daarna gaan de peertjes er weer in. Doordat de siroop lekker gebonden is, blijft hij mooi aan de peertjes hangen en geeft ze zo nog meer smaak!

      Geloof me: als je ooit zo je stoofpeertjes gegeten hebt, wil je nooit meer anders! Smikkelen!

      En dan is het nu toch echt tijd voor het recept! Laat je me horen wat je ervan vindt door hieronder een berichtje achter te laten? In elk geval veel plezier ermee!


      Recept Stoofpeertjes met rode port, Ceylonkaneel, vanille en honing


      Stoofpeertjes met rode port, Ceylonkaneel, vanille en honing


      Ingrediënten voor een bijgerecht voor 4 personen:

      • 1 kg Gieser Wildeman stoofpeertjes
      • 2 dl rodebessensap
      • 1 dl rode port
      • 1 kaneelstokje van echte Ceylonkaneel (zie blog hierboven)
      • 1 vanillestokje, opengesneden
      • het sap van een halve citroen
      • de schilletjes (zonder wit) van een halve citroen
      • 75 à 100 gram suiker
      • 1 eetlepel vloeibare honing
      • 2 kruidnagels
      • aardappelmeel
      • een snufje zout

      Bereiding:

      1. Schil de peertjes en snijd ze in kwarten. Verwijder de klokhuizen.
      2. Vermeng in een stoofpan het bessensap, de port, het kaneelstokje, het vanillestokje (schraap het merg eruit en voeg dit ook toe), het citroensap, de citroenschil, de suiker, de honing en de kruidnagels. Voeg de peertjes toe. Schenk er zo veel water bij, dat de peertjes net helemaal onderstaan.
      3. Breng het geheel aan de kook. Stoof de peertjes op een laag pitje gedurende ±1½ uur. Ze moeten heerlijk zacht worden. Proeven is de beste manier om dit te testen. 😉
      4. Neem de peertjes uit de pan en kook het stoofvocht indien nodig nog een beetje in. Verwijder het kaneelstokje, het vanillestokje, de citroenschilletjes en de kruidnagels.
      5. Bind het stoofvocht met wat aardappelmeel, dat je hebt opgelost in een paar eetlepels water. Breng daartoe de siroop aan de kook. Bepaal zelf hoe dik je de saus wilt hebben. De gebonden saus blijft lekker aan de peertjes hangen waardoor ze nog meer smaak krijgen. Houd er wel rekening mee dat de saus tijdens het afkoelen nog wat dikker wordt.
      6. De saus wordt smaakvoller als je er in dit stadium een snufje zout aan toevoegt. Proef en roer eventueel nog wat suiker, zout of water door de saus.
      7. Schenk de saus over de peertjes. Laat de stoofpeertjes in de koelkast afkoelen alvorens je ze serveert.

      dinsdag 17 januari 2017

      Romig rijstdessert met krokante stukjes amandel

      Rijstebrij of rijstepap. Bij het horen van die woorden alleen al moet ik aan vroeger denken. Het is een gerecht met een naam waar je bijna automatisch ‘oma’s’ of ‘ouderwetse’ voor zou willen zetten. In mijn hoofd gaat er ogenblikkelijk een laadje open met daarin de herinnering aan een kommetje met romige, warme, zoete rijst met een hint van kaneel. Lang niet gegeten, maar heerlijk. Het ultieme ‘comfortfood’!


      Op de een of andere manier is dit toetje een beetje in de vergetelheid geraakt. Misschien is het niet hip genoeg…


      In elk geval vond ik het tijd worden om het weer eens op de kaart te zetten. Maar dan wel in een wat moderner jasje: als een soort luchtige mousse met krokante amandeltjes erin. Vorige week was het zo ver!


      Romig rijstdessert met krokante stukjes amandel


      In de supermarkt kocht ik een pak dessertrijst, anderhalve liter romige volle melk, een bekertje slagroom en een zakje amandelen.


      Dessertrijst


      Thuis zette ik snel de melk op met daarin het aromatische merg van een vanillestokje. Toen de vloeistof kookte, mocht de rijst erin en drie kwartier later had ik een romige, zachte rijstepap. Tip: op de zijkant van het pak dessertrijst staat dat je na een kwartiertje wel klaar bent, maar als je wat langer de tijd neemt, wordt je rijst zo veel smeuïger!

      Ik maakte de nog warme rijst meteen op smaak met een klontje roomboter, een flinke schep poedersuiker en een snufje nootmuskaat, geen kaneel dus. Daarna ging de rijst de koelkast in om af te koelen.

      Nog een praktische tip: wie al eens eerder rijstepap gemaakt heeft, weet dat er zich heel snel een vel op de rijst vormt als je hem ook maar even laat staan. Een zeer onsmakelijk vel. Je kunt dit voorkomen door de rijst meteen af te dekken met een stuk huishoudfolie. Je legt dit direct op de rijst; het is niet voldoende om alleen de schaal af te dekken.

      Om het rijstdessert extra romig en luchtig te maken spatelde ik er na afkoeling voorzichtig een genereuze portie bijna stijf geklopte slagroom doorheen. De pudding werd er een beetje mousse-achtig van. Zo lekker!

      Maar naar mijn smaak had hij nog een krokantje nodig als tegenhanger voor de room, een extra dimensie. Daarvoor trok ik mijn geheime wapen uit de kast: de amandelen!

      Ik had geblancheerde amandelen gekocht zonder vliesjes; die worden ook wel garneeramandelen genoemd. Ik roosterde ze zachtjes in een koekenpan zonder olie totdat ze goudbruin waren. Daarna hakte ik ze grof. Een deel van de amandeltjes ging direct door de rijst. De rest bewaarde ik voor de garnering.

      En toen was het tijd om te snoepen! Mmmm!!

      Handig: als dit romige rijstdessert eenmaal klaar is, kun je het nog minimaal een dag (afgedekt en in de koelkast) bewaren. Dat maakt het ideaal voor een etentje dat je ruim van tevoren wilt voorbereiden; na het hoofdgerecht staat het zonder extra werk binnen twee minuten op tafel!


      Recept Romig rijstdessert met krokante stukjes amandel


      Romig rijstdessert met krokante stukjes amandel



      Ingrediënten voor een dessert voor ±8 personen:

      • 1,3 liter volle melk
      • 125 gram dessertrijst
      • 1 vanillestokje
      • een snufje zout
      • een klontje roomboter (ongeveer 1 eetlepel)
      • een mespuntje nootmuskaat
      • 60 gram amandelen zonder vliesjes
      • 150 gram poedersuiker
      • ¼ liter slagroom

      Bereiding:

      1. Snijd het vanillestokje in de lengterichting open en schraap de zaadjes er met de punt van een scherp mes uit. Doe de zaadjes en de leeggeschraaptje vanillepeul in een pan samen met de melk. Voeg ook een snufje zout toe. Breng de melk aan de kook.
      2. Voeg de rijst toe en laat deze in ongeveer drie kwartier supergaar en heerlijk smeuïg worden. Laat daarbij het deksel van de pan en roer af en toe.Verwijder het vanillestokje.
      3. Roer de boter, 75 gram poedersuiker en een mespuntje nootmuskaat door de warme rijst en laat hem goed afkoelen in de koelkast. Om velvorming te voorkomen, kun je het beste een stuk huishoudfolie rechtstreeks op de rijstepap leggen.
      4. Rooster de amandelen in een droge koekenpan lichtbruin onder af en toe omscheppen. Hak de noten grof. Schep 2/3 van de amandelen door de rijst.
      5. Klop de slagroom met de resterende poedersuiker bijna stijf. Spatel de slagroom voorzichtig door de afgekoelde rijstepap; laat daarbij zo weinig mogelijk lucht ontsnappen.
      6. Verdeel de roomrijst over 8 mooie dessertglazen. Strooi de resterende amandelen eroverheen.

      Tip:

      Leuk idee: verdeel de roomrijst met amandelen over veel kleinere glaasjes en serveer deze op een dessertbuffet of tijdens een high tea!

      vrijdag 13 januari 2017

      Boerenkoolpannenkoekjes met karbonades in een heerlijke jus

      Wat is er op een gure winterdag als vandaag nou lekkerder dan een stevige stamppot? Nee, dat is geen retorische vraag maar een echte vraag! En ik weet het antwoord: stamppotpannenkoekjes!


      Of om nog specifieker te zijn: pannenkoekjes van boerenkoolstamppot!


      Nieuwsgierig naar wat dat zijn? Lees dan snel het blog hieronder! En duik daarna de keuken in om deze originele, winterse pannenkoekjes zelf te bakken. Het recept is kinderlijk eenvoudig!


      Recept Boerenkoolpannenkoekjes


      Ik ben dol op stamppotten. Ik vind ze zo lekker, dat ik af en toe de neiging heb om een veel te grote portie te maken. “De ogen zijn weer groter dan het mondje!” zou mijn moeder vroeger vermanend gezegd hebben…

      En ja, dan blijf je achteraf zitten met restjes. Niet dat ik dat een probleem vind: die gaan meestal wel op tijdens de lunch van de volgende dag. Gewoon even in een schaaltje stamppot met een beetje jus (juist, ook een restje!) in de magnetron zetten en dan nog een keer smullen!

      Maar vorige week wilde ik eens iets anders proberen met een restje boerenkoolstamppot dat er nog stond. Ik roerde met wat bloem en een extra eitje een deegje van de stamppot. Daar bakte ik krokante pannenkoekjes van. En dat bleek me toch lekker!

      Daarom heb ik gisteren de eerste dag van het stamppot eten gewoon overgeslagen. Ik heb meteen gedaan alsof het al restjesdag was. Ik maakte boerenkoolpannenkoekjes voor de avondmaaltijd! Nou, dat leverde blije gezichten op!

      Ik serveerde mijn pannenkoekjes met gebraden karbonades en een heerlijke, licht pikante jus met paprikapoeder en versgeknipte bieslook. De combi was perfect!

      Dus, wat eet jij vanavond? Deze boerenkoolpannenkoekjes misschien?


      Jus met paprikapoeder en versgeknipte bieslook


      Boerenkoolpannenkoekjes met karbonades in een heerlijke jus


      Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:


      Voor de boerenkoolpannenkoekjes:

      • 1,5 kg kruimige aardappels
      • 300 gram gesneden boerenkool
      • zout en versgemalen zwarte peper
      • 2 eieren
      • ±50 ml volle melk
      • 100 gram bloem
      • plantaardige margarine

      Voor de karbonades en de jus:

      • 4 haaskarbonades
      • zout en versgemalen zwarte peper
      • plantaardige margarine
      • ±2 theelepels mild paprikapoeder
      • een bosje bieslook, in ringetjes geknipt
      • bouillonpoeder naar smaak
      • enkele theelepels aardappelmeel

      Bereiding:

      1. Schil de aardappels, snijd ze in stukken en kook ze gaar in wat water met zout. Giet de aardappels af en stoom ze droog.
      2. Kook in een andere pan de boerenkool gaar, eveneens in water met zout. De kooktijd van de kool komt ongeveer overeen met die van de aardappels. Giet de kool af.
      3. Pureer de aardappels met behulp van een pureeknijper (of eventueel met een stamper of een mixer). Roer er de eieren, de melk en de gare boerenkool doorheen. Maak de stamppot stevig op smaak met versgemalen zwarte peper en eventueel nog wat zout.
      4. Roer de bloem door de stamppot, zodat je een vrij stevig deeg krijgt.
      5. Verhit een beetje margarine in een koekenpan met anti-aanbaklaag. Schep met twee lepels kleine hoopjes deeg in de pan en druk die een beetje plat.
      6. Bak de pannenkoekjes aan een kant goudbruin en draai ze daarna om. Bak ze ook aan de andere kant mooi bruin.
      7. Schep de boerenkoolpannenkoekjes uit de pan en houd ze warm. Bak zo ook de rest van de pannenkoekjes.
      8. Braad in een andere pan de met zout en peper gekruide karbonades gaar en bruin in wat margarine. Dat duurt, afhankelijk van de dikte van de karbonades, 10 à 20 minuten. Neem de karbonades uit de pan en houd ook deze warm.
      9. Blus de pan af met ±1/2 liter water. Roer een papje van het aardappelmeel en 1 dl water. Voeg het papje toe aan de jus samen met het paprikapoeder, de bieslook, het bouillonpoeder en wat peper. Verhit de jus totdat hij kookt en gaat binden. Proef de jus en maak hem helemaal naar jouw smaak af.
      10. Leg de karbonades nog even in de hete jus.
      11. Leg op elk bord een paar boerenkoolpannenkoekjes en een karbonade. Serveer het gerecht met de jus. De resterende boerenkoolpannenkoekjes mogen op een schaal, zodat iedereen naar believen meer kan nemen.

      Tip:

      Wil je nog een lekker stamppotrecept? Wat dacht je van een luchtige hutspot met kruidige varkenshaasspiesjes? Misschien iets voor morgen...


      Hutspot met kruidige varkenshaasspiesjes en een pikante jus


      dinsdag 10 januari 2017

      Hongaarse zuurkool met rode paprika en kummelzaadjes

      Zuurkool kun je rauw eten; zo smaakt hij heerlijk fris. Hou je meer van een wat mildere variant, dan kun je hem het beste lekker lang stoven. Samen met gefruite uien, wat reepjes zoete rode paprika en een lepeltje kummelzaadjes. Nog wat krokante spekjes erdoorheen en dan genieten!


      Hongaarse zuurkool met rode paprika en kummelzaadjes


      Ik ben altijd geïnteresseerd in de wijze waarop mensen tot hun keuzes komen en de achterliggende redenen voor die keuzes. Als je het hoe en waarom achter menselijke beslissingen kent, leer je immers ook die mensen zelf meteen veel beter kennen!

      Om het maar meteen mijn eigen vakgebied in te trekken: toen jij vanmorgen uit je bed stapte, was je toen al bezig met wat je vanavond wilde gaan eten? Of lag dat beslissingsmoment veel later op de dag, misschien zelfs pas toen je al in de supermarkt stond met je mandje? En waarom koos je vandaag voor deze zuurkool? Ik ben heel nieuwsgierig naar de antwoorden van iedereen die dit blog op dit moment leest!

      Als ik de berichten in de social media van de laatste paar dagen mag geloven, zijn velen van jullie de maand januari begonnen met een berg aan goede voornemens. En één daarvan is, zoals elk jaar weer, de extra pondjes van de feestdagen eraf te lijnen. Ik ga er dus vanuit dat er behoorlijk wat mensen zijn, die vandaag met een rekenmachientje hun boodschappenlijstje hebben zitten maken om alle calorietjes vooraf netjes op te tellen en – indien dat er te veel bleken te zijn – er weer even keurig af te trekken… Hun menukeuze is waarschijnlijk heel rationeel tot stand gekomen: “Even niet denken aan snoepen; gezond en licht gaan deze maand voor!” En dan is zuurkool met paprika een heel slimme keuze!

      Een andere groep van jullie heeft misschien veel meer op gevoel gekozen. Die heeft vanmorgen naar buiten gekeken of – in ongewisheid of het nu zou gaan vriezen of dooien – weer.nl geraadpleegd en daarna geopteerd voor stevige winterkost. Even googelen op ‘recept voor zuurkool’ en ja, daarom lees je dit dus nu!

      Grappig dat twee heel verschillende beweegredenen uiteindelijk tot dezelfde beslissing kunnen leiden, toch? En er zijn vast nog veel meer redenen te bedenken.

      Als ik vanavond de statistieken van mijn blog bekijk, kan ik mij een aardig beeld vormen van jullie keuze. Maar over het hoe en waarom tast ik nog net zo in het duister als voordat ik aan dit stukje begon… Prima voor jullie, want jullie hebben allemaal recht op privacy! Voor mij is het wat minder, want wat willen jullie nu dat ik jullie de komende tijd voorschotel?

      Ik ga dus maar gewoon door met koken wat ik zelf lekker vind in de hoop dat ik jullie daarmee ook een plezier doe…

      Waar ik jullie nu op dit moment een plezier mee doe, dat kan ik ondertussen wel redelijk voorspellen. Jullie hebben het nu wel gehad met mijn gefilosofeer: er moet eten op tafel komen! Dus hier volgt het recept voor Hongaarse zuurkool, dat trouwens erg lekker is!


      Recept Hongaarse zuurkool met rode paprika en kummelzaadjes

      Hongaarse zuurkool met rode paprika en kummelzaadjes


      Ingrediënten voor een bijgerecht voor 4 personen:

      • 500 gram wijnzuurkool
      • 150 gram gerookt ontbijtspek, in kleine blokjes of reepjes gesneden
      • een eetlepel ganzenvet (of margarine)
      • 2 uien
      • 6 jeneverbessen, gekneusd
      • 2 eetlepels tomatenketchup
      • 1 theelepel kummelzaadjes
      • 1 theelepel poedersuiker
      • 1 rode paprika of puntpaprika
      • zout en versgemalen zwarte peper

      Bereiding:

      1. Smelt een beetje ganzenvet of margarine in een koekenpan en bak hierin het spek krokant.
      2. Haal het spek uit de pan en verwijder eventueel overtollig vet.
      3. Snijd de uien in dunne (halve) ringen en fruit deze zachtjes in het resterende spekvet totdat ze lekker zacht en goudbruin zijn.
      4. Voeg de zuurkool, de jeneverbessen, de ketchup, de kummelzaadjes, de poedersuiker en een beetje water toe aan de uien. Verwarm het geheel goed.
      5. Leg een deksel op de pan en laat de zuurkool minimaal  drie kwartier sudderen. Snijd de paprika in kleine reepjes en stoof deze de laatste 10 minuten mee.
      6. Verwijder de jeneverbessen.
      7. Proef en maak de zuurkool op smaak met de peper en eventueel een snufje zout. Misschien mag er naar jouw smaak ook nog wat extra poedersuiker, ketchup en/of kummel bij.
      8. Roer vlak voor het serveren de spekjes door de zuurkool.

      Tips:

      1. Ik maak deze Hongaarse zuurkool vaak met varkensfiletlapjes die ik, na het bestrooien met zout en peper, even door de bloem haal en vervolgens braad in wat ganzenvet. Erbij serveer ik dan in de oven geroosterde aardappeltjes met kummel. Smullen!
      2. Ook lekker erbij: gegrilde casselerrib en zelfgemaakte aardappelpuree.

      In de oven geroosterde aardappeltjes met kummel