zondag 22 mei 2016

Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes

Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


Zelf brood bakken, elke dag weer


Deze witte roomboter-dinerbroodjes zijn superlicht, luchtig en zacht: verrukkelijk bij elke maaltijd! Lees mijn broodbaktips en bak voortaan je dinerbroodjes zelf!


Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


Konden we in Argentinië nog in overvloed beschikken over goed brood, in Afrika en Maleisië bleek dat heel anders te zijn. Zelf bakken was dus het devies. En dat deed ik; elke dag weer, jaar in jaar uit! Zes jaar lang…
En ik genoot ervan!

Maar voor het zo ver was, moest ik het ambacht eerst onder de knie krijgen. Gelukkig had ik met een vooruitziende blik een heel aantal broodboeken ingepakt in mijn culinaire bagage voordat ik naar Afrika vertrok. Die spelde ik die eerste paar maanden onder de palmen helemaal uit. En ondertussen begon ik met experimenteren.


Zelf brood bakken


Brood bakken is niet iets wat je zo maar even op een namiddag leert. Voor goed brood moet je je houden aan een heleboel regeltjes; tegelijkertijd. Zie je ook maar één regeltje over het hoofd, dan kan je brood eindigen in een debacle… Geloof me: dat is me meer dan eens overkomen! Maar van lieverlee sleten alle regeltjes er in. En er kwam brood op de plank, heerlijk brood!

Terug in Nederland is de druk van de ketel. Ik hoef niet meer per se zelf voor ons dagelijkse brood te zorgen.

Nu bak ik als hobby. Heerlijk ontspannend vind ik het.  Als ik echt tot rust wil komen, dan haal ik mijn gist en mijn meel tevoorschijn en ga aan de slag. Geen gejakker en gejaag meer: het brood is de baas! Het dwingt mij geduld te hebben en rustig de tijd te nemen.

Nog steeds geniet ik met volle teugen van elke baksessie. Dat soepele deeg in mijn handen, de magie van die rijzende deegbolletjes, de prachtige goudbruine kleur van het versgebakken brood… En natuurlijk die heerlijke geur: daar kan toch geen duur parfummetje tegenop?!

Wil je ook leren brood bakken? Lees dan hieronder de belangrijkste, onvermijdelijke, regeltjes en ga (pas daarna) aan de slag met het recept voor verrukkelijk zachte roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes.


De onvermijdelijke regeltjes voor het bakken van lekker brood


Hoe gebruik je gist?


Petra, mijn dochtertje, vond het in de tijd dat ik begon met bakken heerlijk om wat aan te rommelen met brooddeeg en ze hielp me dan ook vaak in de keuken. Ze zat net in de periode van “mama, waarom.....?”, zodat ik me regelmatig genoodzaakt voelde gesimplificeerd de basisprincipes van brood en gist uit de doeken te doen.

Ik vertelde haar het verhaal van die hele kleine “beestjes”, die wij in het brooddeeg stopten. Hele belangrijke beestjes, die we goed te vriend moesten houden en het heerlijk naar hun zin moesten maken. Want dán, dan gingen ze allemaal scheetjes laten (koolzuurgas produceren) die de noodzakelijke luchtbelletjes vormden die het brood zo lekker luchtig maakten. En als we dan ook nog goed zouden kneden, dan was er een stofje in het meel, het gluten, dat zich als elastische ballonnetjes ging gedragen en dat vervolgens al die luchtbelletjes gevangen hield, zodat ze niet konden ontsnappen voordat we het brood gebakken hadden.

Maar hoe konden we nu die “gistbeestjes” uitdagen om veel scheetjes te gaan laten?

In de eerste plaats moesten we ze laten zwemmen, oplossen, in lekker warm vocht. Maar té warm moesten we het ook weer niet maken. Boven de 54°C gaan gistcellen onherroepelijk dood! De ideale temperatuur van het bij brooddeeg te gebruiken vocht ligt tussen de 35 en 43°C. En dat is een temperatuurtje, dat wij ook lekker vinden. We noemen het daarom ook wel handwarm vocht.

Verder lustten die gistcelletjes bij het zwemmen wel een beetje suiker, maar dan wel in goed opgeloste vorm, anders waren de suikerkorrels “te groot om op te eten”. Te veel suiker gaat de werking van gist tegen (daarom moeten zoete broden wat langer rijzen), maar een beetje suiker bij het tot leven wekken van gist versnelt het proces.

Gistcelletjes vinden zout heel vies en dat kon Petra goed begrijpen, nadat ze per ongeluk haar vinger in de zoutpot in plaats van in de suikerpot had gestopt. Probeer dus zout niet in direct contact met de gist te laten komen en gebruik er niet te veel van.

Tijdens de periode die we de rijstijd noemen, waarin de gist druk bezig is met het scheetjes laten, zijn de beestjes opnieuw zeer kieskeurig waar het de temperatuur aangaat. Bij een te lage temperatuur komt de rijs maar zeer langzaam op gang en neemt erg veel tijd in beslag; een te hoge temperatuur (weer hoger dan 54°C) doodt de gist en stopt dus het rijsproces. Een relatief koude, lange rijs (kamertemperatuur of lager) geeft het uiteindelijke brood een structuur met fijnere gaatjes dan een warme, kortere rijs (bijvoorbeeld in een oven op rijsstand, een even ingeschakelde en vervolgens weer uitgeschakelde oven of in een zeer warme, vochtige ruimte). 27° C vindt de gist zelf ideaal! Aan jou de keus wat je prefereert. Gedurende de rijs kan gist absoluut geen tocht verdragen. Van de andere kant kan de omgeving van het deeg bijna niet vochtig genoeg zijn.

Gist is in verschillende vormen te koop. Het beste resultaat geeft verse gist. Die is over het algemeen wel te krijgen bij een bakker die zelf bakt. Hou er rekening mee, dat verse gist maar zeer beperkt houdbaar is. Zelf werkte en werk ik altijd met gedroogde gist, vanwege de doodeenvoudige reden dat die overal ter wereld makkelijk te kopen is. Bovendien kan hij zeer lang bewaard worden. Als je met brood bakken begint, kun je kiezen voor de kleine zakjes gist die elke supermarkt  op voorraad heeft. Als je wat vaker gaat bakken, zijn die echter in verhouding erg duur. Ga naar een natuurvoedingswinkel en koop een pondspak. Dat kun je mits koel en droog bewaard maandenlang (ook na opening) gebruiken. Op de verpakking wordt deze gist vaak ‘dry active yeast’ genoemd.


Gedroogde gist


Welk meel is geschikt voor brood?


Het meest gebruikte meel wordt van tarwe gemaakt. Volkorenmeel is de gemalen versie van tarwe, waarbij de hele korrel gebruikt wordt. Voor witte bloem worden alle vliesjes en zemelen eruit gezeefd. Mengsels van beide soorten geven licht- dan wel donkerbruinbrood als resultaat.

Tot zover lijkt de keuze van het meel eenvoudig. Helaas is dat niet het geval. Er bestaan namelijk vele soorten tarwe, die variëren van de meest ‘zachte’ soorten tot ‘harde tarwe’. Hoe ‘harder’ de tarwe, hoe meer proteïne hij bevat. En proteïne is de stof die tijdens het mengen met vocht en het kneden wordt getransformeerd in gluten, de elastische ballonnetjes van hierboven. Het beste broodmeel is veelal gemaakt van een tarwesoort met een relatief hoog proteïnegehalte. Rassen met minder proteïne lenen zich uitstekend voor taarten en cakes. Als je brood gaat bakken moet je dus bewust naar broodmeel op zoek gaan. De in Nederland alom bekende patentbloem is geen broodmeel en geeft in het algemeen geen goede resultaten. Veel bakkers die zelf bakken verkopen broodmeel.

In Afrika kocht ik bij een ‘molen’ één keer in de zoveel weken een aantal grote 10 kg-zakken met witte bloem. Thuisgekomen trok ik mijn oudste kleren aan en schepte de inhoud van deze balen over in een grote maat diepvrieszakken. Die verdwenen vervolgens minimaal voor een week in de vriezer.
Het meel van de molen zat namelijk vol met kleine snuitkevertjes, die we weevils noemden, samen met hun eitjes en larven. Dezelfde beestjes die zich in mijn voorraadkast door de plastic verpakking van de pasta heen vraten en de tagliatelle en tortellini verpulverden en gulzig verorberden. Gelukkig gingen deze ongewenste veelvraten in de vriezer allemaal dood van de kou. Restte mij nog de taak om bij ingebruikname van een nieuwe diepvrieszak bloem deze boven een grote goed sluitbare trommel te zeven. Zo verwijderde ik ook andere ongerechtigheden, zoals steentjes en takjes. Tevens merkte ik dat gezeefd meel veel lichter te kneden is en bij licht gebak een luchtiger resultaat geeft. Meel zeven doe ik in Nederland dus ook nog steeds. Het gezeefde meel bewaarde ik in de koelkast om een nieuwe infectie met weevils te voorkomen. Wel liet ik het meel altijd even op kamertemperatuur komen alvorens het te gebruiken.

Het kneden van brooddeeg


Simpelweg alle ingrediënten voor brood vermengen en het deeg vervolgens te rijzen leggen is vrij zinloos. Kneden is noodzakelijk om een regelmatige glutenstructuur te verkrijgen, waardoor het deeg optimaal elastisch wordt. Zonder kneden geen ballonnetjes!

Kneden is vrij zwaar werk. Na het op de juiste manier en in de juiste volgorde vermengen van de ingrediënten moet je de deegbol steeds uitrekken, dubbel vouwen, uitrekken, dubbel vouwen, enz. enz. Beetje bij beetje wordt het deeg zo steeds minder stug en mooi elastisch, totdat er een redelijk zachte werkbare massa ontstaat. Voeg tijdens het kneden zo veel mogelijk water toe. Het uiteindelijke deeg mag nét niet aan de handen en het werkvlak blijven plakken.

Je kunt het deeg testen door een klein stukje ervan uit te rekken tot een dun vliesje, dat niet breekt. Als je dat stadium hebt bereikt, ben je klaar. Het hele karweitje duurt (na het mengen) minimaal 10 minuten.

Zoals je zult begrijpen stond het kneden mij helemaal niet aan bij die hoge tropische temperaturen. Bovendien ontbraken de benodigde spierballen. Ik schakelde dus een zware staande mixer in voor deze klus. Nog steeds neemt dit keukensloofje mij het eerste echt zware kneedwerk uit handen. De laatste twee minuten kneed ik wel altijd nog zelf. Dat geeft mij het gevoel van een hecht contact met mijn brood en bovendien kan ik zo de elasticiteit en het vochtgehalte van het deeg aan den lijve testen.

Wanneer je over een broodmachine beschikt, kun je die ook het kneedwerk laten doen. Zoek wel even op in de gebruiksaanwijzing, welke hoeveelheid deeg de machine maximaal aankan.


Het rijzen van brooddeeg


Tijdens het kneden heb je de gist gelijkmatig door het deeg verdeeld en heb je de ballonnetjes gecreëerd om de belletjes van de gist in toom te kunnen houden. Maar de gist zelf heeft nog niets gedaan. Als je het deeg direct na het kneden in de oven legt, dan bak je de spreekwoordelijke baksteen, waarmee je een ruit zou kunnen ingooien.

Nee, na het kneden komt het geduld om de hoek kijken. Nu moet je de gist laten werken en daar heeft hij behoorlijk veel tijd voor nodig.

In het algemeen moet brood twee keer rijzen. Tijdens de eerste rijs dient het deeg afgedekt op een warme, tochtvrije plaats, bijvoorbeeld in een oven van zo’n 30°C, in volume te verdubbelen. Dat duurt meestal een halfuur à een uur. Afdekken voorkomt dat het brooddeeg voortijdig gaat korsten, zoals dat heet. Aan de buitenkant gaat het dan uitdrogen, wat de werking van de gist tegengaat (gist is dol op vocht) en het deeg onvoldoende souplesse geeft om uit te dijen.

Daarna moet het deegbolletje eerst goed plat geslagen worden. Alle grote luchtbellen moeten er weer uit. Dat klinkt als eeuwig zonde, maar zo voorkom dat er in je eindresultaat onregelmatige, grote gaten ontstaan.

Uiteindelijk vorm je het brood van je keuze. Leg het gevormde brood in een ingevette broodvorm of op een ingevette bakplaat. Gebruik voor het invetten dezelfde soort vet als die  ook in het deeg zit.
Bestrijk het deeg in dit stadium met een vochtige of vette substantie, zoals water, melk, gesmolten boter, olijfolie, losgeklopt ei, e.d. (afhankelijk van het recept). Dit bestrijken moet het korsten tegengaan tijdens de tweede rijs.

Als je je brood wilt decoreren met maanzaad, sesamzaad, geplette tarwe of iets dergelijks, dan is het nu het moment daarvoor. Decoraties blijven het beste plakken op losgeklopt ei. Wees niet al te zuinig met je decoratiematerialen; het deeg gaat immers weer opnieuw rijzen. Totdat het het formaat heeft gekregen van het brood dat je wilt bakken.


Gerezen focaccia met rozemarijn


Een warme tweede rijs (30°C) duurt over het algemeen ongeveer een uur. Een koudere rijs kan aanmerkelijk meer tijd in beslag nemen. Hiermee zul je in het begin een beetje ervaring moeten opdoen. Hou je brood echter wel in de gaten tijdens het rijzen. Als een plaatbrood tijdens het rijzen teveel naar buiten begint uit te zakken, kan het zijn dat je deeg te vochtig was, maar veel vaker is er sprake van een te lange rijs. En te lang gerezen brood zal eerder inzakken tijdens het bakken dan nog een beetje hoger en luchtiger worden. Kijk ook nu weer uit voor tocht: daardoor kan het deeg inzakken of te droog worden, waardoor het niet kan rijzen.


Het bakken van brood


Hoe goed een oven ook is, de temperatuur kan soms weleens niet exact overeenkomen met de getalletjes op de knopjes. Koop een oventhermometer (±€10) en ijk je oven. Pas daarna de ovenstanden hieraan aan.

Als ik brood bak, gebruik ik het liefste donker gekleurde bakplaten. Die absorberen de warmte beter, waardoor de bodem van het brood steviger wordt.

Overigens worden de meeste ovens standaard geleverd met slechts één bakplaat. Ik bestel er altijd een tweede bij. Dat is handig voor kleine broodjes, mini-pizzaatjes of koekjes.

Zorg ervoor dat je je oven altijd goed voorverwarmt, voordat je het brood in de oven zet. De gasbelletjes zetten dan nog even uit (er is een lichte ovenrijs) en worden tegelijkertijd mooi ingesloten in het garende gluten.

Zelf bak ik nooit twee of meer bakplaten boven elkaar. Zo is de warmteverdeling binnen de oven optimaal.

Soms komt het voor dat je brood wat sneller begint te kleuren dan je lief is en dat het eindresultaat dus té bruin is. Dat kan zich met name voordoen als je je brood bestreken hebt met ei. Begin dan toch gewoon met de hoge starttemperatuur, maar schakel je oven wat terug tijdens de laatste minuten van het bakken. Dan komen in elk geval de luchtigheid en de gaarheid van je brood niet in gevaar.

Het is heel eenvoudig om te testen of je brood na het bakken gaar is vanbinnen. Neem het meteen uit de vorm of van de plaat, draai het om en klop met je vuist op de onderkant. Klinkt het brood hol, dan is het klaar. Is de klank een beetje dof, plaats het brood dan nog enige minuten terug in de oven. Probeer te vermijden dat brood té lang bakt: de korsten worden steeds dikker en het kruim alsmaar droger.


Italiaanse bollen met olijfolie


Hèhè, dat waren de regeltjes, waarvoor ik je gewaarschuwd had. Ik hoop dat het allemaal nog een beetje meeviel.

Nu ben je in elk geval klaar om met je eerste broodbakpoging te beginnen.


Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


De witte roomboter-dinerbroodjes van het recept hieronder zijn heel licht, luchtig en zacht. Het huidje van de broodjes is dun en niet al te krokant. De broodjes hebben na het bakken een doorsnede van 6 à 7 centimeter; vrij klein dus.

Ik serveer deze broodjes vaak bij een voorgerecht of bij een soep. Ze zijn verrukkelijk bij vitello tonnato; je kunt er de tonijnsaus zo lekker mee op dippen.

Wil je een luxe ontbijt,  een speciale brunch/lunch, een picknick of een high tea organiseren, trek dan deze broodjes uit de kast. Zalig met hartig en zoet beleg.


Dinerbroodjes met kruidenomelet en Zeeuws spek


Lees ook mijn blog met het recept voor dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek. Zo kun je je zelfgebakken dinerbroodjes ook beleggen.


Dinerbroodjes met zelfgemaakte filet américain



Tip: binnenkort zal ik een aantal posts schrijven over zelfgemaakt beleg; koud gehaktbrood in dunne plakjes, filet américain, honingboter en chocoladepasta met krokante hazelnoten. Heerlijk bij deze dinerbroodjes! Ook volgen er nog meer smakelijke broodrecepten.

Op de hoogte blijven? Volg mij dan op Facebook!


Recept Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


Roomboter-dinerbroodjes met maanzaad en sesamzaadjes


Ingrediënten voor 32 dinerbroodjes:

  • 10 gram droge gist
  • ±3 dl lauwwarme volle melk (zie blog hierboven)
  • 10 gram suiker
  • 500 gram witte broodbloem (zie blog hierboven)
  • 10 gram zout
  • 45 gram zachte roomboter
  • 1 ei voor het bestrijken van de broodjes
  • een beetje roomboter voor het invetten van de bakplaat
  • maanzaad en sesamzaad

Bereiding:

  1. Weeg alle ingrediënten af en zet alles klaar om te beginnen. Met name het juiste gewicht aan gist let erg nauw. 
  2. Schenk driekwart van de lauwe melk in de beslagkom van de staande mixer en los de gist en de suiker er goed in op. Laat dit mengseltje 5 minuten staan en voeg vervolgens de andere ingrediënten toe in deze volgorde: het overgrote deel van de melk, de bloem, het zout en de roomboter. Bevestig de kneedhaak en kneed het deeg gedurende 10 minuten. Voeg eventueel nog wat melk toe, indien het deeg te droog dreigt te worden.
  3. Ik raad je aan het deeg op het laatst nog even met de hand te kneden. Dan kun je goed voelen of het elastisch genoeg is en of er voldoende melk doorheen gekneed is. Dit kneden hoeft maar een minuut of twee te duren, mits je tevreden bent over het resultaat: het deeg moet precies zoveel vocht bevatten, dat het nét niet aan je handen blijft kleven. Je kunt de elasticiteit van het deeg testen door een klein stukje ervan uit te rekken tot een dun vliesje; dat mag niet breken.
  4. Vorm een mooie bal van het deeg.
  5. De eerste rijsperiode is aangebroken. Bekleed een bakplaat met een theedoek en leg het deegbolletje erop. Dek het bolletje af met een andere theedoek. Laat het deeg rijzen op een warme plek (zie het blog hierboven) totdat het in volume verdubbeld is. Dat duurt minimaal een halfuur.
  6. Vet een of twee bakplaten (afhankelijk van de grootte van je oven) in met roomboter.
  7. Sla de deegbol plat en rol hem daarna op tot een lange, dunne worst. Snijd deze worst in 32 gelijke stukjes. Dat gaat het makkelijkste door hem steeds weer te halveren. Leg de stukjes deeg onder een theedoek, zodat ze niet kunnen uitdrogen.
  8. Rol van elk stukje een klein bolletje. Leg het stukje deeg daartoe op het werkvlak en rol het met je hand. Maak tijdens het rollen je hand steeds boller. Duw ondertussen met je duim de naden naar de onderkant. Uiteindelijk krijg je een strak bolletje, dat alleen naden aan de onderkant heeft.
  9. Leg alle bolletjes niet te dicht bij elkaar op de bakplaat. Hou er rekening mee dat ze tijdens het rijzen meer dan verdubbelen in volume.
  10. Om korsten te voorkomen moeten de bolletjes nu meteen bestreken worden. Klop daartoe het ei los in een kopje. Bestrijk de deegbolletjes met behulp van een kwastje met het ei.
  11. Bestrooi daarna een derde deel met maanzaad en een derde deel met sesamzaad. Laat de rest leeg.
  12. Zet de bakplaten op een warme, tochtvrije plek. Ik zelf laat de broodjes altijd rijzen in een op 30°C ingestelde oven. Bij die temperatuur duurt de tweede rijs ongeveer een uur. De laatste 10 minuten neem ik de bakplaten uit de oven, want dan moet die voorverwarmd worden. De aanbevolen baktemperatuur is 210°C (conventionele elektrische oven met onder- en bovenwarmte).
  13. Bak de broodjes (niet met twee bakplaten tegelijkertijd; zie blog hierboven) in ±10 minuten goudbruin en gaar.
  14. Schep een broodje van de plaat en klop op de onderkant om de gaarheid te controleren. Een gaar broodje klinkt hol (zie blog hierboven). Laat de dinerbroodjes afkoelen op een rooster.

Tips:

  1. Heb je geen staande mixer, dan is het werk wat zwaarder. Ga als volgt te werk: roer de gist  samen met driekwart van de melk en de suiker in een schaaltje. Zorg ervoor dat zowel de gist als de suiker goed opgelost zijn. Stort de bloem op het werkvlak en maak een kuiltje in het midden. Schenk het gistmengsel in het kuiltje, roer er een beetje meel doorheen en laat dit zetsel, zoals dat heet, even staan, totdat er zich belletjes beginnen te vormen. Vervolgens ga je vanuit het midden steeds meer bloem toevoegen aan het zetsel. Is het mengsel bijna helemaal droog, voeg dan meer melk toe evenals het zout en de roomboter. Ga verder met het incorporeren van het meel. Uiteindelijk krijg je een min of meer coherente bal, die je kunt gaan kneden.
  2. Als je 100 gram van de bloem vervangt door een fijngemalen soort volkorenmeel, kun je lichtbruine dinerbroodjes bakken.
  3. Uiteraard kun je met dit recept ook grotere broodjes bakken. Verlaag dan de oventemperatuur naar 200°C en bak de broodjes iets langer. 
  4. Deze broodjes zijn het lekkerste op de dag dat je ze bakt. Wil je ze voor later bewaren, vries ze dan na afkoeling in. Ontdooi ze vlak voor gebruik even in de magnetron; dan smaken ze weer heerlijk vers. 

woensdag 18 mei 2016

IJspret: roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille

Haal snel je ijsmachine uit de kast en maak dit heerlijk romige ijs met kleine stukje M&M's, zachte gewelde rozijnen en echte vanille. Smikkelen!


Roomijs met M&M's, rozijnen en echte vanille


Persoonlijk ben ik nooit een liefhebber geweest van het tropische klimaat. Maar dat ik tijdens mijn Afrika-tijd nu zat te hunkeren naar de wind, de sneeuw en het ijs van de Nederlandse winters kan ik ook niet beweren. Tot die éne keer.

Uit Nederland kwamen er berichten, dat een Elfstedentocht steeds waarschijnlijker werd. En inderdaad: Koning Winter bleek zo zijn best te doen in het barre noorden, dat de schaatsen weer uit het vet konden voor de Tocht der Tochten. Al hadden we niet de beschikking over up to date kranten (onze krant arriveerde meestal één keer in de veertien dagen met 12 exemplaren tegelijkertijd) en al konden we geen Nederlandse televisiezenders en internet ontvangen, toch ontging het grote nieuws ons niet.

Het zorgde voor nogal wat beroering onder de Hollandse populatie van de compound waarin we woonden. Opeens kregen we weer de kriebels. Misschien waren we niet allemaal van die fanatieke schaatsers, die per se mee wilden vechten op het Friese ijs, we zouden wel graag willen delen in de sfeer, die op dat moment heel Nederland in zijn greep had. En we hadden W.A. van Buren nog weleens willen zien finishen in Leeuwarden. Kortom, de eerste Elfstedentocht sinds jaren was ook onder de palmbomen het gesprek van de dag. En ik denk dat ik voor velen van ons spreek, als ik zeg dat we toen wel wat heimwee hadden.

Het zal niemand verbazen dat in die atmosfeer het plan werd geboren om onze eigen Alternatieve Elfstedentocht te organiseren. OK, schaatsen was dan wel niet mogelijk bij een tropische temperatuur, maar rolschaatsen, skeeleren en fietsen wél! En daar kwamen we een heel eind mee. Het haastig opgerichte Elfstedencomité veranderde de plattegrond van de compound tijdelijk in de kaart van Friesland. De inschrijvingen, vooral van kinderen, stroomden binnen.

Bij het krieken van dé dag werd het startschot gegeven bij ‘Leeuwarden’. En terwijl de zon steeds hoger naar de hemel klom werden zwetend de trajecten afgelegd tussen ‘Sloten’ en ‘Stavoren’, en tussen  ‘Hindeloopen’ en ‘Workum’. Hoe verder de sporters vorderden, hoe moeilijker het werd de elementen te doorstaan. Genadeloos brandde de zon boven ‘Bolsward’. Het stoffige stuk tussen ‘Harlingen’ en ‘Franeker’ was bijna niet te overzien. De glooiing in het parcours bij ‘Dokkum’ leek eindeloos en toen ten langen leste ‘Leeuwarden’ weer in zicht kwam, waren de sporen van de barre weersomstandigheden op heel wat gezichten te ontwaren: wie verzuimd had zich te wapenen tegen de niets ontziende zon, passeerde de finish niet zonder een pijnlijk rode neus en ruwe rode wangen!

Gelukkig werden de sporters overal aangespoord door enthousiaste supporters, die op diverse plaatsen tijdens de route ‘erebogen’ hadden opgezet met behulp van koel sproeiende tuinslangen. Bovendien werd men bij de stempelplaatsen getrakteerd op typisch Hollandse versnaperingen. Al moet gezegd worden dat de hete chocolademelk, de warme rookworst en de stevige erwtensoep meer aftrek vonden bij het toegestroomde publiek dan bij de fanatieke atleten zelf. Uiteindelijk was het percentage schaatsers en fietsers dat de eindstreep haalde boven verwachting hoog.

Behalve de eer en de uitgelaten reacties van het publiek, wachtte de deelnemers achter de finish nog een verrassing en eigenlijk de enige echte ijspret, die in een tropisch land te verwezenlijken is: de vriezers gingen open en iedereen mocht afkoelen met een heerlijk consumptie-ijsje!


Vanilleroomijs met M&M's en rozijnen


Bovenstaande sportreportage is zomaar een greep uit het aantal gelegenheden, waarbij in een warm land consumptie-ijs een grote rol speelt. Als het warm is lust je elke dag wel een ijsje! Toch is ijs in Afrika geen product, dat op elke straathoek te krijgen is, ook niet in de wat rijkere buurten in de steden.

De basisingrediënten melk en room waren in onze tijd zeer schaars. Zoals in de meeste landen in de tropen, is de lokale Afrikaanse bevolking er helemaal niet  aan gewend om op grote schaal melkproducten te consumeren. Hele volksstammen op aarde doen hun leven lang zonder en vertonen bij gebruik zelfs intolerantieverschijnselen. Vandaar dat wij het in eerste instantie alleen met pakken houdbare melk en melkpoeder, afkomstig uit de westerse wereld, moesten doen. Geen geringe opgave voor lekkerbekken, dat begrijp je! Nog vind ik in mijn kookdagboeken recepten terug van roomijs, gefabriceerd met zakjes Klop-Klop uit Nederland. Die ijsjes waren wel eetbaar, maar lekker is anders…

Maar wat een feest! Op een dag kreeg onze compound bezoek van een vrachtwagen, die we nog nooit eerder hadden gezien. Hij parkeerde bij ons kleine supermarktje en opende zijn laadklep. Zijn lading? Hij stond helemaal vol met plastic flessen verse volle melk, bekertjes slagroom en pakjes (namaak)cheddar!

En het goede nieuws kon niet op: elke woensdagmiddag kwam hij weer! In het oosten van het land bleek een rundveehouderij te zijn, die ons buitenlanders als een nieuwe markt had aangeboord. Vanaf dat moment schoolden we ’s woensdags samen op de parkeerplaats bij de truck. En masse sloegen we melkproducten in.  Over het algemeen was de versheid zo goed, dat we het met de melk en de room minstens 4 à 5 dagen konden uitzingen.

Petra had niet zoveel op met de verplichte beker melk, die ze vanaf toen regelmatig moest drinken, maar ze had al snel door, dat ze met die melk ook haar voordeel kon doen. Op woensdagmiddag herinnerde ze me er altijd aan, dat ik de containers van de ijsmachine in de vriezer moest  zetten en donderdagmiddag werd traditioneel onze ijsmaakmiddag.


Vanille-ijst met M&M's en rozijnen


Eén van de toppers bij de kinderen was mijn roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille. Het ijs was vaak niet aan te slepen. Vlak voor de ‘Elfstedentocht’ had ik ook van deze soort ijs een voorraadje gemaakt. En nog steeds maak ik het regelmatig; ook op andere dagen dan donderdag!
Heb je een ijsmachine, probeer dit recept dan snel uit!

Veel ijspret toegewenst!


Recept Roomijs met M&M's, rozijnen en echte vanille


IJspret: roomijs met M&M’s, rozijnen en echte vanille


Ingrediënten:

  • 80 gram rozijnen
  • water
  • 2 eieren (L)
  • 165 gram witte basterdsuiker
  • een snufje zout
  • 1 vanillestokje
  • 4 dl slagroom
  • 2 dl volle melk
  • 150 gram M&M’s met pinda’s (en eventueel nog wat extra voor de garnering)

Bereiding:

  1. Doe de rozijnen in een pannetje en voeg zo veel water toe dat ze helemaal onder staan. Breng het water aan de kook. Draai dan het vuur meteen uit. Laat de rozijnen wellen in het hete water (ze wellen zo veel sneller dan in koud water).
  2. Breek de eieren in een beslagkom en klop ze met een elektrische mixer gedurende 2 minuten. Voeg vervolgens de suiker en het zout toe en ga door met kloppen. Het mengsel wordt steeds dikker, romiger en luchtiger. Na een minuut of vijf is alle suiker opgelost.
  3. Snijd het vanillestokje in de lengterichting open en schraap met de punt van het mes het merg eruit. Voeg het vanillemerg toe aan de eiermassa.
  4. Nu kun je de slagroom erbij gaan schenken, terwijl je gewoon doorklopt, zij het op een lagere stand van de mixer.
  5. Roer op het laatst de melk erdoor.
  6. Schenk het ijsmengsel in een kan, zet de ijsmachine aan en vul de machine met het mengsel.
  7. Doe 150 gram M&M’s in een diepvrieszak. Leg de zak op een stevige snijplank. Sla met een vleeshamer op de M&M’s, zodat ze in stukjes breken. Leeg de zak op de snijplank. Snijd te grote stukjes M&M nog wat kleiner met een koksmes (als je vanaf het begin de  hele M&M’s gaat snijden, glijden de M&M’s onder je mes uit; niet handig en je kunt je flink snijden…).
  8. Schep de rozijnen uit het water en droog ze even in een schone theedoek.
  9. Als het ijs bijna stevig is, kunnen de stukjes M&M en de rozijnen toegevoegd worden door de vulopening van de ijsmachine. Zet de machine daartoe niet uit. Het kan zijn, dat je hem dan niet meer opgestart krijgt.
  10. Na 15 à 20 minuten (in totaal) is het ijs hard genoeg en kun je het overdoen in een diepvriesdoos en verder invriezen. Roer het ijs na het eerste uur eventueel nog één keer door met een lepel.
  11. Serveer het ijs in een krokant hoorntje of in een schaaltje. In het laatste geval kun je het desgewenst nog garneren met extra stukjes M&M.

Tips:

  1. In dit recept wordt gewerkt met rauwe eieren. In een eerder blog vind je gedetailleerde instructies hoe je hiermee moet omgaan.
  2. Vriest je vriezer erg diep en is het ijs daardoor wat te hard geworden? Zet het doosje ijs voor het uitscheppen even in een magnetron, die je instelt op de allerlaagste stand. Pas op: het ijs wordt aan de zijkanten sneller zacht dan in het midden. Laat het niet te zacht worden.
  3. Kies voor het bewaren van het ijs een diepvriesdoos waar deze hoeveelheid net in past. Zo voorkom je dat er harde kristalletjes op je ijs komen.

vrijdag 13 mei 2016

BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise

Nog ééntje dan: ik zit deze week zo in de belegdebroodjes-mood!

Deze keer het recept voor een variant van de beroemde BLT-sandwich.


De afkorting BLT in de naam van deze sandwich staat voor ‘bacon-lettuce-tomato’; spek, sla en tomaat dus. Yep, dat beleg vind je in mijn versie ook, maar toch is het broodje niet standaard.


BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise

Sandwich


Vaak wordt een BLT-sandwich gemaakt van geroosterd brood. Erg lekker, maar misschien voor een andere keer. Ik gebruik vandaag ongeroosterd wit desembrood met een krokante korst en stevig kruim.

Tomato


Verder ga ik niet voor zo maar een plakje tomaat, maar voor een combi van de bekende rode tomaat en de minstens zo lekkere groene tomaat, de ‘green zebra-tomaat’. Dat lijkt een gewone tomaat, die nog even moet rijpen, maar het is dus een heel andere soort.

De groene tomaat wordt ‘zebra-tomaat’ genoemd omdat hij gestreept is. Ja, die zag je al aankomen natuurlijk. Je ziet er net nog eentje liggen op het randje van de foto hieronder. Helaas komen daar de streepjes niet tot hun recht. Ik was vergeten om de tomaten los te fotograferen. Toen ik me dat realiseerde, waren ze al op… Tja, té lekker!!

Hoe anders de smaak van die groene tomaat is? Hij is vooral veel kruidiger; een beetje zoals de takjes van een trostomaat ruiken. Misschien is dat wel de beste omschrijving.

Green zebra-tomaten zijn het allerlekkerste als ze nog stevig van structuur en mooi donkergroen zijn. Weetje: ook Green zebra-tomaten kleuren na verloop van tijd rood. Maar dan zijn ze niet meer zo lekker. Groene tomaten die te rood geplukt zijn kunnen melig smaken. Hetzelfde geldt voor te zachte tomaten. Koop die liever niet.

Waar koop je deze tomaatjuweeltjes? Gewoon bij de betere (biologische) supermarkt of de groenteboer. Ze worden vaak verkocht in een mix met andere zogenaamde ‘wilde tomaten’.

Mayo


Nog een speciaal verzoekje voor deze BLT-sandwich: maak de mayonaise zelf. Zeker als je een foodprocessor hebt, is dat een koud kunstje. Alhoewel, je kunt er beter voor zorgen dat de ingrediënten op kamertemperatuur zijn voordat je begint. Dan schift de saus gegarandeerd niet!

Liggen je eieren nu nog in de koelkast, leg ze dan vijf minuten in lauw tot warm water (niet heet). Dan is de temperatuur in no time zoals je hem wilt hebben!

Ben je bang voor een besmetting als je je mayo maakt met rauwe eieren? Dat risico valt reuze mee. Ziekmakende bacteriën bevinden zich bij eieren vrijwel altijd aan de buitenkant. Controleer een ei dat je rauw gaat gebruiken dus altijd even op barstjes. Via een barstje, hoe klein dan ook, kunnen er bacteriën in het eiwit terechtkomen. Is het ei dan ook nog wat ouder, dan kunnen dat er ondertussen een hele hoop zijn geworden. Een ei dat geen barstjes vertoont is slechts zeer zelden besmet aan de binnenkant. Gebruik je een ei rauw, was en droog het dan goed voordat je het breekt. Anders komen eventuele kwaadwillende bacteriën via de gebroken stukjes schaal of je handen toch weer bij de inhoud.

Voel je je toch nog onzeker of heeft een van je gasten of jijzelf een zwakkere gezondheid? Koop dan gepasteuriseerd eiwit of eigeel (voor de mayo dus alleen eigeel).

Laatst las ik trouwens een interessant stukje over het thuis pasteuriseren van eieren. Ik heb het nooit uitgeprobeerd, maar oordeel zelf: http://eetschrijven.blogspot.nl/2007/10/zelf-eieren-pasteuriseren.html

Bacon


De laatste aanpassing van de BLT betreft de bacon. ‘Gewone’ bacon is naar mijn smaak te zout na het bakken. Ik raad je daarom aan om de zogenaamde ‘bakbacon’ te kopen. Die bevat minder zout. Je proeft dus meer vlees. Laat de bacon niet te dun snijden voor een lekkere bite.


Lettuce


Nu hebben we alle ingrediënten voor mijn BLT zo’n beetje bij elkaar: desembrood, twee kleuren tomaten, zelfgemaakte mayonaise en bakbacon. Rest nog de sla. Laat ik daar nou niet moeilijk over doen: gewoon een krokant kropje baby-romainesla of little gem is prima!


BLT-sandwich


Ga maar gauw aan de slag met het onderstaande recept. Dan begrijp je des te sneller waarom ik er zo enthousiast over ben!


Recept BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise


BLT-sandwich met groene en rode tomaten en zelfgemaakte mayonaise


Ingrediënten voor 8 of 12 sandwiches (voor 2 à 3 personen):

  • 8 sneetjes wit desembrood
  • minimaal 8 dikke plakken bakbacon
  • 4 stevige, niet te rijpe groene tomaten (Green zebra)
  • 2 grote  of 4 kleinere rijpe rode trostomaten
  • 8 blaadjes baby-romainesla of little gem
  • zout en versgemalen zwarte peper

Voor de mayonaise (alle ingrediënten op kamertemperatuur):

  • 2 eierdooiers
  • 1 eetlepel citroensap
  • 2 theelepels witte balsamicoazijn
  • 1 theelepel mosterd
  • zout en versgemalen zwarte peper naar smaak
  • 1 à 2 theelepels poedersuiker (naar smaak)
  • 2 dl zonnebloemolie
  • 1 dl milde olijfolie

Bereiding:

  1. Begin met het maken van de mayonaise. Doe daartoe alle ingrediënten vanaf de eierdooiers tot en met de poedersuiker in de foodprocessor. Voeg 3 eetlepels van de zonnebloemolie toe.
  2. Laat het mes in de foodprocessor draaien totdat het geheel vermengd is.
  3. Voeg vervolgens (zonder de machine te stoppen) in een dun straaltje de rest van de twee oliesoorten toe. Er ontstaat zo een dikke, gebonden mayonaise.
  4. Schep de mayonaise uit de foodprocessor. Proef en voeg eventueel nog wat zout, peper, suiker, mosterd of citroensap toe. Bewaar de mayonaise tot gebruik afgedekt in de koelkast.
  5. Bak de bacon zachtjes in een koekenpan zonder boter of olie. Laat het vet lekker uitsmelten. Neem de bacon uit de pan en dep het vet eraf met een stukje keukenpapier.
  6. Snijd alle tomaten in dunne plakjes; dunner dan normaal, want je werkt met twee laagjes tomaten in dit recept. Dep de tomatenplakjes ook een beetje droog.
  7. Besmeer de sneetjes brood dun met mayonaise. Beleg 4 sneetjes achtereenvolgens met de sla, een paar heel kleine likjes mayonaise (zodat de boterhammetjes niet uit elkaar vallen; je gebruikt de mayo dus als een soort plakmiddel), de bacon, weer wat mayonaise, een laagje rode tomaten (met zout en peper), wat mayonaise en een laagje groene tomaten (met zout en peper).
  8. Dek de sandwiches af met de resterende sneetjes brood met de sauskant naar beneden.
  9. Snijd de boterhammetjes met een scherp glad mes elk in 2 of 3 stukken. Veeg het mes af en toe af met een stukje keukenpapier; zo blijft het snijvlak van de sandwiches mooi ‘schoon’.
  10. Prik in elke sandwich een cocktailprikker en serveer de boterhammetjes.

Tips:

  1. Je kunt deze sandwiches meteen serveren. Maar je kunt ze ook nog een uurtje in de koelkast bewaren. Leg ze dan (zonder prikkers) op een bord en dek dit af met huishoudfolie.
  2. In het recept van de mayonaise wordt gewerkt met rauwe eieren. Lees bovenstaande blog voor meer info hierover.
  3. Als de eieren uit de koelkast komen, zijn ze te koud om er meteen mayonaise van te maken. Mayonaise schift als de ingrediënten niet ongeveer dezelfde temperatuur hebben. Je kunt eieren versneld op kamertemperatuur brengen door ze in lauw tot warm (niet heet) water te leggen.
  4. Witte balsamicoazijn is een lekker frisse azijnsoort. Hij smaakt heel anders dan rode balsamicoazijn. Witte balsamico is verkrijgbaar bij goed gesorteerde delicatessenwinkels en in sommige supermarkten. Kun je hem niet vinden, vervang hem dan door witte wijnazijn.
  5. Je zou 100% olijfolie kunnen gebruiken voor de mayonaise. Dan heb je wel een heel zachte olijfolie nodig van een uitstekende kwaliteit. Mijn favoriet is de picudo-olijfolie van Valderrama. Win informatie in bij je eigen delicatessenwinkel.
  6. Heb je geen foodprocessor, ga dan op dezelfde manier te werk, maar gebruik een garde voor het kloppen van de mayonaise. Het werk is wat zwaarder. Voordeel is wel dat de mayonaise iets luchtiger wordt.
  7. Een restje mayonaise kun je nog minimaal een week in de koelkast bewaren.
  8. De blaadjes van little gems kunnen vaak onhandig krullen. Snijd ze in dat geval in over de nerf. Zo kun je ze mooi plat drukken. Verwijder de nerf liever niet: die smaakt zo lekker krokant!
  9. Serveer deze BLT-sandwiches ook eens tijdens een picknick of bij een high tea! Of tijdens een combi van beide: een high tea in het park!

donderdag 12 mei 2016

Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek

Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek


Beloofd is beloofd: nog zo’n lekker én snel broodreceptje!

Voor de dinerbroodjes wipte ik deze keer even binnen bij de bakker. Maar soms bak ik ze ook zelf.

Recept? Hou deze blog dan in de gaten, want dat gaat er binnenkort zeker komen!


Recept Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek


Dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek


Ingrediënten voor 8 broodjes:

  • 8 zachte witte of bruine dinerbroodjes
  • 1 ons Zeeuws spek in dunne plakjes (minimaal 16 plakjes)
  • vloeibare margarine
  • 4 eieren
  • 2 eierdooiers
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • 3 eetlepels in ringetjes geknipte bieslook
  • een scheutje koud water
  • zout en versgemalen zwarte peper naar smaak
  • 1 kropje little gem of baby-romainesla, schoongemaakt en droog geslingerd
  • mayonaise

Bereiding:

  1. Leg de plakjes spek in één laag in een koekenpan met anti-aanbaklaag (maak meerdere porties). Laat het vet er zachtjes uit smelten en bak de inmiddels veel kleiner geworden plakjes licht krokant. Neem het spek uit de pan en dep het vet eraf met een stukje keukenpapier. Laat de speklapjes afkoelen.
  2. Klop ondertussen de eieren en de eierdooiers samen met de tijm, de bieslook, het water en wat zout en peper goed los in een kom.
  3. Verhit een beetje margarine in een grote koekenpan met anti-aanbaklaag. Giet de eieren in de pan.
  4. Schep her en der het eiermengsel met kleine roerbewegingen een beetje om zolang de omelet nog niet aangebakken is aan de onderkant. Zo wordt de omelet mooi dik en luchtig.
  5. Bak de onderkant van de omelet licht bruin en draai vervolgens het vuur laag. Laat het ei aan de bovenkant bijna gaar worden.
  6. Draai de omelet voorzichtig om (eventueel in 2 stukken als je dat makkelijker vindt) en laat hem ook aan de andere kant licht bruin bakken.
  7. Neem de omelet meteen uit pan en leg hem op een snijplank. Hij koelt dan ook meteen voldoende af.
  8. Snijd hem met een scherp mes in 8 stukken, die elk net iets groter zijn dan de broodjes.
  9. Snijd de broodjes open met een scherp mes zonder karteltjes.
  10. Besmeer de onderkantjes met een beetje mayonaise.
  11. Beleg de broodjes achtereenvolgens met een blaadje sla, 2 plakjes Zeeuws spek en een stukje afgekoelde omelet. Dek de broodjes af met de bovenkantjes.

Tips:

  1. Je kunt deze broodjes enige uren van tevoren al maken als je dat beter uit komt. Bewaar ze dan afgedekt in de koelkast. Neem ze wel een halfuurtje voor het serveren uit de koelkast; ze zijn lekkerder als ze niet al te koud gegeten worden.
  2. De blaadjes van de sla kunnen vaak wat krullen, zeker als het gaat om de wat kleinere blaadjes. Je kunt ze wat platter maken door de nerf in te snijden in de lengterichting. Verwijder de nerf niet; die is net zo lekker krokant!
  3. Serveer de dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek ook eens tijdens een picknick of bij een high tea! Of tijdens een combi van beide: een high tea in het park!

    Dinerbroodjes met kruidenomelet en Zeeuws spek


    woensdag 11 mei 2016

    Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade

    Nu de temperaturen weer beginnen te stijgen, ga ik steeds vaker voor een brooddagje. Geen warme maaltijd dus.

    Lui? Ja, best wel een beetje…
    Saai? Nee, absoluut niet!!
    Want met brood kun je oneindig variëren.
    Bovendien zijn sommige boterhammen of broodjes echt gigantisch lekker; die zou je wel elke dag willen eten!
    En dat is dan wel weer saai, maar wel lekker…

    Voor de speltboterhammetjes van gisteren hoefde ik alleen maar even snel naar mijn biologische supermarkt te lopen. Voor een onsje pastrami, een zakje gemengde sla, wat verse kruiden en het brood, waar ik sinds kort verslaafd aan ben: het speltbrood met zonnebloempitten van Marqt. Een blikje tonijn, mayo en kappertjes heb ik altijd wel in huis.

    Binnen een halfuur, inclusief het inkopen doen en het aanmaken van de sla, stond mijn avondmaaltijd op tafel!

    Tip: morgen post ik nog zo’n lekker broodrecept. Wat dacht je van dinerbroodjes met kruidenomelet en krokant gebakken Zeeuws spek?


    Recept Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade


    Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade


    Ingrediënten voor 6 stuks (2 personen):


    Voor de boterhammetjes:

    • 6 niet te dikke sneetjes speltbrood met zonnebloempitten
    • 100 gram pastrami in plakjes
    • mayonaise of halvanaise

    Voor de tonijnsalade:

    • 1 blik tonijn in zonnebloemolie (uitgelekt)
    • 3 (afgestreken) eetlepels mayonaise of halvanaise
    • 4 theelepels kappertjes
    • 1 eetlepel in ringetjes geknipte bieslook
    • versgemalen zwarte peper naar smaak

    Bereiding:

    1. Maak eerst de tonijnsalade. Prak daartoe de tonijn fijn samen met mayonaise. Kom niet in de verleiding om meer mayonaise toe te voegen: de tonijnsalade mag best stevig van structuur en smaak zijn.
    2. Hak de kappertjes grof en voeg ze samen met de bieslook en de peper toe aan de tonijnmayonaise. Vermeng het geheel. Tot zover kun je dit gerecht ruim van tevoren voorbereiden (zelfs een dag van tevoren; dat kan handig zijn). Bewaar de tonijnsalade afgedekt in de koelkast.
    3. Besmeer 3 van de sneetjes brood met een klein beetje mayonaise. De mayonaise moet net voldoende zijn om de sandwiches straks niet uit elkaar te laten vallen.
    4. Beleg de sneetjes met een royale portie pastrami.
    5. Verdeel de tonijnsalade over de pastrami.
    6. Dek de boterhammetjes af met de 3 resterende sneetjes brood.
    7. Snijd de sandwiches elk in 2 stukken. Gebruik hiervoor bij voorkeur een scherp mes zonder karteltjes. Veeg tijdens het snijden het mes af en toe af met een stukje keukenpapier, zodat de snijvlakken van de boterhammetjes mooi ‘schoon’ blijven.

    Tips:

    1. Je kunt deze boterhammetjes meteen serveren, maar je kunt ze ook nog een paar uur bewaren. Leg ze dan op een schaal en dek deze af met huishoudfolie. Plaats de schaal in de koelkast. Geheimpje: misschien zijn de boterhammetjes koud wel het allerlekkerst!
    2. Uiteraard kun je deze sandwiches ook maken van andere soorten brood. Kies wel altijd voor een broodsoort met veel smaak, zoals desembrood of boerenbruinbrood. Snijd de korstjes er niet vanaf: zo behouden de boterhammetjes hun rustieke karakter.
    3. Deze sandwiches zijn ook lekker als je de runderpastrami vervangt door kalfspastrami of gebraden kalfsfricandeau, al zorgt de runderpastrami door zijn relatief sterke smaak voor de beste balans met de smaakvolle tonijnsalade. 
    4. Om de maaltijd compleet te maken, serveerde ik er een groene salade met verse tuinkruiden bij. Vermeng hiertoe een zakje gemengde sla met een ruime hoeveelheid grof gehakte kruiden als platte peterselie, bieslook en basilicum. Maak de sla heel simpel aan met zout, versgemalen zwarte peper, citroensap en een goede extra vergine olijfolie. Het zijn vooral de kruiden, die de smaak geven aan deze salade!
    5. Serveer de boterhammetjes met pastrami en tonijnsalade ook eens tijdens een picknick of bij een high tea! Of tijdens een combi van beide: een high tea in het park! Snijd de sandwiches voor een high tea wel even in wat kleinere stukken. Om de maaltijd compleet te maken, serveerde ik er een groene salade met verse tuinkruiden bij. Vermeng hiertoe een zakje gemengde sla met een ruime hoeveelheid grof gehakte kruiden als platte peterselie, bieslook en basilicum. Maak de sla heel simpel aan met zout, versgemalen zwarte peper, citroensap en een goede extra vergine olijfolie. Het zijn vooral de kruiden, die de smaak geven aan deze salade!

    Speltboterhammetjes met pastrami en tonijnsalade

    dinsdag 10 mei 2016

    Limburgse ‘koude schotel’: een feestelijke huzarensalade

    Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


    Ik ben opgegroeid in Zuid-Limburg. Geen slechte start voor een lekkerbek. Allerlei heerlijke streekgerechten zoals vlaai, kersenpannenkoekjes, zuurvlees, konijn op Limburgse wijze en riefkuikskes (pannenkoekjes van geraspte aardappels) heb ik letterlijk met de paplepel ingegoten gekregen. Wie zou dat nou niet willen?


    Minder bekend in de rest van het land is de zogenaamde ‘koude schotel’. Ten onrechte: een Limburger krijgt alleen al bij het horen van de naam van dit gerecht de partykriebels in zijn buik! Die is namelijk onlosmakelijk verbonden met allerlei festiviteiten. In mijn jeugd was een Limburgse bruiloft, een communiefeest of een oudejaarsavond ondenkbaar zonder koude schotel!

    Wat dat precies is? Eigenlijk is het een aangeklede huzarensalade. Die aankleding kan vrij sober zijn. Als je je salade serveert op een mooie schaal met een paar blaadjes sla, mag het gerecht al een koude schotel heten.


    Huzarensalade


    Neem je je feest heel serieus, dan is het motto ‘dress to impress’. Hoe meer bijgerechten er op je party verschijnen, hoe meer indruk je maakt. Veelvoorkomende extraatjes zijn gevulde eieren, tomaatjes gevuld met garnalensalade, rolletjes van asperges met ham, zelfgemaakte patés en terrines, zalmsalade, krabsalade, allerlei soorten koude vis en luxe vleeswaren.


    Tomaatjes gevuld met garnalensalade


    Individueel opgemaakte bordjes met koude schotel werden vroeger in ons gezin ‘slaatjes’ genoemd. We waren er dol op! Ook als we bij hoge uitzondering een keertje gingen uiteten, kozen we vaak voor een slaatje. Dat was altijd smullen. Alhoewel, toch niet altijd… Je moest geen slaatjes bestellen in Zwitserland!

    Nee, daar begrijp je niets van; dat is duidelijk. Laat mij het uitleggen.
    Vlak voordat we de allereerste keer als gezin een echte buitenlandse reis ondernamen (ik was toen tien), had mijn vader een tweedehands Autobianchi station op de kop getikt. De avond van vertrek gingen de koffers boven op de imperiaal. De achterbank werd neergeklapt en de ‘zee van ruimte’, die er toen ontstond, bood een ‘riant bed’ voor ons, de vier kinderen. We werden lekker ingepakt in een paar slaapzakken en de reis kon beginnen; rond kinderbedtijd lieten we Limburg achter ons. Al voordat we Keulen hadden bereikt, was het overduidelijk dat mijn ouders het slaapcomfort enigszins hadden overschat. Maar mopperen hoorde niet tot de mogelijkheden. Wel werd ons een lokkertje in het vooruitzicht gesteld: eenmaal in Zwitserland, zouden we getrakteerd worden op een etentje! Vele bumpy kilometers lang lagen we ons daarop te verheugen! Tot die tijd moesten we het doen met af en toe een klef broodje uit de ‘picknicktas’.

    De menukaart in het restaurant van onze keuze klonk heel aanlokkelijk: je kon hier een salata eten! Mijn moeder vertaalde dat als ‘slaatjes’. Jammie! We lieten er meteen zes aanrukken!

    Waarschijnlijk zie je de bui al hangen. Al heel snel verscheen de ober met een groot dienblad. Maar wat daarop stond, moest toch echt een vergissing zijn… Zes schaaltjes met wat groene bladsla erin! Voor de dressing werd verwezen naar de flesjes olie en azijn op tafel. Dat waren toch geen ‘slaatjes’?! Hadden we ons daarvoor zo kranig gehouden tijdens de rit?

    Een uurtje later parkeerde mijn vader de auto op een ‘mooi plekje’ en toen was het alsnog ‘picknicken’ geblazen. Er waren immers nog genoeg kleffe broodjes over…

    Gisteren kwam ik in een oud plakboek opeens het bonnetje van het Zwitserse restaurant tegen. Ernaast stond in een keurig lagereschoolhandschrift geschreven: “Salata gegeten. Nooit meer doen.”

    Daarom heb ik gisteravond maar geen groene salade gemaakt. Wat er wel op het menu stond? Een echt ‘slaatje’ natuurlijk. Of nog beter: een heuse koude schotel!

    Tegenwoordig maak ik mijn koude schotels niet meer precies zoals mijn moeder ze maakte. Ik heb het recept door de jaren heen wat aangepast aan mijn huidige smaak. Een traditionele koude schotel wordt gemaakt met gaar (runder- of kalfs)soepvlees, dat in kleine stukjes wordt gesneden. Op zoek naar meer smaak heb ik het gekookte vlees vervangen door dunne varkensfiletlapjes, die ik krokant aanbraad voordat ik ze in piepkleine blokjes snijd. Het bruine korstje op het vlees maakt de huzarensalade heerlijk hartig!

    Ook mijn garnering is niet meer authentiek. Het laagje mayonaise, waarmee van oorsprong de huzarensalade op de schaal werd gladgestreken, laat ik helemaal achterwege. In plaats daarvan bekleed ik mijn salade met smaakvolle achterham. Mmmm! En een stuk gezonder!

    Was je nog op zoek naar een lekker recept voor de komende pinksterdagen? Volgens mij heb je het nu gevonden! Eet smakelijk!


    Recept Limburgse 'koude schotel': een feestelijke huzarensalade


    Limburgse ‘koude schotel’: een feestelijke huzarensalade


    Ingrediënten voor een maaltijdsalade voor 3 personen of een buffetgerecht:

    • 1 kg vastkokende aardappels
    • 2 à 3 Granny Smith-appels
    • 350 gram dunne varkensfiletlapjes (5 à 6 lapjes)
    • plantaardige margarine of olie
    • 2 ons zoetzure augurken
    • 150 gram kleine gare erwtjes
    • ±100 ml mayonaise of halvanaise
    • een deel van het vocht van de augurken (naar smaak)
    • een flinke bos platte peterselie, fijngehakt
    • versgemalen zwarte peper
    • zout
    • 8 mooie grote plakken gekookte achterham
    • een kleine krop sla

    Bereiding:

    1. Schil de aardappels en snijd ze in plakjes van een kleine centimeter dik. Stoom of kook de aardappelschijfjes met wat zout beetgaar en laat ze afkoelen. Snijd de aardappels in kleine blokjes.
    2. Bestrooi de varkensfiletlapjes met peper en zout en zet ze in een koekenpan met een beetje margarine of olie stevig aan. Ze zijn dan ook meteen gaar. Laat ook de lapjes afkoelen en snijd ze in piepkleine blokjes.
    3. Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snipper het vruchtvlees fijn. Dat kan eventueel in een foodprocessor.
    4. Doe hetzelfde met de augurken.
    5. Vermeng alle snippers en blokjes in een kom samen met de erwtjes.
    6. Roer een sausje van de mayonaise, het vocht van de augurken, de gehakte peterselie en nog wat zout en versgemalen zwarte peper. Schep het sausje door de salade en proef. Corrigeer de huzarensalade eventueel nog met wat zout, zuur of één van de andere ingrediënten.
    7. Laat de huzarensalade in de koelkast eerst een paar uur afkoelen alvorens de schotel verder af te maken. De smaken kunnen zich dan goed vermengen.
    8. Zoek een mooie platte schaal uit en bekleed de bodem met blaadjes kropsla. Leg de huzarensalade in het midden.
    9. Dek de salade af met de plakjes ham.

    Tips:

    1. Garneer de salade eventueel nog met wat kleurrijke accenten als tomatenblokjes of –plakjes, bieslooksprietjes of peterselie.
    2. In de blog hierboven vind je suggesties voor allerlei lekkere bijgerechten.
    3. Serveer deze salade ook eens in kleine glaasjes. Leuk als hapje tijdens een borrel of feestje!

    dinsdag 3 mei 2016

    Pizzatoast: flinterdunne toast van gekruid pizzadeeg met olijfolie

    Zelfgebakken toast; flinterdun, krokant en heerlijk gekruid! Super bij je tapas, soep of salades!


    Toast begint meestal met gewoon brood. Dat wordt in plakjes gesneden en vervolgens nog een keer gebakken. Of geroosterd. Maar je kunt toast ook meteen in een keer bakken. Dan krijg je een soort crackers, die veel dunner zijn dan gewone toast.

    Sommige soorten zijn zelfs flinterdun, bijna doorzichtig; en dat is lékker! Zo krokant! Wat dacht je van de toast op onderstaande foto? Die is gemaakt van heel dun uitgerold gekruid pizzadeeg. Daarom heb ik hem maar pizzatoast gedoopt.


    Pizzatoast: flinterdunne toast van gekruid pizzadeeg met olijfolie


    Nu denk je natuurlijk dat ik het recept voor deze toast gevonden heb op een of andere Italiaanse website. Maar niets is minder waar! Het idee voor de toast stamt nog uit de tijd dat ik in Maleisië woonde: mijn inspiratie deed ik op in een restaurant in Kuala Lumpur! Daar beleefde ik jaren geleden een wel heel bijzondere avond.

    In Kuala Lumpur logeerde ik met mijn man en dochter, Victor en Petra, in een zeer luxe hotel. Alleen in het Verre Oosten is dat nog betaalbaar en we vonden dat we het dan ook maar moesten doen.

    Tijdens onze boeking naar Kuala Lumpur bleek dat het hotel, waar wij ons oog op hadden laten vallen, in het toeristensegment alleen maar beschikte over kamers met één tweepersoonsbed. Een derde bed bijplaatsen bleek niet mogelijk en voor Petra hadden we dus een tweede kamer moeten reserveren. Totdat onze slimme reisagente op het idee kwam voor ons een kamer op de clubetage te boeken. Die had namelijk standaard twee tweepersoonsbedden. De kamer was wel iets duurder, maar het geheel was een stuk goedkoper dan twee aparte kamers. En dan zouden we meteen over alle comfort van de clubetage kunnen beschikken. We wisten niet wat dat inhield, maar ach, waarom zouden we het niet doen?

    Bij aankomst werd meteen duidelijk dat we met onze neus in de boter waren gevallen. De ‘spelregels’ van de clubetage spraken ons enorm aan en wie niet! Allereerst was er de luxe van de kamer zelf: elke dag vers fruit, theezetapparaat, minibar, badjassen, sloffen, etc. Maar daar bleef het niet bij. We waren ook welkom in de ‘club’. Die bestond uit een luxe zitkamer met televisie, een spelletjeskamer met schaaktafel, een bibliotheek met kasten vol met handige naslagwerken en fotoboeken over de regio, een bar met koelkast (waar we gratis drankjes uit konden nemen) en een ontbijtkamer (waar ’s ochtends een bij de prijs inbegrepen à la carte ontbijt werd geserveerd met bijvoorbeeld omelet met gerookte zalm, bagels e.d.). En helemaal over the top: ’s avonds na negenen stond er in de ontbijtkamer een uitgebreid gratis dessertbuffet klaar met gebak, puddinkjes en andere zoete lekkernijen. We keken er onze ogen uit!

    Maar het kon nog luxer. Dat beseften we die éne avond dat we op aanraden van vrienden een Italiaans restaurant downtown bezochten. Na een verrukkelijk voor- en hoofdgerecht presenteerde de ober ons de dessertkaart. Die sloegen we af; met een vooruitziende blik zagen we het dessertbuffet in de club al voor ons! Victor bestelde in één moeite door de koffie, de rekening én een taxi. Plechtig beloofde de ober dat hij voor alles zou zorgen.

    De koffie kwam. Maar helaas, na twintig minuten hadden we nog steeds geen taxi en dus ook geen rekening. Buiten was een enorme tropische bui losgebarsten en dat had een run op de taxi’s veroorzaakt; er was in de hele stad geen vrij exemplaar meer te vinden.

    De enige oplossing die de ober nog kon bedenken was dat de portier van ons hotel een taxi zou aanhouden van arriverende gasten en die dan naar ons toe zou sturen. Vol goede moed gaven wij onze naam en ons kamernummer door. Voor de ‘gederfde service’ kregen we ondertussen nog een kopje koffie van de zaak aangeboden.

    Wie schetst onze verbazing toen een kwartier later de portier van ons hotel voor onze neus stond. Als gasten van de clubetage konden wij volgens hem in situaties als deze gratis gebruik maken van een busje van het hotel. Alleen moesten we even door de ‘zure appel heen bijten’, want het busje stond beneden op straat, vijftig meter verderop, dus we zouden wel nat worden.

    Daar hadden wij eerlijk gezegd nog geen seconde bij stil gestaan en het kon ons eigenlijk ook niets schelen. We vonden het al zo geweldig, dat we als echte vips werden afgehaald. Maar de bediening van het restaurant vond, dat zoiets als afsluiting van een feestelijke avond niet kon. Voordat we wisten wat er ging gebeuren, werden we meegetroond naar de achteruitgang van het restaurant en daar stond een heuse golf cart voor ons klaar mét een dakje. Als ware beroemdheden werden we eerst naar het busje en daarna naar ons hotel vervoerd. Wow! Dit was vast die spreekwoordelijke oosterse service!!

    Uiteraard speelden we daarna nog een gezellig potje schaak en maakten we een keuze uit het overheerlijke dessertbuffet. Wat een decadentie!

    De maaltijd van die avond was ook al zo geweldig geweest: echt alle gerechten waren áf! Die kon je in onze woonplaats in de provincie absoluut niet krijgen, laat staan namaken (ja, zo zit ik nu eenmaal in elkaar…). Alleen voor het brood, dat bij het voorgerecht geserveerd werd, had ik de ingrediënten in huis, dus daar kon ik misschien wat mee.

    Dat brood laat zich het beste omschrijven als een hele dunne pizza zonder beleg, in punten gesneden en besmeerd met een beetje olijfolie. Heerlijk krokant.

    Ik maakte hem thuis niet exact na, maar ik werd er wel door geïnspireerd. Ik bedacht dat ik een pizzadeegje zou maken, waaraan ik een hele hoop kruiden zou toevoegen. En dat deegje zou ik nog dunner uitrollen dan de kok in het restaurant had gedaan. Een beetje olijfolie erop en dan de oven in. Met het resultaat boekte ik instantaan succes: Victor en Petra waren razend enthousiast!

    Zo uit de hand is de pizzatoast al verrukkelijk. Je kunt een hele bak leeg eten zonder beleg of dip…

    Maar je kunt hem ook gebruiken voor dips als guacamole, Mexicaanse salsa, chimichurri, kruidige knoflookmayonaise, etc. Onze favoriete dip is een pikante kaasdip met knoflook, cayennepeper en verse bieslook. Daar kunnen we ons dood aan eten!


    Pikante kaasdip met knoflook, cayennepeper en verse bieslook


    Beleg de in stukjes gebroken pizzatoast ook eens met allerlei salades. Denk aan romige eiersalade, pikante tonijnsalade met basilicum en stukjes zwarte olijf, garnalensalade, surimisalade, avocadosalsa, mozzarellasalsa, etc.

    Pizzatoast is ook erg lekker bij een zomerse soep. Ik serveer hem vaak bij mijn Italiaanse zomergroentesoep met gevulde pasta of bij de tomatenbouillon met ovengeroosterde tomaatjes en basilicum.

    Je kunt met deze toast zo veel kanten uit; bak hem meteen en laat me horen hoe jij hem combineert!


    Recept Pizzatoast: flinterdunne toast van gekruid pizzadeeg met olijfolie




    Pizzatoast: flinterdunne toast van gekruid pizzadeeg met olijfolie


    Ingrediënten voor drie bakplaten (±43 x 33 cm):

    • 200 gram broodbloem van harde tarwe + wat extra voor het uitrollen van het deeg
    • 5 gram droge gist
    • ±1,2 dl lauw water
    • ½ theelepel suiker
    • 5 gram zout
    • 1 theelepel gedroogde tijm
    • 1 theelepel gedroogde marjolein
    • ½ theelepel gedroogde rozemarijn
    • 1 theelepel gedroogde basilicum
    • 1 theelepel gedroogde oregano
    • een flinke mespunt cayennepeper
    • 1 eetlepel extra vergine olijfolie
    • nog wat olijfolie voor het invetten van de bakplaat en het bestrijken van het deeg

    Bereiding:

    1. Roer de gist samen de suiker en het overgrote deel van het water in een schaaltje. Zorg ervoor dat de gist en de suiker goed opgelost zijn.
    2. Stort de bloem op het werkvlak en maak een kuiltje in het midden. Schenk het gistmengsel in het kuiltje. Roer er een beetje meel doorheen en laat dit zetseltje even staan, totdat er zich belletjes beginnen te vormen. Vervolgens ga je vanuit het midden steeds meer bloem toevoegen aan het zetsel. Is het mengsel bijna helemaal droog, voeg dan nog een beetje water toe evenals het zout, de kruiden en specerijen en 1 eetlepel olijfolie. Ga verder met het incorporeren van het meel. Uiteindelijk krijg je een min of meer samenhangende bal, die je kunt gaan kneden. Trek het deeg van je af uit elkaar tot een lapje, vouw dat lapje dubbel tot een nieuwe bal, draai het deegpakket een kwartslag en begin weer opnieuw en opnieuw en opnieuw...... Voeg eventueel nog wat water toe. Na ongeveer 10 à 15 minuten intensief kneden heb je een soepel, elastisch deeg, dat precies zoveel vocht bevat, dat het nét niet aan je handen en aan het werkvlak blijft vastplakken.
    3. Heb je een staande mixer met kneedhaken, dan kun je dat apparaat gebruiken voor het kneden. Meng het overgrote deel van het water met de gist en de suiker in de mengkom van de machine. Laat het mengsel even staan. Voeg de rest van de ingrediënten bij het gistmengsel en kneed het geheel gedurende tien minuten totdat het deeg mooi elastisch is. Voeg eventueel nog wat water toe. Het eindresultaat mag net niet aan de handen plakken. Je kunt het deeg het beste testen door het de laatste paar minuten met de hand te kneden.
    4. Verdeel het deeg in drie gelijke porties. Rol van elke portie een mooi bolletje.
    5. Zoek een warme plek uit voor de rijs. Sommige ovens hebben een rijsstand. Dan is de keus makkelijk. Je kunt ook de oven heel even aanzetten totdat hij een temperatuur heeft van maximaal 35°C. Bekleed een bakplaat met een theedoek en leg de bolletjes deeg erop. Dek de bolletjes af met een andere theedoek. Laat het deeg rijzen totdat het in volume verdubbeld is; dat duurt minimaal een halfuur.
    6. Verwarm ondertussen de oven (liefst hete lucht) voor tot 200°C.
    7. De deegbolletjes zijn na de rijs los genoeg om op een met bloem bestoven werkblad zeer dun uitgerold te worden. Er moeten (een voor een) rechthoeken van gerold worden ter grootte van de bakplaat. Wanneer je je handen onder het deeg houdt, zul je zien dat het dan bijna doorzichtig is.
    8. Bestrijk je bakplaat zeer dun met olijfolie. Rol de eerste deegplak losjes om de deegrol en transporteer hem zo naar de bakplaat. Rol hem boven de plaat weer af. Strijk ook de deegplak zeer dun in met olijfolie.
    9. Bak de toast in 10 à 12 minuten goudbruin en krokant. Wordt de toast te snel bruin (elke oven is anders), verlaag de temperatuur dan gedurende de laatste paar minuten. Bak zo ook de andere twee plakken toast.
    10. Laat de toast afkoelen op een rooster en breek hem in stukken.

    Tips:

    1. Heb je een grotere of kleinere oven, pas dan de porties deeg aan aan de oppervlakte van de bakplaat.
    2. De pizzatoast kan in een goed afgesloten trommel dagenlang bewaard worden.
    3. Je kunt met deze toast eindeloos variëren. Je kunt hem bakken zonder kruiden voor een neutrale toast. Of je kunt andere smaakmakers door het deeg kneden. Denk aan zongedroogdetomatentapenade (voeg dan geen olijfolie meer toe aan het deeg), een combinatie van gedroogde rozemarijn en knoflook, gemalen komijn en knoflook, alleen cayennepeper of chilipoeder, in de oven geroosterde knoflook, etc.
    4. Serveersuggesties vind je in de blog hierboven.