donderdag 31 maart 2016

Zelfgebakken ontbijtkoek

Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


Ik ben dol op goed gekruid eten. Ik zou niet weten wat ik zonder specerijen en tuinkruiden zou moeten. Niet alleen hartige gerechten geef ik ermee een karakteristiek aroma, ook zoete gerechten maak ik ermee op smaak. Denk bij de laatste categorie aan kruidnootjes, kruidcake of - één van mijn favorieten – ontbijtkoek; ofwel peperkoek, zoals ik hem als Limburger pleeg te noemen.



Recept Zelfgebakken ontbijtkoek


Tijdens mijn eerste paar maanden in Argentinië stelde het kopen van kruiderijen mij voor een behoorlijk probleem: het uitgebreide assortiment waarmee je in Nederlandse supermarkten wordt verwend, was niet voorradig in de Argentijnse equivalenten. Ze verkochten er zout, peper, oregano, paprikapoeder en kerriepoeder, maar dat was het dan ook wel. Ook in restaurants werd in die tijd niet veel met kruiden en specerijen gekookt. Teleurgesteld dacht ik dus dat lekkere kruiden in Buenos Aires niet te koop waren.

Totdat ik een klein winkeltje ontdekte op de Avenida Corrientes, de Argentijnse Broadway met zijn vele theaters en bioscopen. Een zaakje als El gato negro had ik daar zeker niet verwacht. Het bleek een waar lusthofje voor mijn smaakpapillen te zijn, een pittoresk kruideniertje met het uiterlijk van een ouderwetse apotheek, tot de nok toe volgestouwd met stopflessen, potten, blikken, lades, zakken en bakken met de heerlijkste gedroogde kruiden en specerijen. De meeste specerijen waren er zowel in gemalen als  ongemalen vorm, zodat ik de keus had voor de gerechten die ik wilde maken. Ook hadden ze vele mengsels, zoals garam masala, Chinese 5-spice, Italiaanse tuinkruidenmix, etc.


El gato negro Buenos Aires







El gato negro bestaat nog steeds en is tegenwoordig zelfs populairder dan ooit. De winkel is twintig jaar geleden uitgebreid met een café, waar je ook een klein hapje kunt eten. Het verhaal gaat dat de oorspronkelijke eigenaar zijn zaak bijna 100 jaar geleden vernoemde naar een café in Madrid, dat veel indruk op hem maakte toen hij het bezocht tijdens een van zijn zakenreizen. De naam betekent ‘De zwarte kat’ en inderdaad: je kunt de katten in deze winkel niet over het hoofd zien. Overal staan ze op, zittende zwarte katten met een rood strikje om hun nek.

Ik werd bij mijn eerste bezoek al meteen verliefd op de witte kruidenpotjes die ze er verkochten, natuurlijk mét kat en de naam van het kruid dat erin moest zitten. Ze hadden dekseltjes van de typisch Argentijnse rode houtsoort algarrobo. Ik kon de potjes niet in de winkel laten staan en kocht een complete set, een dertigtal in totaal. Nog steeds prijken deze trots in mijn keuken als een mooie herinnering aan het leukste kookwinkeltje van Buenos Aires!


Kruidenpotjes El gato negro




Inmiddels heb ik de ontbijtkoek, waarvan ik in eerste instantie dacht dat ik hem in Argentinië  niet zou kunnen maken, al vele tientallen malen gebakken. Het is in mijn gezin de standaard ontbijtkoek, niet te vergelijken met de supermarktversie, zo lekker! Ik bak er altijd twee tegelijkertijd: eentje gaat meteen op en de andere vries ik in. Ontdooien gaat perfect als je hem de avond voor gebruik al in de koelkast legt.

In dunne plakjes gesneden is de ontbijtkoek op zijn best. Gebruik daarvoor bij voorkeur een scherp glad mes, bijvoorbeeld een vleesmes. De gladde sneetjes zijn veel spekkiger dan de kruimelige, die je met een broodmes zou krijgen. Een likje roomboter erop en smikkelen!


Recept Zelfgebakken peperkoek

Zelfgebakken ontbijtkoek


Ingrediënten voor een cakevorm met een bodem van 25 cm:

  • 375 gram bloem
  • 225 gram bruine basterdsuiker
  • 3¼ à 3½ dl volle melk
  • 1½ theelepel gemalen kaneel
  • 1 theelepel gemalen kruidnagel
  • ¾ theelepel gemalen nootmuskaat
  • ¼ theelepel gemberpoeder
  • ¼ theelepel gemalen kardemom
  • een mespuntje zeer fijn gemalen witte peper
  • een snufje zout
  • 1½ theelepel dubbelkoolzure soda
  • roomboter voor het invetten van de vorm en voor het besmeren van de plakjes

Bereiding:

  1. Verwarm de oven voor tot 150°C (conventionele oven).
  2. Vet de bakvorm in met wat boter.
  3. Vermeng de bloem met de dubbelkoolzure soda. Zeef het mengsel boven een beslagkom. Voeg alle andere droge ingrediënten toe. Meng alles door elkaar met de mixer op de laagste stand.
  4. Nu kan de melk erbij. Begin met 3¼ dl en voeg later eventueel nog een scheutje toe. Klop de melk er met de mixer goed doorheen. Het resultaat is een half vloeibaar beslag, dat mooi glad moet zijn.
  5. Giet het beslag in de bakvorm.
  6. Bak de koek in 70 à 75 minuten net gaar. Hij mag niet te droog of bruin worden. De  koek is gaar als een erin geprikte satépen er droog uitkomt.
  7. Stort de koek op een rooster en laat hem afkoelen.
  8. De ontbijtkoek is het lekkerst als je hem eerst een dagje laat staan. Dan kunnen de smaken van de specerijen er goed intrekken. Al wil ik daar meteen bij zeggen dat ik het krokante korstje van de eerste dag ook erg waardeer…
  9. Hoe dan ook: serveer de koek in dunne plakjes met een beetje roomboter.

Tip:

Dubbelkoolzure soda (baking soda) is een rijsmiddel, verkrijgbaar in oosterse winkels.

woensdag 23 maart 2016

Taugé-tompoezen, krokante bladerdeeghapjes met een oosterse roerbakvulling

Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


Het is altijd grappig om te zien hoe gerechten en recepten in de loop van de tijd evolueren. Die evolutie doet zich niet alleen voor in de grote context van Dé Culinaire Geschiedenis, ook op microschaal kun je hem duidelijk detecteren. Ja inderdaad: ik bedoel in je eigen keuken!

Hoe het komt dat gerechten zich ontwikkelen? Dat kan vele oorzaken hebben. Het wel of juist niet beschikbaar zijn van bepaalde ingrediënten bijvoorbeeld is een factor van formaat. Ook nieuwe inzichten, of sterker nog hypes, kunnen een bestaand recept volledig op zijn kop zetten. En dan is daar natuurlijk de drang van de individuele (hobby)kok tot experimenteren.

Laat ik één en ander toelichten aan de hand van een van de populairste gerechten binnen mijn gezin. In onze studententijd verschalkten we graag af een toe een loempia. Die was makkelijk verkrijgbaar bij de plaatselijke Chinees of zelfs bij de snackbar om de hoek. In drukke tentamenperiodes bespaarde zo’n snelle hap je al gauw een halfuur kooktijd. De verhouding vulling – deegkorst was af en toe wel een beetje zoek, maar ach, daar maalde je niet om.

Een paar jaar later, toen we inmiddels in Argentinië woonden, snakten we zo nu en dan wel eens naar zo’n typisch Nederlandse traktatie. Maar ja, kom daar maar eens om in de gemiddelde Argentijnse winkelstraat. Wat ze er wel hadden, waren empanadas: deegflapjes gevuld met een kruidig gehaktmengsel (heerlijk; ik zal er wel eens over bloggen). Die waren op elke straathoek kant-en-klaar verkrijgbaar, maar je kon de deegplakjes om ze zelf te maken ook rauw kopen in de supermarkt. En juist die plakjes brachten me op een idee.

Ik brouwde een soort loempiavulling met gehakt, ham, omelet, taugé en andere verse groenten en verpakte die in het Argentijnse empanadadeeg. Even bakken in de oven en smullen. We doopten mijn nieuwe creatie “loempanadas”. Dat bekte wel lekker!

Na een tijdje brak ons de verhouding vulling – deeg toch echt op. Ik ging dus op zoek naar een oplossing voor een gerecht met meer vulling ten opzichte van de hoeveelheid deeg. Al snel vonden we bij dezelfde supermarkt ook grotere empanada-deegplakken. Ze hadden het formaat van een pizza. Als je die bedekte met de loempiavulling, dichtklapte en vervolgens bakte, kreeg je een soort Aziatische calzone. De “super-loempanada” was geboren!

Eenmaal terug in ons eigen kikkerlandje, ontbrak het loempanada-deeg. Een beetje gemakzuchtig (ik had niet altijd zin om zelf het deeg te kneden) zocht ik mijn toevlucht tot bladerdeeg. Dat liet zich het makkelijkste verwerken in taartvorm. Dus ik beklede een springvorm met het deeg, vulde het geheel met de loempiavulling en plakte er een bladerdeegdeksel op. Zo ontstond de “taugé-taart”! Jarenlang hebben we daar heerlijk van gesmikkeld.

Totdat ik op een gegeven moment, zoals zovelen, besmet werd met het virus om bestaande recepten te her-evalueren en daarbij de individuele ingrediënten verser te presenteren. Volgens de trend van het deconstructieve koken trok ik het gerecht als het ware eerst uit elkaar en componeerde uit de losse elementen uiteindelijk een nieuwe versie. In het gemoderniseerde recept wordt de vulling heel kort geroerbakt en daarna niet meer een halfuur of langer weggestopt in taartdeeg, zodat hij doorgaart. De groenten blijven zo heerlijk knapperig. Het deeg wordt apart gebakken en krijgt geen kans meer sappen van de vulling te absorberen. Ook dat blijft dus knapperig.

Hoe ziet het vernieuwde gerecht eruit? Het is een soort tompoes geworden: een “taugé-tompoes” (dat allitereert al net zo lekker als de “taugé-taart”!).  In de dikte doorgesneden krokante plakjes bladerdeeg vul ik met een beetgare oosterse gehakt-groentevulling. Het gerecht is er niet alleen krokanter op geworden, maar ook smaakvoller en lichter. Een verrukkelijk voorafje of (als je meerdere tompoezen tegelijkertijd serveert) een groenterijk hoofdgerecht!

Nu kan het zich voordoen dat je, als je over een tijdje denkt “dat recept ga ik nog eens opzoeken op de blog van Culinaire Bagage”, op een 404-pagina stuit: pagina niet gevonden. Realiseer je dan dat de gerecht-evolutie waarschijnlijk weer is voortgeschreden. Ik heb het nu nog redelijk nieuwe recept tegen die tijd misschien weer verwijderd en vervangen door een nog betere versie, althans in mijn smaakperceptie van dat moment…

Maar voor nu: geniet van het onderstaande recept. En bedenk jij er een leuke variant op, laat het me dan weten. Lang leve de culinaire evolutie!

Recept Taugé-tompoezen, krokante bladerdeeghapjes met een oosterse roerbakvulling


Taugé-tompoezen, krokante bladerdeeghapjes met een oosterse roerbakvulling


Ingrediënten voor een voorgerecht voor 8 personen:

  • 300 gram mager rundergehakt
  • 2 eetlepels zonnebloemolie
  • 100 gram gekookte achterham in dunne plakjes
  • 1 nasi- of bamigroentenpakket, het pepertje in dunne ringetjes zonder pitjes gesneden
  • 250 gram taugé
  • sambal oelek naar smaak
  • ketjap asin naar smaak
  • Maggi-aroma naar smaak
  • 4 eieren
  • een beetje water
  • zout en versgemalen zwarte peper
  • plantaardige margarine
  • 8 plakjes diepvriesbladerdeeg (op basis van margarine)
  • 20 of 30 gram sesamzaadjes

Bereiding:

  1. Verwarm de oven voor tot 200°C. Neem de plakjes bladerdeeg uit de diepvries en laat ze even ontdooien.
  2. Vet een of meerdere bakplaten in met wat margarine en leg de bladerdeegplakjes erop. Klop een ei los in een kopje. Bestrijk de bladerdeegplakjes met het ei (strijk daarbij niet te veel ei langs de randen; anders rijst het deeg straks niet goed). Bestrooi ze met sesamzaadjes.
  3. Bak de bladerdeegplakjes in 20 minuten goudbruin en krokant.
  4. Klop de andere 3 eieren met een vork op in een schaaltje samen met enkele eetlepels water, wat zout en een beetje peper.
  5. Verhit 1 eetlepel olie in een kleine koekenpan met anti-aanbaklaag. Schenk het eiermengsel erin en bak er onder bijna voortdurend roeren een smeuïg en net gaar roerei van. Het eiermengsel mag niet aanbakken, maar moet licht van kleur blijven. Schep de eieren na het bakken meteen uit de pan.
  6. Verhit de rest van de olie in een hete wok. Roerbak het gehakt onder toevoeging van een beetje sambal, wat Maggi en een scheutje ketjap asin totdat het net gaar is.
  7. Snijd de ham in kleine stukjes en voeg deze toe aan het gehakt. Roerbak de ham even mee.
  8. Snijd de inmiddels gare bladerdeegplakjes in de dikte middendoor, zodat je van elk plakje 2 dunne laagjes krijgt. Leg de bodempjes op 8 borden. Hou de kapjes apart voor later.
  9. Voeg vervolgens de bamigroenten toe aan het gehaktmengsel. Roerbak het geheel kort. Voeg op het laatste moment de extra taugé en het roerei toe. Maak de vulling op smaak met nog wat sambal, ketjap en Maggi.
  10. Leg op elk bladerdeegbodempje een beetje van de vulling. Dek af met de kapjes. Serveer de tompoezen meteen.

Tips:

  1. Als je dat wilt, kun je het gerecht nog garneren met wat extra sesamzaadjes. Je kunt deze zaadjes indien gewenst licht roosteren in een droge koekenpan.
  2. Wil je de taugé-tompoezen als hoofdgerecht serveren, ga er dan vanuit dat deze hoeveelheid vulling voldoende is voor 3 personen. Bak er dan in totaal 6 plakjes bladerdeeg bij.

    vrijdag 18 maart 2016

    Krokant gebakken en pikant gekruide kabeljauw met peterseliesalsa

    Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


    Mmmm, versgebakken kabeljauw was altijd al lekker. Maar als je hem op onderstaande wijze klaarmaakt, is hij nog lekkerder dan je al gewend was. Je kruidt hem namelijk met een onweerstaanbare dry rub. En je serveert er ook nog eens een frisse salsa bij. Ja echt: mmmm!!!


    Victor en Petra maakten de afgelopen jaren twee keer een rondreis door IJsland. Vrijwel meteen na thuiskomst werden de vele honderden foto’s die ze gemaakt hadden geladen op mijn computer. Met zijn drieën kropen we achter het scherm en toen kwamen de verhalen los. Vulkanen, gletsjers, geisers, watervallen, kokende modderpoelen, stranden met papegaaiduikers en een gletsjermeer met sprookjesachtige ijsschotsen passeerden de revue.

    Natuurlijk ontbraken ook de beschrijvingen van hun culinaire avonturen niet. Vooral de vis schijnt in IJsland spectaculair te zijn. We hebben in het verleden al in veel landen sushi met vis gegeten (helaas nog nooit in Japan…), maar tot dusver is de IJslandse kennelijk de absolute top.

    Lyrisch waren Victor en Petra met name over een hip restaurant in Reykjavik, Rub23. Het restaurant maakt zijn naam waar: er wordt veel gekookt met zelf samengestelde dry rubs, mengsels van gedroogde kruiden en specerijen. In het algemeen (vooral in de VS) worden rubs gebruikt om vlees en kip mee in te wrijven en te marineren alvorens het te barbecueën. Dat gebeurt bij Rub23 dus ook. Maar ze doen meer met hun rubs. Ze kruiden er hun gebakken of in de oven gegaarde vis mee. Daardoor worden de visgerechten supersmaakvol!

    Ik heb zitten watertanden bij de foto’s uit het restaurant. En natuurlijk kon ik het niet laten om met deze kookinspiratie aan de slag te gaan. Ook met Scheveningse vis moest ik zoiets lekkers kunnen maken!

    En ik denk dat dat wel gelukt is: met mijn krokant gebakken en pikant gekruide kabeljauw gooide ik hoge ogen hier in huis!

    Wil je ook smikkelen? Koop dan een paar prachtige dikke stukken kabeljauw, die je in kleinere porties verdeelt. Haal ze vervolgens door een bloemmengsel met een beetje zout en peper. Even bakken in hete olijfolie totdat de vis nét gaar is en een krokant korstje heeft.

    En dan komt de Rub23-truc! Een kleine minuut voordat de vis klaar is, strooi je er een licht pikant en zeer smaakvol kruiden-specerijenmengsel overheen met onder andere tijm, basilicum, selderij, cayennepeper, kerrie, knoflook en paprikapoeder. De rub moet smaak geven, maar mag niet te lang meebakken, want dan wordt het korstje van de vis weer zacht en kunnen de paprika en de knoflook bitter worden.

    Gelijk uit de pan gaat de vis op tafel (op verwarmde borden!). En dan wordt het geheel nog lekkerder, want je serveert er een frisse kruidensalsa bij. Mmmmm!

    Hou de bijgerechten simpel: wat gestoomde of in de oven geroosterde krieltjes en een salade. Vooral mijn blokjessalade met komkommer, tomaat en rode en gele paprika vind ik er prima bij smaken.

    Hieronder vind je het complete recept voor de kabeljauw. Misschien een leuke tip voor de paasdagen!


    Recept Krokant gebakken en pikant gekruide kabeljauw met peterseliesalsa

    Krokant gebakken en pikant gekruide kabeljauw met peterseliesalsa


    Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:


    Voor de vis:

    • 800 gram dikke kabeljauwfilet
    • een handje bloem
    • zout en versgemalen zwarte peper
    • olijfolie
    • plantaardige margarine of roomboter naar keuze

    Voor de rub:

    • 1 theelepel gedroogde bieslook
    • 2 theelepels mild kerriepoeder
    • ½ theelepel knoflookpoeder
    • 1 theelepel gedroogde bladselderij
    • 1 theelepel gedroogde oregano
    • 1 theelepel gedroogde tijm
    • 1 theelepel gedroogde basilicum
    • 2 theelepels mild paprikapoeder
    • ½ theelepel versgemalen zwarte peper
    • ¼ theelepel cayennepeper
    • ½ theelepel zout

    Voor de salsa:

    • een bosje platte peterselie
    • ½ Spaanse peper
    • 2 eetlepels versgeperst citroensap
    • 6 eetlepels extra vergine olijfolie
    • zout en versgemalen zwarte peper (naar smaak)
    • eventueel een klein teentje knoflook, zeer fijn gesnipperd

    Bereiding:

    1. Neem de vis uit de koelkast.
    2. Schep alle ingrediënten voor de rub door elkaar.
    3. Snijd de Spaanse peper open en verwijder de zaadjes en de zaadlijsten. Snipper het vruchtvlees zeer fijn.
    4. Snipper de peterselieblaadjes.
    5. Roer alle ingrediënten voor de salsa door elkaar. Als je dat lekker vindt, kun je de knoflook toevoegen. Zelf koos ik ervoor om hem weg te laten, omdat er ook al knoflook in de rub zit.
    6. Snijd de kabeljauw in mooie dikke porties van 60 à 70 gram.
    7. Vermeng in een diep bord de bloem en een klein beetje zout en peper; hou er rekening mee dat er ook al zout en peper zit in de rub en in de salsa.
    8. Verhit in een koekenpan met anti-aanbaklaag een beetje olijfolie en boter.
    9. Haal de vis door de bloem.
    10. Bak de vis in een paar minuten rondom goudbruin. Pas op: hij mag zeker niet droog worden door te lang bakken.
    11. Strooi een minuut voordat de vis klaar is wat rub over de visblokjes. Draai de vis één keer om en voeg nog wat rub toe.
    12. Serveer de vis meteen (liefst op verwarmde borden). Geef de salsa erbij.

    Tip:

    Het ziet er leuk uit als je op elk bord een klein schaaltje zet met wat salsa. De resterende salsa kun je op tafel zetten, zodat iedereen indien gewenst nog wat meer kan nemen.


    woensdag 16 maart 2016

    Walnotentulband

    Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


    Ik noem deze luchtige en smeuïge walnotentulband mijn "huis-verkoop-tulband". Hij is niet alleen verrukkelijk om te eten; hij ruikt ook nog eens zeer verleidelijk!


    Als je in je vriendenkring het nieuws verspreidt, dat je je huis in de verkoop gaat zetten, maak dan je borst maar nat! Van alle kanten stroomt de ongevraagde ‘goede raad’ binnen. De meeste adviezen hebben betrekking op het pand zelf: schilder dat polka dot wandje even over, schuur eindelijk eens de aangekoekte randjes langs de pitten van je fornuis schoon, snoei toch maar die prachtig bloeiende tak weg zodat je voordeur weer bereikbaar is, etc. 

    Ondertussen kun je op televisie elk uur van de dag terecht voor nog meer tips. Misschien is het een beetje kort door de bocht, maar het lijkt erop dat het weghalen van overbodige parafernalia en het uitbalanceren van de kleurstellingen het belangrijkst zijn. Daar ga je dus vlijtig mee aan de slag.

    En dan komt de dag van de eerste bezichtiging of misschien kies je wel voor een open huis. Van dat moment hangt alles af. Je krijgt maar één kans om die specifieke potentiële koper(s) ervan te overtuigen dat jouw huis het sfeervolste is dat er in de wijde omgeving te vinden is. Je moet hem of haar letterlijk lekker maken voor jouw huis!

    Laat ik op dat gebied nou ook nog wat gratis adviezen hebben om mee te strooien. Mijn ervaring is dat het helpt als je huis warmte, gezelligheid en gastvrijheid uitstraalt. De geur van vers gezette koffie en zelfgebakken cake, een knus zitje in de tuin waar je je bezoekers na de rondleiding ook nog eens op die koffie en cake trakteert…  Ik zeg maar zo: het kan in elk geval geen kwaad!

    Neem voor die cake dan bijvoorbeeld mijn eigen ‘huis-verkoop-tulband’: een heerlijk geurende walnotentulband, die echt voor resultaat heeft gezorgd (althans ik maak mezelf graag wijs dat dat de doorslaggevende factor was, haha; het huis was natuurlijk ook prachtig). Probeer hem maar eens uit; hij is supermakkelijk om te maken. 

    En mocht het nou onverhoopt niet zo lukken met de verkoop of valt het aantal bezoekers voor je geplande open huis tegen, troost je dan zelf met de restjes. Stiekem is deze tulband een dag na het bakken misschien nog wel het allerlekkerst…


    Recept Walnotentulband

    Walnotentulband


    Ingrediënten:

    • 125 gram walnoten
    • 50 gram zachte roomboter
    • 50 gram zachte plantaadige margarine
    • 200 gram witte basterdsuiker
    • 3 grote eieren
    • 125 gram zelfrijzend bakmeel
    • een mespuntje zout
    • een mespuntje nootmuskaat
    • een beetje boter voor het invetten van de tulbandvorm
    • poedersuiker

    Bereiding:

    1. Verwarm de (liefst conventionele) oven voor tot 165°C.
    2. Hak 50 gram van de noten niet al te fijn (dat kan in de foodprocessor, maar het kan ook met een groot scherp koksmes). Vet een tulbandvorm (met een inhoud van ±1,3 liter) goed in en verdeel de noten over de binnenwand van de vorm.
    3. Doe de resterende noten in de foodprocessor en maal ze vrij fijn. Niet té, want dan gaan de vetten uit de noten loslaten. Ook dit klusje kun  je met een koksmes uitvoeren. Het neemt dan wel wat meer tijd in beslag.
    4. Klop de roomboter en de margarine in een beslagkom samen met de suiker en het zout smeuïg. Voeg één voor één de eieren toe en klop elke keer totdat de eieren helemaal zijn opgenomen. Klop na het derde ei nog even door.
    5. Zeef het zelfrijzend bakmeel samen met de nootmuskaat boven de kom en schep het geheel door het beslag. Roer ook de gemalen walnoten door het beslag.
    6. Doe het beslag over in de tulbandvorm en bak de cake in 55 à 60 minuten gaar. Prik met een satépen in de tulband om de gaarheid te testen. Er mogen wat kruimeltjes aan de satépen blijven hangen, maar geen vochtig beslag.
    7. Stort de tulband op een rooster en laat hem goed afkoelen. De cake is de volgende dag op zijn lekkerst omdat de smaken dan goed kunnen doortrekken.
    8. Zeef vlak vóór het serveren een lekkere hoeveelheid poedersuiker over de tulband.

    Tip:

    De inhoud van een tulbandvorm kun je meten door er met behulp van een litermaat water in te gieten.

    donderdag 10 maart 2016

    Met mozzarella gevulde gehaktballetjes op een bedje van tomaat-paprikasalade

    Heerlijk vind ik het: die wisselende seizoenen in Nederland! Na de koude, maar gezellige wintertijd, volgen altijd weer het verwachtingsvolle voorjaar, de lazy zomer met zijn lange avonden en de kleurrijke herfst. Elke keer als je net weer begint te denken “Nu heeft het wel weer lang genoeg geduurd”, laat de verandering niet lang meer op zich wachten.

    Vandaag lijkt het de eerste dag te worden dat het voorjaar zich weer laat zien. Het is nog niet echt rokjesdag – daarvoor is het nog te fris – maar je merkt aan alles en iedereen op straat dat er wat in de lucht hangt.

    Toen ik vanmorgen inkopen ging doen, kon ik het niet laten om de lente ook in huis te halen. Voor de lunch maakte ik een vrolijke salade met tomaatjes en paprika. En die fleurde ik op met kleine gehaktballetjes gevuld met zachte, gesmolten mozzarella.

    Het blijft nog minstens een paar dagen mooi weer. Zet jij een van de komende dagen dit gerechtje op tafel?


    Recept Met mozzarella gevulde gehaktballetjes op een bedje van tomaat-paprikasalade

    Met mozzarella gevulde gehaktballetjes op een bedje van tomaat-paprikasalade


    Ingrediënten voor een lunchgerecht voor 4 personen:


    Voor de gehaktballetjes:

    • 400 gram fijn kalfsgehakt
    • 4 zongedroogde tomaten (in olie)
    • 1½ theelepel gedroogde oregano
    • ½ ei, losgeklopt in een kopje
    • 4 eetlepels paneermeel
    • zout en versgemalen zwarte peper
    • 20 zeer kleine mozzarellabolletjes (mozzarellaparels)
    • 1 eetlepel plantaardige margarine
    • 1 eetlepel pure olijfolie

    Voor de salade:

    • 250 gram cherrytomaatjes
    • 8 zongedroogde tomaatjes (in olie)
    • 1 à 2 ontvelde rode puntpaprika’s (afhankelijk van de grootte; uit pot)
    • een forse hand basilicumblaadjes
    • extra vergine olijfolie
    • rode of witte balsamicoazijn (naar keuze)
    • zout en versgemalen zwarte peper

    Extra:

    • Italiaans brood voor 4 personen
    • zachte roomboter, eventueel gezouten boter
    • een scheutje extra vergine olijfolie

    Bereiding:

    1. Begin met de gehaktballetjes. Doe de zongedroogde tomaten, de oregano en het ei samen in de mini-kom van de foodprocessor. Vermaal het geheel tot een fijne, dikke pasta.
    2. Vermeng het gehakt met de zongedroogdetomatenpasta, het paneermeel en wat zout en peper.
    3. Maak van het gehakt een klein proefhamburgertje en bak dit in een paar minuten gaar. Proef of er nog zout en/of peper toegevoegd moet worden.
    4. Verdeel het gehakt in 20 porties. Verstop in elke portie een bolletje mozzarella. Druk het gehakt goed aan en rol er een mooi, gaaf balletje van. Leg de balletjes op een bord en laat ze even opstijven in de koelkast.
    5. Roer ondertussen een paar eetlepels roomboter samen met wat olijfolie luchtig. Deze boter gebruik je zo meteen om bij het brood te serveren.
    6. Ga dan weer verder met de gehaktballetjes. Verhit de margarine en de olijfolie samen in een pan met anti-aanbaklaag. Bak de balletjes in tien minuten gaar. Rol ze af en toe om zodat ze aan alle kanten goudbruin worden.
    7. Snijd ondertussen de cherrytomaatjes in kwartjes.
    8. Snijd de zongedroogde tomaten en de paprika in reepjes.
    9. Vermeng de groenten en schep er wat olijfolie, een klein scheutje balsamicoazijn en wat zout en peper door. Proef en voeg eventueel nog een beetje van één van de smaakmakers toe.
    10. Verdeel de salade over 4 borden.
    11. Snijd een paar gehaktballetjes door, zodat je de vulling goed ziet. Leg de doorgesneden balletjes midden op de salade. Verdeel de andere balletjes er rondomheen. Garneer elk bord met een gulle portie basilicumblaadjes.
    12. Serveer het gerecht met beboterd Italiaans brood.

    maandag 7 maart 2016

    Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus

    Van deze ovenschotel met smaakvolle gegrilde casselerrib, zachte aardappels en romige mosterdsaus wordt je weer helemaal warm als het buiten guur is. Verras je gezin of vrienden er vandaag nog mee! 


    In de jaren negentig woonde ik een tijd in een buitenwijk van Buenos Aires. Argentinië is door zijn ontstaansgeschiedenis (waar ik je hier nu niet mee zal lastigvallen) een smeltkroes van verschillende culturen. Culinair maakt dat het land wel interessant. Je vindt er vooral invloeden van Spanje, Italië, Groot-Brittannië en Duitsland.

    In mijn tijd ging ik voor de Duitse producten graag naar ‘Tante Trude’, een klein winkeltje in de wijk La Lucila, een paar kilometer van mijn huis. Daar verkochten ze het lekkerste Duitse brood (o.a. van zuurdeeg), kersen in pot voor de vlaai en de kersenflappen, jams, zuurkool, zoetzure augurken voor de huzarensalade, superverse dille en allerlei heerlijke vleeswaren. Allemaal Noord-Europese lekkernijen die in de normale supermarkt niet te krijgen waren.

    Het allerlekkerste vonden wij altijd de casselerrib. Die liet ik afsnijden in dikke plakken, die ik thuis kort grilde op de barbecue of op de plancha (de grillpan). Heerlijk bij de zuurkool (in combinatie met aardappelgratin) of in reepjes door de aardappelsalade. Ons favoriete gerecht was een ovenschotel van blokjes gegrilde casselerrib en dobbelsteentjes gare aardappels, overgoten met een romige mosterdsaus.

    Nu in Nederland koop ik bij mijn eigen slager casselerrib, die wel gepekeld en gerookt is, maar nog niet gegaard. Als ik die gril blijft hij supersappig! Nog steeds gebruik ik hem voor de hieronder beschreven ovenschotel. Maar ik serveer de casseler karbonades ook wel eens gewoon gegrild met de mosterdsaus er los bij. Een ideale combi met gebakken aardappeltjes!

    Je begrijpt het inmiddels: je kunt met gegrilde casselerrib eindeloos variëren. Zelfs in de zomer is hij verrukkelijk. Op een krokant kaiserbroodje bijvoorbeeld met wat zuurkool en mosterd, als een soort hotdog. Of op Turks brood met een blaadje sla en honing-mosterdmayonaise. Ik zal er nog wel eens vaker over bloggen!


    Recept Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus


    Ovenschotel van gegrilde casselerrib, aardappels en mosterdsaus


    Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 4 personen:

    • ±600 gram rauwe casselerrib in dikke plakken ( 4 à 6 plakken)
    • 1200 gram vastkokende aardappels
    • zout

    Voor de mosterdsaus:

    • 2 kleine uien, fijngesnipperd
    • 40 gram plantaardige margarine
    • 40 gram bloem
    • 300 ml melk
    • 300 ml water
    • ±3 eetlepels grove mosterd
    • ±3 theelepels bouillonpoeder
    • 2 theelepels gedroogde marjolein of 2 eetlepels versgehakte marjoleinblaadjes
    • versgemalen zwarte peper

    Bereiding:

    1. Neem de casselerrib uit de koelkast om op kamertemperatuur te komen.
    2. Schil de aardappels en snijd ze hapklare blokjes. Doe de aardappelblokjes in een pan en vul de pan met water totdat de aardappels onder staan. Voeg zout toe. Breng de aardappelen aan de kook en kook ze net gaar. Dat duurt maar een paar minuten. Giet de aardappelen af.
    3. Verhit de grillpan (of als het mooi weer is de barbecue). Gril de plakken casselerrib aan beide kanten totdat ze mooie grillstrepen vertonen. Je hebt hierbij geen extra vetstof nodig. Afhankelijk van de dikte van de plakken duurt het 5 à 10 minuten voordat de casselerrib gaar is.
    4. Laat het vlees buiten de pan even rusten en snijd het daarna ook in blokjes, iets kleiner dan de aardappelen.
    5. Ondertussen kun je de mosterdsaus al maken. Verhit daartoe de margarine in een steelpannetje. Fruit hierin de uien zachtjes totdat ze glazig zien.
    6. Roer de bloem door de uien. Laat het mengsel kort garen onder af en toe roeren.
    7. Schenk beetje bij beetje de melk en het water bij het bloemmengsel en roer elke keer goed, zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg halverwege de mosterd toe. Die lost beter op als de saus nog relatief dik is.
    8. Maak de saus op smaak met het bouillonpoeder, de marjolein en de peper. Proef en voeg eventueel nog wat extra bouillonpoeder of mosterd toe.
    9. Schep de aardappelen samen met de casselerribblokjes in een niet te lage ovenschaal. Verdeel het vlees goed. Schenk de saus over het aardappelmengsel.
    10. Plaats de ovenschaal een halfuur in een voorverwarmde oven van 175°C. Serveer meteen.

    Tips: 

    1. Tot en met stap 8 kun je dit gerecht ruime tijd voor de maaltijd al voorbereiden. Leg dan tijdens het bewaren een stukje huishoudfolie rechtstreeks op het oppervlak van de saus. Zo voorkom je dat er een vel ontstaat.
    2. Als je dat mooi vindt, kun je het gerecht garneren met wat blaadjes marjolein of oregano. Lekker is het in elk geval!
    3. Als je de saus los serveert bij de gegrilde casseler koteletten, overweeg dan om een deel van de melk te vervangen door room. Dat maakt de saus wat luxer!

      donderdag 3 maart 2016

      Dadel-pindaspread met geroosterd pitabrood

      Verrassend deze mediterrane appetizer van fijngemalen dadels en pinda's! Verrukkelijk op licht geroosterd pitabrood!


      Vorige week aten we in restaurant ‘Lieverd’ in Scheveningen. Ik heb niet persoonlijk kennisgemaakt met de chef, maar voor mij stond al snel vast dat de ‘lieverd’, waar het restaurant naar vernoemd is, degene moet zijn die de scepter zwaait in de keuken! Hij/zij kookt met veel passie en creëert mooie, stoere gerechten met volle smaken, waarbij hij gewone alledaagse ingrediënten op fantasierijke wijze combineert. Geen obligate laffe liflafjes hier!

      Het concept van ‘Lieverd’ is eenvoudig: het voorgerecht bestaat altijd uit een proeverij van drie kleine gerechtjes, daarna volgt naar keuze een vlees-, vis- of vegetarisch hoofdgerecht. Daarnaast is er  een extra vleesgerecht van de dag. Als dessert kun je kiezen uit een kaasplankje of een zoet dessert. En dat alles voor een vaste menuprijs. Elke twee weken verandert het menu compleet, zodat er altijd weer wat nieuws te ontdekken valt. Op de website vind je steeds de kaarten voor het dan geldende menu en dat voor de volgende twee weken. Apart detail: je kunt hier een ‘Bob-wijnarrangement’ bestellen. Dat bestaat uit halve glaasjes, zodat de ‘Bob’ gewoon mee kan doen!

      Bij binnenkomst voelden wij ons meteen welkom. Het interieur is rustig gehouden met veel wit en naturel in een stijl die huiselijk aandoet. Doordat de ruimte vrij klein is, krijg je de indruk dat je een woonkamer binnenloopt. Het restaurant is gezellig verlicht met kaarsjes terwijl er tegelijkertijd op cruciale plekken spotjes opgenomen zijn in het plafond, zodat je de menukaart goed kunt lezen.

      En die menukaart is het lezen waard. De gastvrije, goedlachse gastvrouw maakte er ons meteen wegwijs in. Nadat we besteld hadden, verraste ze ons met een amuse, een rodebietencarpaccio, en een broodmandje met twee dips. Ook zij straalde liefde voor eten uit; het kostte ons niet veel moeite om haar het stap-voor-stap recept te ontfutselen voor de dadel-pindaspread, die we zo lekker vonden. Het klonk alsof ze hem die middag zelf nog had staan maken!

      Tijdens het voorgerecht werden de Duitse roots van ‘Lieverd’ duidelijk. Het kopje groentebouillon met backerbsen en maultaschen (een soort Duitse ravioli), gevuld met perfect gekruid kalfsgehakt, was bijzonder smaakvol. Verder was er een bladerdeeghapje met gerookte forel dat verrassend werd gecombineerd met frisse, lobbig geklopte preiselbeerroom.

      Ook het hoofdgerecht was onvervalst Duits: dikke plakken sappig en mals varkensgebraad geserveerd met een lichtzoete biersaus, zachte lang gestoofde zuurkool met spekjes en semmelknödel (een soort broodballetjes). Genieten!

      Bij het kaasplankje viel vooral het bijgerecht op. Dat was een geleitje, dat de gastvrouw als volgt omschreef: “Het smaakt zoals rozenblaadjes ruiken”. En dat klopte helemaal! Een goed glas port maakte het geheel af.

      Als afsluiter was er cappuccino met een speciaal lieverd-koekje, een hartvormig shortbread-koekje met een lieverd-tekstje. Leuk!

      Mijn conclusie: ben je op zoek naar (h)eerlijke gerechten en een sfeer alsof je bij goede vrienden thuis eet, denk dan eens aan ‘Lieverd’! Wel van tevoren reserveren!

      Ik kon het niet laten om de dadel-pindaspread, waar we de maaltijd mee begonnen, thuis een keer na te maken. De instructies van onze gastvrouw bleken voor 100% te kloppen. Het gerechtje is perfect in zijn eenvoud, maar je moet het maar bedenken. Ik serveerde de spread met licht geroosterd pitabrood om het mediterrane karakter nog eens extra te benadrukken. Hieronder het recept. Veel plezier ermee!


      Recept Dadel-pindaspread met geroosterd pitabrood

      Dadel-pindaspread met geroosterd pitabrood

       

      Ingrediënten:

      • 100 gram dadels
      • water
      • 100 gram gezouten pinda’s
      • 2 à 3 eetlepels extra vergine olijfolie (naar smaak)
      • een klein teentje knoflook uit de pers
      • versgemalen zwarte peper en eventueel nog een beetje zout
      • pitabrood

      Bereiding:

      1. Leg de dadels in een kommetje en schenk er zo veel water bij dat ze helemaal onderstaan. Dek het schaaltje af en zet het in de koelkast. Laat zo de dadels een nachtje weken.
      2. Neem de dadels uit het water (het water wordt verder niet gebruikt) en doe ze samen met de pinda’s, de olijfolie en de knoflook in de foodprocessor. Vermaal het geheel met behulp van de pulsknop totdat er een vrij grove massa ontstaat. Er moeten nog wat kleine stukjes pinda in de spread zitten.
      3. Schraap de spread uit de foodprocessor en roer er 1 à 2 eetlepels koud water doorheen, zodat de pasta lekker smeuïg wordt. Voeg peper naar smaak toe.
      4. Proef even goed en bepaal of er voldoende zout in zit; dat hangt af van de hoeveelheid zout die er oorspronkelijk in de pinda’s zat.
      5. Verhit een grillpan tot zeer heet.
      6. Bevochtig het pitabrood met wat water (als je afbakpitabroodjes gebruikt, hoef je deze niet eerst af te bakken in de oven). Rooster de broodjes kort in de grillpan totdat ze krokant zijn aan de buitenkant en toch nog een beetje soepel aanvoelen. Ze moeten opbollen en mooie grillstrepen vertonen.
      7. Waarschijnlijk moet je in porties werken, omdat niet al het brood in één keer in de grillpan past. Bewaar de broodjes die klaar zijn dan onder een theedoek, zodat ze niet kunnen uitdrogen.
      8. Scheur het brood in stukken en serveer het meteen. Besmeer het pas aan tafel met de dadel-pindaspread. 

      Tips:

      1. Je kunt het brood ook grillen op de barbecue. Heerlijk!
      2. Eigenlijk bak ik pitabroodjes nooit af in de oven. In de grillpan of op de barbecue worden ze veel lekkerder!
      3. Je kunt de dadel-pindaspread een paar dagen in de koelkast bewaren, mits je hem goed afdekt.

      dinsdag 1 maart 2016

      Huisgemaakte goulash van Black Angus-sukadelappen

      Wil je graag elk nieuw recept in je inbox ontvangen? Geef je dan nu op voor mijn gratis receptenservice!


      Vandaag wil ik graag de sukadelap in het zonnetje zetten (ja haha, ondanks het druilerige weer) en dan met name de sukadelap van het Black Angus-rund.


      Ik denk dat iedere thuiskok wel graag kookt met sukadelappen: het dunne peesje dat door het midden van de lapjes loopt, wordt na het stoven zo lekker zacht, smeuïg en gelei-achtig. Heerlijk! Wist je trouwens dat de naam van het lapje van dat peesje is afgeleid? Het glimmende, half doorzichtige reepje in het gare vlees ziet er namelijk uit als sukade.

      De koning onder de sukadelappen is ongetwijfeld die van het Black Angus-rund. Waarom? Omdat het vlees van deze stoere zwarte koeien net iets meer vet bevat. Niet in de vorm van drillerige randjes, maar door het vlees heen. Black Angus-vlees is mooi gemarmerd, zoals dat heet. Als je een Black Angus-sukadelap zachtjes stooft, smelten al die kleine vetadertjes. Van binnen uit wordt het vlees daardoor verrukkelijk sappig en zacht, bijna romig. Als je gerecht klaar is, smelt het vlees op je tong, terwijl het toch nog niet in draadjes uit elkaar valt!

      Ik prijs me gelukkig dat ik elke dag gewoon bij mijn eigen buurtslager, Slagerij Offers & Offers, Frederik Hendriklaan 116, Den Haag, terecht kan voor dit zalige stukje vlees. Ik kook er dus vaak mee. Het onderstaande recept voor goulash is een echte aanrader. Het gerecht is verrassend kruidig door het gebruik van kummelzaadjes, marjolein, verschillende soorten paprikapoeder en citroenschil. De reepjes puntpaprika maken het geheel lekker fris. Geef er in de oven geroosterde aardappeltjes bij (bak de aardappeltjes deze keer zonder kummel; anders zou het te veel van het goede zijn).

      Waarschuwing voor liefhebbers van de Limburgse specialiteit ‘zuurvlees’: als je dit stoofpotje (met rode wijn, azijn en ontbijtkoek!) eenmaal gemaakt hebt met Black Angus-sukade, wil je nooit meer anders.

      Ook in de zomer misstaat een zacht sukadelapje niet. Maak maar eens Italiaanse sukadelapjes met een zomerse tomatensaus en je begrijpt wat ik bedoel!


      Recept Huisgemaakte goulash van Black Angus-sukadelappen

      Huisgemaakte goulash van Black Angus-sukadelappen


      Ingrediënten voor een hoofdgerecht voor 5 personen:

      • 1200 gram Black Angus-sukadelappen
      • 600 gram uien
      • plantaardige margarine
      • 2,5 eetlepel mild paprikapoeder
      • ½ theelepel pikant paprikapoeder
      • ¼ theelepel pimentón (Spaans gerookt paprikapoeder)
      • 1 groot blikje tomatenpuree
      • 2 teentjes knoflook uit de pers
      • 3 theelepels marjolein
      • 1,5 theelepel kummel- of karwijzaadjes
      • de geraspte schil van een citroen
      • ± ½ liter heet water
      • 1 pot geroosterde rode puntpaprika’s
      • 1 pot geroosterde gele puntpaprika’s
      • zout, versgemalen zwarte peper
      • eventueel een bosje platte peterselie

      Bereiding:

      1. Snipper de uien grof.
      2. Verhit de margarine in een braadpan en fruit hierin de uien op een laag pitje totdat ze glazig zien.
      3. Bak de 3 soorten paprikapoeder op het laatst met de uien mee. Het is essentieel, dat het paprikapoeder redelijk heet wordt, maar het mag niet verbranden, want dan wordt het gerecht bitter.
      4. Meng de tomatenpuree door de uien.
      5. Snijd het vlees in grote dobbelstenen en voeg het samen met de knoflook, de kummel, de marjolein, wat zout en peper en de geraspte citroenschil toe aan de uien. Schep het geheel goed om. Het vlees moet goed heet worden, maar het mag niet bakken.
      6. Voeg uiteindelijk het water toe.
      7. Breng de stoofpot aan de kook en laat het vlees zo lang sudderen, totdat het supermals is, maar niet uit elkaar valt (minimaal enkele uren).
      8. Snijd de paprika’s in reepjes. Voeg deze een halfuur voordat het vlees klaar is toe aan de stoofpot.
      9. Proef de goulash en voeg eventueel nog wat zout en versgemalen zwarte peper toe.

      Tips:

      1. Kun je geen Black Angus-sukadelappen vinden, koop dan andere mooi dooraderde sukadelappen. Hoe beter het vlees dooraderd is met vet, hoe malser de goulash wordt!
      2. Garneer het gerecht eventueel met wat grof gehakte platte peterselie. Dat ziet er prachtig uit!
      3. Dit gerecht is heel goed in te vriezen.